Home

De eerste drie maanden van haar leven had Emily een andere naam

Memoir In Adoptica loopt schrijver en beeldend kunstenaar Emily Kocken tegen allerlei verkeerde of achtergehouden informatie aan en wordt pijnlijk duidelijk dat haar adoptiegeschiedenis een gekunsteld verhaal is.

Familie Kocken, Toms River, New Jersey, 1969.

Emily Kocken: Adoptica. Querido, 392 blz. € 26,99

„Weten dat je bent afgestaan is een constante worsteling met je identiteit, je voelt je buitengesloten van wat er om je heen normaal is of lijkt”, schrijft Emily Kocken in haar nieuwe werk Adoptica, waarin zij haar eigen adoptiegeschiedenis onderzoekt. Na twee eerdere romans, heeft de schrijver en beeldend kunstenaar voor dit werk een bijzondere hybride vorm gevonden waarin memoir, essay en fictie elkaar afwisselen. De inhoud stuwt, want waar komt „het drijfzandachtige gevoel van afwijzing” precies vandaan en hoe kan het dat een geslaagde adoptie tegelijkertijd ongewenste wonden nalaat?

Kocken onderzoekt wat je van een ander nodig hebt om jezelf te duiden – een vraag die zich specifiek opdringt bij een adoptieverhaal, maar tegelijk het particuliere overstijgt: de vragen die worden opgeworpen zijn vooral heel menselijk. Het begint bij iets elementairs als je naam, stelt Kocken wanneer ze erachter komt dat ze aanvankelijk, de eerste drie maanden van haar leven, vóór ze geadopteerd werd, anders heette: „Emily betekent iets anders dan Thalia”. Er bestaan allerlei open plekken in haar levensverhaal, die vragen oproepen en knellen, zoals of de emigratie van haar adoptieouders een verkapte vlucht was (waarvoor dan?), waarom het opgroeien in het adoptiegezin een strijd werd en hoe de hereniging met haar biologische moeder allerminst verlossing of antwoorden biedt.

Op indringende wijze toont Kocken de specifieke vorm van onzekerheid die adoptie meebrengt tussen ouders en kind: horen ze wel bij elkaar? In een ruzie kan er naar het scherpst mogelijke woordwapen gegrepen worden, „Had ik je maar nooit geadopteerd!”, zoals Kocken uit eigen ervaring vertelt, waarbij pijnlijk duidelijk wordt dat een adoptiegeschiedenis onvermijdelijk een gekunsteld verhaal is: een oorspronkelijk leven wordt uitgewist, een nieuw leven wordt vormgegeven. In de zoektocht naar haar oorsprong en de betekenis ervan, loopt Kocken tegen allerlei verkeerde of achtergehouden informatie aan, zoals de reden dat zij als baby ter adoptie werd afgestaan en wat het laatste moment was dat zij en haar biologische moeder elkaar zagen.

Gefluister

De kennis die ze wél heeft, kent ook zijn eigen gewicht. Zo komt ze voor een groot probleem te staan wanneer het haar als kind verboden wordt om te vertellen dat ze geadopteerd is. Waar ze zich aanvankelijk uitverkoren voelde, keert die uitzonderingspositie zich tegen haar, zo schrijft ze in een ontluisterende passage: „Een kind in de klas fluistert, Emily is een aangenomen kind; aangenomen kind, fluisteren meer kinderen, het gefluister wordt luider, ik doe alsof ik doof ben, ik ben ziende blind, kijk eens hoe mooi ik schrijven kan met mijn oogjes dicht, ik ben moeder, vader, opa, oma, kind en zus ineen, ik ben de zee van alle staten, ik ben de boot van de Europeanen die naar de Verenigde Staten varen, ik ben het zinkend schip.”

Kocken put uit een doorleefde bron van herinneringen en feiten, maar zet effectieve romantechnieken in om van Adoptica een uitzonderlijk boek te maken. Zo zet ze de slimme dialoog met de ‘Filmmaker’ – een ogenschijnlijk fictief personage – in, waarin hij doorvraagt over eerder beschreven scènes en Emily zich vervolgens een onbetrouwbare verteller toont, door te antwoorden: „Ik heb een paar details uit de anekdote weggelaten.” De anekdote in kwestie is een moment waarop ze geconfronteerd wordt met haar schaamte voor haar gehandicapte oom. Wat ze later toevoegt is het gegeven dat het zich afspeelt in het huis van haar adoptieouders, waar schaamte sowieso een grote rol speelde binnen de kwestie familie: schaamte voor het niet zelf kunnen krijgen van kinderen, schaamte voor de verwantschap met een persoon die het downsyndroom heeft.

Er wordt openlijk en nauwgezet naar een plot toegewerkt (wat is er thuis gebeurd tijdens de opvoeding en waarom heeft haar biologische moeder gelogen?), wat ik hier niet zal weggeven. Wat met elkaar samenhangt of in betekenis met elkaar verbonden is, wordt bijeengebracht met soepele sprongen in de tijd. De gefragmenteerde stijl werkt bijzonder goed, niet alleen krijgt de vertelling een poëtische toets (prachtige ritmische zinnen, beelden, herhalingen), ook laat het heel mooi de kracht zien van een gebroken verhaal dat de auteur actief en bewust bij elkaar probeert te houden. Zo gaat Adoptica niet (alleen) over een adoptiegeschiedenis, maar vooral ook over de kracht van taal en verhalen vertellen.

Door het schrijfproces zelf ook in beeld te brengen, krijgt Adoptica nog een laag extra en weet ze de bijzondere samenkomst van auteur én ervaringsdeskundige optimaal te benutten: „Schrijven over jezelf is een onmogelijke oefening in scherp zijn en toch zacht blijven, je moet diep gaan en afstand houden, als een schilder voor een zelfportret, de ogen dichtgeknepen.” Zo bezien kon niemand anders dan Kocken dit boek schrijven, maar is het van grote waarde voor welke lezer dan ook.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next