Wat zijn dit voor vragen? Acht dilemma’s voor Jenning de Boo, Nederlands grote schaatstroef op de sprint op de Olympische Winterspelen. ‘Appelsap is een pismagneet.’
Van der Veen of De Boo?
‘Ik heb de achternaam van mijn moeder. Die heb ik gekregen omdat de naam De Boo anders zou ophouden te bestaan. We leven in 2026. Toen ik 22 jaar geleden werd geboren, was mijn vader, die Van der Veen heet, daar al niet de moeilijkste in. Jenning van der Veen klinkt ook niet lekker.
‘Mocht ik ooit kinderen krijgen en mijn vrouw zou haar achternaam willen voortzetten, dan zou ik daar nul moeite mee hebben. Ik heb een broertje en een zusje, zij kunnen zorgen dat De Boo blijft bestaan. Vlak voor zijn overlijden, toen ik afscheid ging nemen in het ziekenhuis, vertelde mijn opa hoe trots hij was dat ik deze achternaam heb gekregen. Dat maakt het nu extra speciaal.
‘Ik ken niet veel De Boos en ik ken ook niet veel Jennings. Dat bijzondere vind ik leuk. Op buitenlandse ijsbanen klinkt ‘Djenning de Boe’ over de speakers. Wel catchy.’
Thialf of Kardinge?
‘Bij Kardinge voel ik nostalgie. Vanaf mijn 6de ging ik elke zaterdag samen met mijn vader naar IJsbaan Kardinge in Groningen. Mijn ouders wilden dat ik wat energie kwijt zou raken. Ik was nogal druk.
‘Er dreigde een sluiting voor Kardinge, maar er komt nu een doorstart met een vernieuwing. Daar ben ik heel blij mee. Hopelijk worden er straks ook weer grotere wedstrijden georganiseerd. In Thialf hing het afgelopen jaar mijn naam twee keer aan de muur op de lijst met baanrecords, in Kardinge hebben ze ook zo’n lijst maar sta ik er niet tussen. Kan eigenlijk niet, hè? Ik heb daar nooit wedstrijden. Ik zou er heel graag op de muur komen.
‘Ik heb het afgelopen jaar een huis gekocht in Heerenveen, dat is praktisch voor trainingen, maar ik ben een heel trotse Groninger. Hoe lang ik ook in Friesland zal wonen, dat zal altijd blijven. Toch kies ik voor Thialf in Heerenveen. Daar train ik elke dag, ik vind het een prachtige ijsbaan.’
Het leger of het ziekenhuis?
‘Het klinkt heel gek, maar ik vind het ziekenhuis echt een lekkere plek om te verblijven. Door de rust, het strak georganiseerde en de geur die er hangt. Ik ben opgegroeid in de buurt van een ziekenhuis in Groningen. Mijn moeder heeft er vroeger rond mijn 12de langer gelegen doordat ze ziek was – dat is gelukkig allemaal goedgekomen. Ik heb er nooit slechte associaties aan overgehouden.
‘Ik zie mezelf er later wel werken. Ik ben niet vies van bloed. Ik ben een avond- en nachtmens, een nachtdienst lijkt me echt top. Mijn opa was dokter in het leger en zat vol mooie verhalen uit die tijd. Mijn plan tijdens mijn middelbare school was om na een zesjarige studie tot basisarts uitgezonden te worden met het leger. Daarna wilde ik me specialiseren in plastische chirurgie. Niet om lippen op te spuiten of een kont te vergroten, maar om mensen te helpen die bijvoorbeeld een neus missen door een vuurwerkongeluk.
‘Het is belangrijk, en daardoor in mijn ogen ook heel mooi werk. Het kan verdrietig werk zijn, maar er hangt ook wat vanaf. Ik heb een half jaar geneeskunde gestudeerd, maar besloot toen het schaatsen voor te laten gaan. Nu hoor ik weleens: je kunt het altijd erna doen. Nog steeds ben ik er gepassioneerd over, maar ik hou wel een slag om de arm. Het is een lange studie. Ik weet niet hoe lang mijn schaatscarrière zal duren en hoe ik er daarna in sta.’
Appelsap of champagne?
‘Appelsap. Het afgelopen jaar heb ik best veel dopingcontroles gehad. Liever heb ik dat ze bij mij tien buisjes bloed afnemen, dan de controle van een buisje urine die we na een race kunnen krijgen. Als ik na een race moet plassen, lukt dat nooit. Het helpt daarbij niet dat ik voor een race altijd door de spanning al een zenuwplasje heb gedaan.
‘Sommige mensen plassen op commando. Ik zit altijd als allerlaatste te wachten tot het komt, met mijn blote voeten op een koude vloer; dat zou helpen om te kunnen plassen. Of ik loop een rondje om Thialf, met een chaperonne – de verplichte procedure – erachteraan. Ik ben weleens om half een ’s nachts teruggekomen in het hotel terwijl ik om half negen al klaar was met schaatsen.
‘De fysio’s hebben tegenwoordig altijd appelsap klaarstaan. Appelsap is een pismagneet. Daardoor gaat het iets sneller.’
Viktor An of Sjinkie Knegt?
‘An, de Zuid-Koreaan die Rus werd, werd binnen ons shorttrackteam geïdoliseerd. Iedereen wilde schaatsen zoals hij. Hij was een acrobaat op het ijs, had magische inhaalacties. Voor hem kwam je naar het stadion.
‘Maar Sjinkie is de grondlegger van het Nederlandse shorttrack. Hij, Suzanne Schulting en Jeroen Otter hebben zo veel meer voor het shorttrack gedaan dan mensen zich realiseren. Sjinkie was óók een acrobaat en iemand voor wie je naar het stadion kwam. Die iconische middelvingers die hij tijdens een race opstak naar een tegenstander; aan de ene kant kan het niet, maar aan de andere kant heeft het wel aandacht gegenereerd en daarmee het shorttrack in Nederland op de kaart gezet.
‘Vroeger keek ik vooral shorttrackwedstrijden, geen langebaan. Ik moet zeggen dat ik me geen race van bijvoorbeeld Kjeld Nuis kan herinneren, maar van shorttrackraces weet ik veel. Ook al ben ik nu langebaner, ik volg online nog steeds alle shorttrackworldcups.’
Horloges of motoren?
‘De wind in mijn gezicht. Het sturen met mijn lichaam, terwijl ik het geweld van het motorblok tussen mijn benen voel. Het gevaar, de snelheid; ik vind het geweldig. Rijden op een motor is vergelijkbaar met schaatsen op topsnelheid.
‘Ik ben bezig met het halen van mijn motorrijbewijs. Ik hou van het nemen van risico’s, van de adrenaline en de dopamine die dan vrijkomen. Ik ben niet voor niets sprinter in het langebaanschaatsen. Daar komt gevaar en snelheid bij kijken: je kunt met 60 kilometer per uur op je muil gaan. Ik ben ook niet voor niets ooit gaan shorttracken, de sport van snelheid, duwen, trekken, inhalen, finishen en vallen.
‘Maar als ik op de racefiets in de bergen een afdaling doe, ben ik heel voorzichtig. Daar kun je alleen maar verliezen als je op je bek gaat. Ik voel me er veel kwetsbaarder dan op een motor, waar ik een pak draag en een helm en een rugbeschermer. In Nederland heb je bovendien geen onoverzichtelijke bochten met een ravijn eronder.
‘Ik hou ook van mooie klokjes. Mannen kunnen weinig sieraden dragen, maar dit kan wel. Het is niet dat ik wil pronken, ik zou nooit een gouden horloge met diamanten erop kopen. Doe mij maar wat soberders. Klokjes van bijvoorbeeld een Zwitsers merk, dat alleen kenners herkennen.
‘Ik zou het vet vinden ooit een collectie op te bouwen. Ik heb wat horloges, maar geen kneiterdure exemplaren, daar had ik nooit het geld voor. Als ik op Wimbledon Jannik Sinner en Carlos Alcaraz een trofee zie hooghouden met zo’n mooi klokje om, denk ik: supergaaf. Het zou gruwelijk zijn als een horlogemerk mij ooit zou willen sponsoren. Kom maar door.
‘Maar liever een heel dikke motor voor de deur dan een dik horloge om de pols. Met een motor kun je iets dóén.’
Zitten of staan na een race?
‘Toen ik net bij mijn ploeg Reggeborgh begon, ben ik na bijna alle 1.000 en 1.500 meterwedstrijden die ik schaatste over mijn nek gegaan. Ik kwam uit het shorttrack, een tactische sport met veel races. Daar belast je je lijf anders. Ik was de uitputting door langebaanwedstrijden niet gewend. Je gaat all out.
‘Na mijn eerste 1.500 meter ging het licht uit. Ik ging echt knock-out. Er zijn foto’s waarop je me over de boarding ziet hangen voordat ik van mijn stokje ga. Onze fysio’s stonden in mijn eerste periode bij Reggeborgh altijd met een emmertje klaar. Ik was destijds bang voor de gedachte dat ik over mijn nek zou moeten gaan voor het publiek. Je wil niet dat iedereen dat ziet. Dat is niet heel schoon.
‘Ik heb geleerd te blijven staan na een race. Al doen mijn benen nog zo’n pijn, ik moet minstens een rondje blijven rijden om mijn lijf de kans te geven het melkzuur een beetje weg te werken.’
Een handtekening op jouw billen, of bij een ander?
‘Aan het einde van mijn eerste langebaanseizoen bij Reggeborgh was het WK in Inzell. Vrienden uit Groningen kwamen met de trein naar Zuid-Duitsland en hadden een shirt en een stift mee. Na afloop van het toernooi gingen we naar de kroeg, om te vieren dat ik een goed seizoen had gehad en zij gingen handtekeningen verzamelen van mensen als Erin Jackson, Kjeld, Femke (Kok, red.).
‘En toen had ik een paar drankjes op, en zette iedereen handtekeningen op mijn lijf. Overal: op mijn buik, mijn borst, mijn reet, mijn rug. Met watervaste stift, bleek later. De volgende dag ging ik naar de wc, keek in de spiegel, en dacht: o ja, terwijl ik er eerst nog om moest lachen. Maar daarna werd het schrobben, boenen, en zelfs met de make-upremover van Femke ging het er niet af.
‘Vijf dagen lang liep ik met allemaal zwarte krassen, na een week was het eindelijk weggesleten. Ik heb er wel van geleerd.’
2004geboren in Groningen
2010begonnen met schaatsen. Eerst langebaan, vervolgens shorttrack
2022wereldkampioen junioren 500 meter shorttrack
2023 terugkeer van shorttrack naar langebaan, uitnodiging Team Reggeborgh
2023 Nederlands kampioen 500 en 1.000 meter
2024Europees kampioen 500 meter
2024zilver WK sprint
2025verbetering Nederlands record 1.000 en 500 meter
2025wereldkampioen 500 meter
Jenning de Boo woont in Heerenveen en schaatst bij Reggeborgh, onder leiding van olympisch kampioen Gerard van Velde. Bij de Winterspelen in Milaan schaatst hij de 500 en 1.000 meter.
Naam
gegevens
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant