Home

Zuid-Afrikaanse film ‘Variasies op ’n tema’ wint belangrijkste prijs op wisselende editie van filmfestival van Rotterdam

IFFR 2026 De grote prijswinnaar van het IFFR was ‘Variasies op ’n tema’, een Zuid-Afrikaanse documentaire die succesvol danst op het IFFR-koord van experimenteel, mainstream en crowdpleasing. Deze festivaleditie was er één van vallen en opstaan.

Still uit ‘Variasies op ’n tema’.

‘Voordat ik een vraag stel, wil ik graag even zeggen: dít had de openingsfilm moeten zijn!” Luid applaus. Zo begint een bezoeker zijn bijdrage aan de Q&A met regisseur Paloma Aguilera Valdebenito van Treat Her Like a Lady, afgelopen maandagochtend op het International Film Festival Rotterdam (IFFR).

Het festival begon vorige week donderdag met een valse start. Openingsfilm Providence and the Guitar paste weliswaar goed bij de meer geëngageerde koers van het festival, maar zijn zwierige declamaties over kunst in barre tijden schoten bezoekers na luttele minuten al in het verkeerde keelgat. Drommen aanwezigen verlieten de zaal. Hetgeen kennelijk verwacht was, regisseur João Nicolau noemde de film in zijn praatje al „een dappere keus”.

Het favoriete gespreksonderwerp van festivalbezoekers was in de eerste dagen dan ook: wat was een betere openingsfilm geweest? Een vraag zonder foute antwoorden.

Het beste medicijn tegen de kater bleek: meer film. De hele week bleven er amper zalen leeg – bij de maandagochtend-vertoning van de Nederlandse publieksfavoriet Treat Her Like a Lady was elke stoel gevuld. Nu het festival zijn laatste weekend is ingegaan met de bekendmaking van de prijswinnaars, is die kater goed en wel weggedronken.

Prijs voor beste debuut- of tweede film

De ‘Tiger Award’ (voor beste debuut- of tweede film) werd dit jaar toegekend aan de poëtische, Zuid-Afrikaanse documentaire Variasies op ’n tema over Ouma Hetti, die al decennia tevergeefs wacht op eerlijke compensatie voor haar vader. Hij vocht in de Tweede Wereldoorlog, en werd bij terugkomst bedankt met Apartheid en dezelfde bokken die hij jaren eerder had achtergelaten op zijn schrale akker naast de Kamiesbergen. De documentaire voelt behekst: door de natuur en haar mysterieuze ritmes, een bijna tastbaar hiernamaals, en de geest van onderdrukking. Nóg zo’n film die danst op dat IFFR-koord tussen activisme, experiment en crowdpleasing: ditmaal met succes, Variasies op ’n tema was een van de weinige publieksfavorieten onder de Tiger-films.

De twee juryprijzen in de Tiger-competitie gingen naar La belle année, een video-essay waarin regisseur Angelica Ruffier op zoek gaat naar de lerares Frans op wie ze ooit verliefd was. En naar Supporting Role, over een gewezen Georgische filmster die na vijftien jaar terugkeert in een filmindustrie die hem vergeten is. In The Big Screen-competitie, waaraan ook veteranen meedoen, won Master: Rezwan Shahriar Sumits film over een leraar uit Bangladesh die de politiek ingaat en langzaam transformeert tot bruut autocraat.

De aandacht voor de Tiger-competitie sneeuwde dit jaar onder door andere evenementen. Dat kan ook bewust zijn. Het ‘grote broer’-festival in Berlijn (over een week van start) organiseert sinds kort óók een prijs voor beginnende filmmakers. Daarmee snoept het ongetwijfeld films af van IFFR’s tijgers. Verlegt IFFR het accent naar, bijvoorbeeld, de Big Screen-competitie?

Technowoestijntrip

De evenementen waren evenwel de aandacht waard. Het eerste weekend waren er goedbezochte Tiger Talks met regisseur Kleber Mendonça Filho (The Secret Agent), eregast Hiam Abbass, en wereldberoemd acteur John Lithgow (Jimpa). Toch miste er een écht grote gast, eentje van het kaliber Debbie Harry of Paul Thomas Anderson, die de stad vacuüm lijkt te trekken met haar of zijn aanwezigheid.

Gelukkig was er de presentatie van het Displacement Film Fund om die rol te vervullen. Cate Blanchett en dichter Amanda Gorman presenteerden vijf kortfilms van ontheemde regisseurs (onder wie de Iraanse meester Mohammad Rasoulof). Een avond waar het publiek snikkend uitkwam.

Ook een ander jong festivalprogramma was een hoogtepunt. Het Rotterdam-programma (RTM) doet, vijf jaar na de eerste editie, precies wat het moet doen: jonge, lokale talenten aantrekken. Nergens was de hipheid zo hoog en de gemiddelde leeftijd zo laag als daar, waar conceptuele kunstfilms als Vincent Boy Kars’ Bubble bubble en volksdocs als Pretpark Hennie naast elkaar in première gingen.

De activistische toon van het festival werd doorgezet bij de CineMart, de IFFR-filmmarkt waar professionals elkaar ontmoeten. In de jaren negentig smeedde IFFR hier een nauwe band met de Amerikaanse ‘indie-wereld’, die regisseurs als Kelly Reichardt en Todd Haynes naar het festival bracht. Dat lijkt nu terug te keren, vertelde Martan Rabarts, hoofd van IFFR Pro. Het veranderende culturele klimaat van de VS maakt Rotterdam interessant voor daar onwelgevallige stemmen. Ook voor de opkomende Braziliaanse en Aziatische filmindustrieën speelt Rotterdam een grote rol, en er is sinds kort een markt voor ‘ontheemde filmmakers’.

Minder zalen, minder films

Toch was ook dit jaar een krimp te merken. De Raad voor Cultuur besloot in 2024 de vaste rijksbijdrage van 2 miljoen euro niet meer voor inflatie te corrigeren. Dat resulteert dit jaar in minder films: 441, tegenover 482 vorig jaar. En in minder bioscoopzalen: IFFR had dit jaar slechts drie zalen in bioscoop Cinerama, die daarnaast reguliere films vertoont – fnuikend voor het festivalgevoel. „Het wordt elk jaar wat minder”, was de dodelijke conclusie van een crewlid.

Misschien zijn die bezuinigingen ook de reden dat de ‘Immersive Media’-projecten wel érg ver van het festivalhart liggen. Veel bezoekers maakten de reis naar de koude ruimtes in Katoenhuis en Brutus Art Space niet. Zonde, je gunt het iedereen even met VR-bril te veranderen in een pratende, Belgische plant (The Great Escape); of een kat in de psychose van een eenzame Japanner (If You See a Cat). Vooral kunstinstallatie Krakatao was een transcendentale ervaring. Een nimmer aflatende stroboscoop flitste je in het gezicht in een énorme fabriekshal, terwijl je keek naar een kunstfilm over een Javaanse visser die afdaalt naar de aardkern tijdens de uitbarsting van de vulkaan Krakatau. Helaas was het in Katoenhuis zo koud dat zelfs de lavafonteinen je niet konden warmen.

Het verweer: het wás er tenminste wel. En veel was er. Van de festivalhits die je al maanden wilt zien (The Secret Agent, Sirat) tot de nodige verrassingen. Zoals Gouden Kalf-winnaar Tom Fassaerts Between Brothers, over de band tussen zijn vader (psycholoog) en oom (patiënt) terwijl ze op zoek gaan naar hun vader.  

Zaterdagavond sluit het festival af met een Franse thriller: Bazaar (Murder in the Building). Publiek en organisatie zullen na de teleurstellende opening zwetend in de Schouwburg plaatsnemen. Niet nodig. Bazaar is een publieksvriendelijke Rear Window-hommage in modern Parijs. Hij overleeft de vergelijking met Hitchcock weliswaar niet, maar zal naar verwachting weinigen mopperend de zaal uit sturen. IFFR 2026 begon met een spijkerbed, maar lag uiteindelijk als een boxspring.

Source: NRC

Previous

Next