Home

Is íédere BN’er dan geschikt om een musical over te maken?

Zondag gaat een musical over Willem van Oranje in première, en binnenkort eentje over Aletta Jacobs. „Ik hoop voor Rob Jetten dat zijn leven geen musicalmateriaal wordt.”

Op 8 februari gaat een musical over Willem van Oranje in première, in een speciaal daarvoor gebouwd theater in Delft. Op 21 maart volgt Aletta de Musical, over arts en feministe Aletta Jacobs. Twee figuren die je op het eerste gezicht misschien niet in een musical zou verwachten. Hoe giet je ingewikkelde thema’s als de Tachtigjarige Oorlog of vrouwenemancipatie in zang- en dansvorm? Doe je de werkelijkheid dan niet te veel geweld aan?

Maar musicalliefhebbers zullen niet verrast zijn. Evita, Jesus Christ Superstar, Elisabeth: historische figuren zijn wel vaker een bron van meeslepende verhalen over liefde, verraad en dood. Of denk aan het eindeloze succes van Soldaat van Oranje, over de Nederlandse verzetsstrijder Erik Hazelhoff Roelfzema, die inmiddels drie keer langer speelt dan de Tweede Wereldoorlog in Nederland heeft geduurd. Ook het leven van Anne Frank leverde een succesvolle musical op. Het Amerikaanse origineel Yours, Anne stamt uit 1985, in 2010 was de Nederlandse versie Je Anne te zien, en in 2024 opnieuw. In 2023 ging Boni de musical in première, over de achttiende-eeuwse Surinaamse vrijheidsstrijder, en in 2021 14 de musical over, jawel, Johan Cruijff.

Dan zijn er nog de biografische musicals over zangers en liedjesschrijvers. Voordeel daarvan is dat de liedjes er al zijn, het verhaal wordt er vaak omheen geschreven. Ramses Shaffy kreeg in 2011 een eigen musical, André Hazes in 2012 en Robert Long in 2015. Ook over Liesbeth List (2017), Annie M.G. Schmidt (2017) en Rob de Nijs (2025) zijn musicals gemaakt. Willeke Alberti volgt in 2027, maar zij had er ook al een in 1995.

Het roept de vraag op: is iedere beroemdheid geschikt voor een musical? Kan je er ook een maken over Rob Jetten, bijvoorbeeld? En hoe doe je dat, een bestaand leven in musicalvorm gieten? Wanneer laat je een Anne Frank of Aletta Jacobs in zingen uitbarsten?

Eerste vrouwelijke arts

Zeven jaar geleden las Nathan Vecht de biografie van Mineke Bosch over Aletta Jacobs en dacht: hier zit een musical in. „Ik vond haar leven zo ongelofelijk”, zegt hij.

Jacobs was in 1871 de eerste Nederlandse vrouw die een universitaire studie voltooide en vervolgens de eerste vrouwelijke arts. Ze introduceerde in 1882 het pessarium als voorbehoedsmiddel, werd het gezicht van de vrouwenkiesrechtbeweging en sprak in het Witte Huis met de Amerikaanse president over het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog.

Theaterprogrammeurs begrepen het niet meteen. „Die vroegen of het een educatieve voorstelling ging worden”, zegt Vecht (48), die met Maud Wiemeijer (script) en Sjaan Duinhoven (liedteksten) Aletta de Musical schreef. „Als we met een mannelijke protagonist waren aangekomen, hadden ze die vraag niet gesteld. ‘Prins Bernhard? Leuk spannend romantisch schelmenverhaal!’ Maar die eerstegolffeministen hebben natuurlijk een waanzinnig spannend en heldhaftig leven geleid.”

Vecht zag ook meteen een „groot komisch potentieel”: „Nederland was rond 1870 wat vrouwenrechten betreft Saoedi-Arabië. De argumenten van Aletta’s tegenstanders zijn soms zo absurd dat het ook lachwekkend is.” En dus is Aletta een komediemusical, waarin ook het pessarium een nummer zingt. „Over dat Aletta zich niet alleen hoeft te voelen, omdat het pessarium óók klappen krijgt.”

Soms wordt het donker om me heen / dan zit ik klem en alleen / en krijg ik weer een lading zooi over me heen

Vecht: „We hebben geprobeerd komedie en ontroering in een perfect evenwicht te krijgen.”

Opera

„Toen Otto Frank hoorde dat we een musical over zijn dochter wilden maken, zei hij in eerste instantie nee”, vertelt Enid Futterman (82), die het originele script van Yours, Anne schreef, vanuit New York. „Hij dacht eerder aan een opera.” Toen Futterman driekwart van het script af had, spraken ze af. Dat was op 4 augustus 1975, precies 31 jaar na de arrestatie van Anne en haar mede-onderduikers. „Otto begreep dat het respectvol zou worden. Tien minuten later zei hij: ik zal je de rechten geven.”

Het zou nog tien jaar duren voordat Yours, Anne in première ging in New York – dat had vooral te maken met de onervarenheid van Futterman als musicalschrijver, zegt ze. In 1985 waren de recensies nog gemengd, zegt Futterman, maar ze werden positiever na daaropvolgende versies in het Verenigd Koninkrijk, België, Zuid-Afrika, Japan, Brazilië en uiteindelijk ook in Nederland. NRC gaf in 2010 drie ballen: „Smakeloos is deze nieuwe Je Anne allerminst.”

Futterman: „Veel recensies beginnen met, en nu parafraseer ik, ‘Ik weet wat u denkt, maar deze musical is oké.’ Er bestaat een angst dat Anne Frank gaat zingen en dansen [ze danst overigens niet in de musical]. Waarom? Een musicalverhaal kan donker en verdrietig zijn.” Al moet het einde van een musical wel enige hoop bevatten, vindt Futterman. „Natuurlijk, de dood van Anne Frank en haar mede-onderduikers was tragisch. Maar door het schrijven van dat dagboek is ze haar dood ontstegen. Daar zit de hoop.”

Jukeboxmusicals

„Als ik word gevraagd om iets te schrijven over een historische figuur, vraag ik me af of die iets te zeggen heeft over deze tijd”, zegt Nathan Vecht, die ook scripts voor toneelstukken en tv-series schreef, zoals de dramaserie Het jaar van Fortuyn. „Toen ik de biografie over Aletta Jacobs las, dacht ik meteen: haar strijd is heel erg van nu. En die werd in de vijf jaar dat we dit nu aan het maken zijn helaas alleen maar actueler. Vrouwenrechten staan steeds meer onder druk.”

Volgens Frans van Deursen (63), de liedtekstschrijver van Willem van Oranje – De Musical, was de relevantie van een zestiende-eeuwse figuur „na het lezen van de nodige biografieën” direct duidelijk. „Hij wilde katholieken en protestanten die elkaar naar de strot vlogen, verbinden.” Deze gepolariseerde tijd kan zo’n verbinder nu ook gebruiken, vindt hij. „Dat is wel een beetje waar [scriptschrijver] Theu Boermans en ik de voorstelling naartoe hebben willen brengen.”

Een goede biografische musical ontstijgt het persoonlijke verhaal, zegt Sanne Thierens, die promoveerde op de musicals van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink. „De Mol en de Paradijsvogel (2023) vond ik goed. Die ging niet alleen over het carrièrepad van de acteur en tv-persoonlijkheid Albert Mol maar ook over grotere thema’s: hoe was het om een homoseksuele man te zijn in de jaren vijftig en zestig, en hoe verhoudt dat zich tot een vluchteling-dragartiest anno nu? Beiden zijn op zoek naar een plek om zichzelf te kunnen zijn.”

Dat zichzelf overstijgende aspect ontbreekt vaak in wat Thierens ‘jukeboxmusicals’ noemt: musicals die zijn geschreven rond bekende nummers van een zanger of liedjesschrijver. „Artiesten hebben niet per definitie een boeiend levensverhaal, vaak blijft het bij hun weg naar roem.” Het is vaak interessanter om bekende nummers te combineren met een origineel verhaal, vindt ze, zoals Mamma Mia! deed met ABBA-nummers, of de musical Doe Maar! met die van Doe Maar.

Ambitie

Om in aanmerking te komen voor een musical, moet je als historische figuur ambitie hebben, zegt Van Deursen, die vóór zijn schrijverscarrière in musicals speelde (Miss Saigon, Aida, Ciske de Rat) en series (In de Vlaamsche pot, Baantjer), en Mark Rutte vertolkte in het sketchprogramma Koefnoen. „Je moet iets willen bereiken, en daarin het liefst gedwarsboomd worden. Dat levert drama op.” Het hoeft niet per se een goed iemand te zijn, zegt hij. „Vaak is iemand met een randje net iets interessanter. Die heeft namelijk nog iets te ontwikkelen, kan nog een catharsis doormaken.” Catharsis, zuivering, de protagonist krijgt dan een groot inzicht, vaak tegen het einde van de voorstelling.

Is van een héél slecht persoon een musical te maken? Zeg, Willem Holleeder? Ridouan Taghi? „Stephen Sondheim heeft een musical gemaakt over een seriemoordenaar, Sweeney Todd [1979]”, zegt Vecht, al is dat geen historische figuur; er heeft waarschijnlijk nooit écht een kapper bestaan die de kelen van zijn klanten doorsneed. „Sondheim zou het kunnen”, zegt Enid Futterman op de vraag of een musical over de veroordeelde zedendelinquent Jeffrey Epstein mogelijk zou zijn. „De schrijver moet dan behoorlijk geniaal zijn.”

Vecht: „Uiteindelijk is de vraag heel simpel: zit er in de protagonist groot drama? Dat kan liefde zijn of dood. Als dat er niet is, wordt het wel een uitdaging.” Op ‘Rob Jetten de musical’ – atletiekcarrière loopt vast door blessure, maar blijkt politiek talent en kan ineens de eerste openlijk homoseksuele premier van Nederland worden, en oh ja: ontmoet knappe Argentijn in de supermarkt – wordt daarom lauwtjes gereageerd door de Nederlandse schrijvers. „Premier worden an sich is niet dramatisch genoeg”, zegt Vecht. „Tenminste, ik hoop voor Rob Jetten dat zijn leven geen musicalmateriaal wordt. Het is sowieso lastig iets te maken over iemand die nog midden in het leven staat. Zijn verhaal is nog niet af.”

„Wat ik wél interessant aan hem vind”, zegt Lars Boom (79), de schrijver van Boni de musical, en die naast komedieseries als Zeg ’ns Aaa en Oppassen!!! scripts schreef van musicals over Johnny Jordaan (1997) en Jacques Brel (2003), „is dat hij eerst Robot Jetten werd genoemd. Nu is hij losgekomen. Wie zaten daarachter? Door wie is hij gevormd en naar voren gepusht? Ik zie een scène voor me waarin zijn vriend zegt dat hij zich niet zo moet laten sturen door anderen, maar de kracht moet vinden in zichzelf.”

Nathan Vecht kreeg laatst een verzoek van een tv-producent om na te denken over een serie over de gevallen Jumbo-directeur Frits van Eerd. „Die producent vinkte al elk vakje af in haar hoofd: een soort Breaking Bad-achtige gangster, iemand uit de bovenwereld in de onderwereld, met een ijskast vol geld. Ik ben me er toen een beetje in gaan verdiepen, maar concludeerde dat er niks in zat. Mijn indruk was dat het een goeiige, gewoon wat onhandige man was. Daar zit geen drama in, geen conflict. Mensen die een grote rol spelen in het publieke domein hoeven geen interessante binnenwereld te hebben. Maar misschien zit ik er helemaal naast en komt er binnenkort een fantastische serie over hem uit.”

Een serie is voor hem in dat opzicht niet anders dan een musical. „Je moet weten welk verhaal je wil vertellen.”

Grote emoties

Als je dat weet, dan weet je ook wanneer personages moeten gaan zingen. „Om de zangmomenten te kiezen, moet je je afvragen: vindt er een ontwikkeling plaats?”, zegt Futterman. „Stephen Sondheim zei eens dat een goed musicalnummer een mini-voorstelling op zichzelf is. Het moet het verhaal voortstuwen.”

Frans van Deursen: „De nummers zitten vaak bij de emotie. Dat zijn de scharniermomenten, de momenten dat het personage naar binnen gaat.” Maar juist over zijn emoties is bij Willem van Oranje weinig bekend. „Er zijn geen dagboeken overgeleverd.”

De eerste versie van het script had nog helemaal geen liedjes. Zodra ze hadden bepaald waar de „psychologisch interessante momenten” zaten, vervingen ze die scènes voor een nummer. In het laatste nummer voor de pauze van Willem van Oranje – De Musical zit Willem van Oranje helemaal aan de grond. „Hij heeft een belangrijke veldslag verloren, zijn broer is dood, hij is al zijn geld kwijt”, zegt Van Deursen. „Hij moet het anders gaan aanpakken, bedenkt hij, minder gericht op eigenbelang. Nu moet ik doen wat het volk van mij verwacht, zingt hij, moet mijn belang verruilen voor het hunne.” Later mailt hij de rest van de tekst:

Ik zal dit dwarse volk verbinden al kost het me mijn kop / ’t Is niet gedaan! De strijd nog niet gestreden / Met de dood in het vizier tegen alle klippen op / Weg uit de duisternis van het verleden.

Van Deursen: „Het nummer legt de kiem van zijn ontwikkeling tot Vader des Vaderlands.”

Veel vrouwen

Een andere uitdaging voor het script waren de vrouwen. „Willem van Oranje heeft heel wat vrouwen versleten, en waarschijnlijk ook nog een aantal waar we niet van weten”, zegt Van Deursen. „ In die tijd deden vrouwen er weinig toe, maar dan zijn ze totaal oninteressant voor een script. Sterker nog, daar kan je anno 2026 niet mee aankomen. Nu zijn ze allemaal een motor achter belangrijke beslissingen van Willem van Oranje.”

In hoeverre is dat de geschiedenis verdraaien? „Je mag de waarheid liegen”, zegt Lars Boom, de schrijver van de musical over Boni, de Surinaamse vrijheidsstrijder. „De geschiedenis is vaak geschreven vanuit het perspectief van de machthebbers. Tussen de regels blijft veel ruimte over die jij als schrijver mag invullen. Als het maar waarachtig is, als het maar zo zou kunnen zijn gegaan.”

Over Boni zijn al helemaal weinig historische bronnen. „Hij is een mythische figuur geworden”, zegt Boom. Hij gaf een grote rol aan de goden waarin de naar het binnenland gevluchte slaafgemaakten en hun nazaten, de Marrons, geloofden. „Zo laat de watergodin Watramama het afgehakte hoofd en handen van Boni in de rivier zinken, zodat het bewijs van zijn dood verdwijnt.”

„Wij waren gedwongen om het verhaal te verdichten”, zegt Frans van Deursen. „De Tachtigjarige Oorlog heeft best lang geduurd. Willem van Oranje heeft weet ik veel hoeveel veldslagen geleverd. Die kan je niet allemaal in 2,5 uur proppen. De eerste versies van ons script waren ook allemaal te lang. We hebben nu belangrijke veldslagen eruit gelaten.”

En ook, als je vier gearrangeerde huwelijken erin wil, ben je flink wat scènes verder, zegt Van Deursen. „Daarom hebben we van Charlotte de Bourbon en Louise de Coligny één vrouw gemaakt, en met-een een vertelfunctie gegeven. Louise de Coligny heeft de eerste biografie van Willem van Oranje geschreven, dus dat was een logische keuze. Zij heeft ook een groot deel van zijn leven meegemaakt.”

De eerste versie van het script was – Van Deursen zoekt het bestand even op – op 27 mei 2022 klaar, en nog steeds, nu de musical gestalte krijgt op het podium, worden grote delen geschrapt. Dat was bij Soldaat van Oranje niet anders, zegt hij. „Toen stonden we na de eerste doorloop pas om één uur ’s nachts buiten. Dat script was veel te lang.”

Aletta Jacobs’ strijd voor vrouwenkiesrecht liet zich ook niet lekker in een musical gieten, vertelt Nathan Vecht. „Dat was feitelijk een lobbycampagne. En wat is een lobby? Een groepje mensen dat iets zegt tegen een ander groepje mensen. Dus we waren er al snel achter: dit verhaal moet eigenlijk een liefdesverhaal zijn, over iemand die voortdurend op zoek is naar medestanders. Dat doet ze met drie feministische mannen: haar vader, premier Thorbecke en haar geliefde Carel. En als die drie dood zijn met de Amerikaanse Carrie Chapman Catt, met wie ze een boottocht van anderhalf jaar rond de wereld maakte om campagne te voeren voor het vrouwenkiesrecht. Die intermenselijke relaties zijn het meest invoelbaar voor ons gewone mensen.” Alle mannelijke tegenstanders voegden ze voor de helderheid samen tot één personage: Jan Dijkman. Die wil voorkomen dat ze op de universiteit terechtkomt, dat ze kiesrecht krijgt, dat ze blijft werken als ze trouwt. Ook Wilhelmina Drucker komt voorbij, naar wie de Dolla Mina’s zijn vernoemd. „Zij zegt op een gegeven moment: waarom gaat deze musical over jou en niet over mij? Zo spelen we ook met het gegeven: wie vertelt nu eigenlijk het verhaal?”

Ook Vecht schreef eerst alleen scènes. „Daarna hebben we gekeken welke scène beter in dialoog kan, en welke in een lied. Al is het zo zwart-wit uiteindelijk ook niet. Vaak is een scène deels gezongen.” De 21 nummers proberen ze zo veel mogelijk in dialoog te laten overlopen. „Zodat het voelt als één achtbaanrit.”

Een musical is al met al een „krankzinnig lastige puzzel”, zegt Nathan Vecht. „Maar als het lukt, die puzzel, „dan is dat wel iets magisch. Dan benut je theater ten volste.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next