Home

In de D66-stad voel ik me niet thuis

Ik denk dat Rob Jetten een goede premier is voor Nederland. Hij is vrolijk, open, competent, beminnelijk en kameleonesk genoeg. Daar kunnen we best even mee vooruit.

En toch staat zijn politiek, die van D66, mijlenver van me af. Vreemd eigenlijk. Ik acht mezelf niet zover van het politieke midden. D66 ook, dat zou toch moeten passen?

Maar dat is alleen als je van boven kijkt op een plat politiek spectrum langs twee assen. Er ontbreekt een dimensie. Een zenith, een verticale lijn die de politiek verdeelt langs de as van de schaal waarop men zich verbonden voelt.

Onderaan de gewortelde mens, in het extreme geval type ‘Blut und Boden’. In het milde geval een mens die niet alleen ergens wil wonen, maar wil aarden. Die hecht aan land, landschap, taal, een historisch gegroeide gemeenschap. Aan de andere kant van die as, bovenin, huist de global citizen. Die het niet uitmaakt of beleid uit Den Haag of Brussel komt, geen aanstoot neemt aan ‘What can I get you?’ op het terras, die anywhere kan wonen, en zo tien nieuwe steden uit zijn mouw schudt.

Hoe zou de gedroomde D66 stad eruitzien? Een stevig formaat denk ik. Een Utrecht. Een Eindhoven. Een prettige stad om te leven en anderhalf kind groot te brengen, stel ik me zo voor.

De lucht is zuiver en koel. Overal bomen, voedselbosjes, geveltuintjes. De fatbike is uit het straatbeeld verdwenen, inclusief de mens die er ooit op zat. Er is één smal pad door de milieuzone richting een parkeerplaats, waar elke dag arbeidsmigranten worden aangevoerd en afgevoerd om een tiental afvalstromen te verwerken, te koken met onbespoten ingrediënten en voor steeds minder kinderen en ouderen te zorgen.

De bedrijven zijn innovatief: AI, chips, farma, fintech, met een wolk aan juristen eromheen. Niets heeft een schoorsteen of uitlaat. De industrie is vertrokken, de boeren ook, inclusief hun stof, mest en uitstoot.

Er wonen mooie mensen in D66-stad. Aangeharkte mensen. Ze komen hier niet vandaan en ze blijven ook niet lang. Ze werken een paar jaar aan de universiteit of in een start-up. Ze zijn fit. Iedereen rent. Met oortjes in proberen ze onzichtbare tegenstanders te verslaan, virtuele records te breken van mensen die ze nooit zullen ontmoeten. De voetbalkantines zijn gesloten bij gebrek aan vrijwilligers. De meeste kroegen ook. Bier is duur, want geassocieerd met een vroegtijdige dood. Alleen wijn valt nog onder het lage tarief want dat bleek uit wetenschappelijk onderzoek juist geassocieerd met boeken lezen.

Op de gevels staat poëzie. De Nederlandse taal is op een voetstuk geplaatst, net als de dialecten. Kostbaar nationaal erfgoed, gekoesterd maar buiten theater en speciale cultuurprojecten niet gebruikt. Want de modellen zijn veel beter in het Engels. Nederlands staat gelijk aan productiviteitsverlies. En draagt uiteindelijk ook niet bij aan een prettige inclusieve werkvloer. Iedereen moet kunnen meekomen in de stad en zich welkom voelen.

Het ziekenhuis is ondertussen rustig. De focus ligt op preventie, in de breedste zin van het woord. En dat werpt zijn vruchten af. Pech is met de juiste mindset vermijdbaar, infecties weggevaccineerd. Ziekte is een last voor de samenleving, meestal onnodig bovendien. Mensen hebben het vaak aan zichzelf te danken.

De levensregiepoli’s lopen wél goed. Mensen komen er niet alleen voor counseling over anticonceptie, abortuspil, genderzorg, een passend laatstewil-middel, maar ook voor uitgebreide genetische screening bij een kinderwens. IVF is onbegrensd opgenomen in het basispakket, inclusief embryoselectie en adaptatie. Instellingen voor gehandicapten en het speciaal basisonderwijs konden vrijwel geheel gesloten worden.

Na een lang respectvol maatschappelijk debat groeide de samenleving toe naar het uitbreiden van euthanasie, ook zonder medisch lijden. Het bleek helemaal niet de angstdroom waarvoor gewaarschuwd werd. De uitvoering verloopt sereen. Er wordt steeds uiterst zorgvuldig door experts beoordeeld of de stervenswens vrijwillig en weloverwogen is en het leven daadwerkelijk voltooid. De toename van de actieve levensbeëindiging heeft dan ook niets te maken met de nieuwe AOW-koppeling in het pensioenakkoord en de harde stijging van het eigen risico na de voltooid-levensgrens. Die maatregelen waren puur en alleen gericht op het beteugelen van zorgkosten en het sociale stelsel houdbaar te maken voor de toekomst.

Een mooie toekomst. Mensen in de D66-stad worden gezond en gelukkig oud. In een prettige omgeving. Met eigen regie. Met een competent en verantwoordelijk bestuur.

En toch, voel ik me er niet thuis.

Source: NRC

Previous

Next