Fotografiemuseum Het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam opent na een onstuimige periode in een nieuw pand. Naast de Eregalerij voor Nederlandse fotografie en een prominente plek voor de collectie zijn er twee tijdelijke tentoonstellingen: ‘Rotterdam in Focus’ en ‘Ontwaken in blauw’.
Interieur van het nieuwe Nederlands Fotomuseum in Pakhuis Santos te Rotterdam.
Voordat je de tijdelijke tentoonstellingen binnenloopt op de vierde en vijfde verdieping van Pakhuis Santos, het nieuwe pand van het Nederlands Fotomuseum, zijn er al honderden foto’s in je blikveld verschenen. Vanuit het grote open trappenhuis in het midden van het pand loop je op de eerste verdieping langs de 99 beelden uit de Eregalerij van de Nederlandse fotografie. Kijk: een Viviane Sassen!
Rotterdam in focus. Fotografie van de stad 1843 – nu, met werk van onder anderen Cas Oorthuys, Hans Aarsman, Eva Besnyö en Otto Snoek. Van 7 februari t/m 24 mei.
Ontwaken in blauw. Een ode aan cyanotypie, met werk van onder anderen Anne Geene, Maryam Touzani, Pai Dekkers en Yasmijn Karhof. Van 7 februari t/m 7 juni.
Info: nederlandsfotomuseum.nl
Op de tweede passeer je honderden foto’s uit de collectie, die worden gepresenteerd in een verlichte fotowand. Hier vind je ook spannende inkijkjes in het depot, waar negatieven, dia’s, afdrukken en andere fotografische objecten liggen opgeslagen. Achter glas krijg je een sneak preview van een nieuwe aanwinst: een paar grote strandportretten van Rineke Dijkstra die het museum vorig jaar aankocht.
Op de derde nog meer foto’s op de glazen wanden die een blik achter de schermen bieden in de ateliers voor conservering en onderzoek. Hé, Ed van der Elsken! Een conservator is er op de dag dat de pers komt kijken druk in de weer met flesjes en pigmenten.
Het museum, dat dit weekend na een omstuimige periode – ontslag van de vorige directeur, een uitgestelde opening – eindelijk haar deuren voor het publiek opent, kon het nieuwe pand aan de Rijnhaven in 2023 kopen en inrichten dankzij een schenking van zo’n 40 miljoen euro door de Stichting Droom en Daad. In het vorige pand was het museum maar liefst 30 procent van het budget kwijt aan huisvesting, een onwenselijke situatie, vond de directie.
Bovendien bood het oude pand te weinig mogelijkheden voor de hoognodige uitbreiding van het depot. Het museum heeft met 6,5 miljoen fotografische objecten een belangrijk deel van de nationale collectie en een van de grootste museale fotocollecties ter wereld. In 2028 zullen dat er naar verwachting 7,8 miljoen zijn – daar was ruimte voor nodig, en die is er nu.
Open ateliers in het Nederlands Fotomuseum.
Open depots in het Nederlands Fotomseum.
Pakhuis Santos is ongeveer 1.000 vierkante meter groter dan Las Palmas, „maar het is vooral veel efficiënter ingedeeld”, laat een woordvoerder weten. Het museum rekent dit jaar op 100.000 bezoekers, in 2024 waren dat er zo’n 60.000 (in 2025 sloot het museum al in mei de deuren in verband met de verhuizing).
Op de vierde verdieping trapt het museum deze week af met de tijdelijke tentoonstelling Rotterdam in focus. Fotografie van de stad 1843 – nu, waar ruim driehonderd stadslandschappen te zien zijn. De oudste foto komt uit 1843 en toont de Leuvehaven. Uit 2025 is er beeld van de Rotterdamse fotograaf Florian Braakman, die kleurige geveldoeken maakt om bij verbouwingen aan steigers te worden gehangen.
Delfshaven, 1910.
De expositie is samengesteld door freelance curatoren Frits Gierstberg en Joop de Jong. Ze maakten in 2015 en 2020 ook samen grote exposities over de stad Rotterdam en Gierstberg was tot 2024 senior curator van het Fotomuseum maar vertrok uit onvrede met het beleid. De twee kozen voornamelijk voor (weidse) stadgezichten, panorama’s, (architectuur)foto’s waarin strakke grafische lijnen domineren en desolate beelden van rafelranden met industrie op de achtergrond. Mensen zie je weinig, dieren nog minder. Een enkele keer zijn er foto’s waarop zoveel mensen staan dat ze juist daardoor volstrekt anoniem worden – voetbalfans die Feyenoords landskampioenschap vieren op het Hofplein, strandgangers bij Hoek van Holland. Ze lijken vooral bedoeld om de grootsheid en de massaliteit van het stadse leven te benadrukken.
In de boordevolle presentatie – de ruimte voelt soms wat krap voor zoveel beeld – hangt oud naast hedendaags, klein naast groot, beroemd naast onbekend. Er is film en er zijn 42 stereofoto’s die voor het eerst worden getoond. Foto’s worden gepresenteerd met en zonder lijst, in vitrines of als kartonnen leporello op een tafel. Er zitten indrukwekkende en fantastische beelden bij: een gebombardeerd stadcentrum (Eva Besnyö, 1940), de eenzame man die op z’n brommertje tussen de industrie van Pernis tuft (Cas Oorthuys, 1957-1958), geitjes in een nieuwbouwwijk in Alexanderpolder (Hans Aarsman, 1993), een immens containerschip op de Nieuwe Maas (Freek van Arkel, 2003). De foto’s in deze expositie zijn niet alleen afkomstig uit de collectie van het Fotomuseum, er werd geleend bij het Stadsarchief Rotterdam, de Koninklijke Verzamelingen en het Maria Austria Instituut.
Rotterdam Phototechnical DepartmentRacinestraat, 1962.
Willemswerf, 1988.
Zo’n divers en groot aantal foto’s van zoveel spektakel van architectuur en skylines, van al dat beton en glas en staal, vaak van een afstand of van grote hoogte gefotografeerd, werkt ook wel een beetje vervreemdend. Het is goed dat de samenstellers ervoor kozen in ieder geval een paar fotografen in de tentoonstelling op te nemen die juist de stadsbewoners zelf centraal stellen. Janine Schrijver bijvoorbeeld, met ‘Mijn Rotterdam’, een project uit 2014 waarin ze jongeren fotografeerde en ze aan het woord liet over hun stad. Een welkome menselijke noot in deze urban jungle.
‘De Hoek’ van Holland, 2015.
Een verdieping hoger toont het Fotomuseum met Ontwaken in blauw een gevarieerd overzicht van hedendaagse kunstenaars en fotografen die werken met de cyanotypie – een ambachtelijke en trage techniek waar geen camera of lens bij komt kijken. Door een drager (papier, textiel, keramiek) te behandelen met een lichtgevoelige laag en daar planten of andere voorwerpen op te leggen en vervolgens aan licht bloot te stellen, ontstaan er afdrukken in een diepblauwe kleur.
De expositie opent met 307 reproducties van negentiende-eeuwse cyanotypieën van de ‘oermoeder van de cyanotypie’, Anna Atkins, uit het beroemde fotoalbum Photographs of British Algae. Ernaast zien we hedendaags werk van Pai Dekkers, die het werk van Atkins een paar jaar geleden in het Rijksmuseum zag en gelijk verkocht was. Hij focust op Zeeuws zeewier. Suzette Bouwsema legt oceaanplastic vast. Anne Geene maakt een grappige variant met kronkelige mierenroutes. Alledrie blijven ze redelijk dicht bij Atkins’ aanpak.
Ascophyllum nodosum(Knotswier), 2020.
Glithero, Blueware vases, 2010. Collectie Design Museum Den Bosch.
Anders gaat de Zwitser Vincent Zanni te werk: in zijn fotografische installatie La Maison, vier tanks die zijn gevuld met water, hangen cyanotypieën van zijn ouderlijk huis, afbeeldingen die door de blootstelling aan licht en water na verloop van tijd zullen verdwijnen. Het is een ontroerend kunstwerk, dat gaat over de angst voor het vergeten en het langzaam oplossen van herinneringen. Sarojini Lewis onderzoekt en herinterpreteert de koloniale geschiedenis met afdrukken op grote doeken. Marijn Kuiper gebruikt borduursels in zijn creaties over trans identiteit. Op grote doeken van Yasmijn Karhof zien we bewoners van een psychiatrisch ziekenhuis. In geluidsfragmenten horen we ze praten over hoe zij de realiteit zien, en wat dat eigenlijk is: dé realiteit.
Ann, 2021.
In een tijd van het vaak even snel en eindeloos foto’s maken op onze smartphones en met de komst van het hypersnelle AI, gaan deze makers op zoek naar vertraging. Nu zorgt een oude techniek, die makkelijk nogal esthetische resultaten oplevert, natuurlijk niet vanzelf voor interessant werk. Curator Guinevere Ras nodigde vooral kunstenaars uit die de grenzen van het medium fotografie oprekken en bevragen, en die in een verrassend frisse tentoonstelling belangrijke hedendaagse thema’s als afkomst, identiteit, ecologie en realiteit (in tijden van AI een interessant vraagstuk) onder de aandacht brengen.
Rianne van Dijck
Pakhuis Santos in Rotterdam.
Een pakhuis is per definitie publieksonvriendelijk: bezoekers hebben er niets te zoeken. Een museum is een hybride: deels moet het gastvrij zijn voor het publiek, deels besloten om de collectie en archieven te beschermen. Het was dus een hele uitdaging, zegt architect Karin Wolf van WDJARCHITECTEN, om van het nurkse Rotterdamse Pakhuis Santos uit 1902, dat eerder werd verbouwd tot een nooit-geopend warenhuis, nu een ‘huiskamer voor de fotografie’ te maken.
Dat is goed gelukt. Op de ruime, open begane grond met z’n stoere donkerrode stalen kolommen en balken staan de balie, de winkel, het café en een prachtige hoge, open bibliotheek die door grote ruiten in eikenhouten frames van de publieksruimte wordt gescheiden. Wel kun je twisten over de toevoeging van mintgroen en lavendel-roze als hedendaagse kleuren.
Aan deze transformatie ging een curieuze geschiedenis vooraf. Het pakhuis werd gebouwd voor de opslag van koffie, die werd verscheept vanuit de Braziliaanse havenstad Santos. In de jaren negentig kwam het leeg te staan, in 2000 werd het aangewezen als rijksmonument. Karin Wolf: „In 2017 wilde een nieuwe Duitse eigenaar er een designwarenhuis van maken. Toen zijn wij van het Nederlandse bureau WDJARCHITECTEN samen met het Duitse bureau Renner Hainke Wirth Zirn Architekten plannen gaan maken.”
De verbouwing was al gaande toen het gebouw in 2023 door het Fotomuseum werd gekocht, met steun van stichting Droom & Daad. „In sneltreinvaart moest dus een warenhuis worden omgezet in een museum. Het was een nieuwe opdracht aan ons als architecten, en we moesten haast maken omdat vergunningen voor rijksmonumenten altijd veel tijd kosten.” Maar de grootste uitdaging, zegt ze, zat in het collectiebehoud. „In het vorige gebouw, Las Palmas, waren de depots verstopt, hier zijn ze in het hart van het museum te zien.” Bovendien moesten ze hier in Santos los van het gebouw, als een doos in een doos, erin worden gevoegd, met isolerende vloeren en wanden.
Een grote vide is uit de vloeren gezaagd om ruimte te maken voor de trappen die de in totaal acht verdiepingen met elkaar verbinden. Om de trap heen zijn op de begane grond houten treden gebouwd als een soort podium, of tribune. Ontspannen verblijfsruimte, ja, maar het zal moeten blijken of de mensen die er zitten en de mensen die de trap op en af lopen, elkaar niet in de weg zitten. „Dit is een overblijfsel van het plan voor Santos als designwarenhuis, voordat het Fotomuseum erin kwam,” vertelt Karin Wolf. „De routing is verder hetzelfde gebleven, maar deze trappen waren als podium bedoeld voor optredens bij evenementen. Dat je erop kun zitten, komt op de tweede plaats.”
De eregalerij van de Nederlandse fotografie.
Op de eerste verdieping is de eregalerij van de Nederlandse fotografie ondergebracht en op de vierde en vijfde de expositiezalen. Daartussen staan de geklimatiseerde archiefruimten, met temperaturen van 4, 12 en 19 graden, en het restauratie-atelier. Grote ramen geven een inkijk in het archief en het atelier, en op uitgestalde objecten en foto’s uit de depots.
De zesde is deels kantoor, deels restaurant, met in de vide een aparte trap naar de zevende verdieping met 16 short-stay appartementen. Over die appartementen heen zit een sculpturale schil van gevouwen en geperforeerd aluminium, een gedurfde ingreep van de architecten waarmee het monumentale pakhuis in één klap de moderne tijd wordt ingetrokken.
In het trappenhuis zit een subtiele maar belangrijke ingreep. Het is namelijk niet één recht gat, maar verschuift steeds een beetje per verdieping. Op dezelfde wijze zijn de trappen niet pal boven elkaar gestapeld, ook die verschuiven. Je ziet het niet direct, maar tussen de lage verdiepingen voel je wel het effect: dat er beweging en ademruimte ontstaat in het hart van dit donkere, gesloten gebouw.
Met theater de Nieuwe Luxor, filmcomplex Lantaarn Venster en migratiemuseum Fenix wordt de Rijnhaven nu al het tweede cultureel centrum van Rotterdam genoemd. Pakhuis Santos ligt weliswaar niet aan het water, maar wel aan het nieuwe park dat aan de Rijnhaven wordt aangelegd. Het nieuwe Nederlandse Fotomuseum maakt de cirkel rond.
Tracy Metz
De mooiste fotografie en de beste tips geselecteerd door de fotoredactie
Source: NRC