Justin Torres Onderzoek doen naar queergeschiedenis kan een frustrerende ervaring zijn, weet Justin Torres, die het bekroonde Blackouts schreef. Maar, zegt hij: „Frustratie kan een vorm van plezier zijn.”
Justin Torres
Kort voor het verschijnen van zijn debuutroman We the Animals in 2011, werkte Justin Torres bij een tweedehandsboekhandel in San Francisco. Op een dag werd daar een doos vol queerliteratuur binnengebracht, zoals de lesbische klassieker The Well of Loneliness (1928) en boeken van de Franse schrijver Jean Genet (1910-1986). Maar wat de meeste aandacht trok, was een tweedelige medische studie uit 1941, getiteld Sex Variants. A Study of Homosexual Patterns. Het bleek het verslag van een onderzoek naar homoseksualiteit, inclusief interviews met tientallen homoseksuele mannen en vrouwen.
Torres was direct gefascineerd door al die gedetailleerde getuigenissen van het homoseksuele leven in de jaren dertig, en nam de studie mee naar huis. „Jarenlang wist ik niet wat ik ermee moest”, vertelt Torres (45) bij een cappuccino in cultuurcomplex Amare in Den Haag.
In 2023 verscheen eindelijk de roman Blackouts, die voortkwam uit die vondst in de boekhandel. Het boek won dat jaar zelfs de National Book Award, een prijs voor Amerikaanse schrijvers, in de categorie fictie. Nu is de Nederlandse vertaling er van de hand van Gerbrand Bakker, die erop stuitte als jurylid van de Dublin Literary Award 2025, waarvoor Torres’ boek genomineerd was. „Het trof me bij eerste lezing omdat het de essentie van queerness belichaamde”, mailt Bakker, „dat zit ’m wellicht veel meer in een gevoel dan in wat je er ook feitelijk over op papier kunt zetten.”
Justin Torres: Blackouts. (Blackouts) Vert. Gerbrand Bakker. Cossee, 320 blz. €27,99
Eerst de feiten: Blackouts vertelt het verhaal over een naamloze 27-jarige man, die op bezoek gaat bij de oude Juan op zijn sterfbed. Ze hebben elkaar tien jaar eerder ontmoet toen ze beiden waren opgenomen in een psychiatrische instelling. Nu verblijft Juan in een kamer in een vervallen gebouw dat Het Paleis wordt genoemd, waar ook andere eenzame figuren ronddwalen, in een klein stadje midden in een woestijn.
Juan wil de jonge man een project overdragen dat te maken heeft met de Sex Variants-studie. Hij vertelt over Jan Gay, de lesbische vrouw die de interviews met de vrouwelijke respondenten had afgenomen, maar die alleen in een zinnetje in de introductie van het onderzoek wordt genoemd. Jan Gay had zich ook gedistantieerd van de studie toen ze ontdekte dat haar interviews waren gebruikt in een onderzoek waarin homoseksualiteit als een psychiatrische ziekte werd behandeld.
Dan het gevoel. Door de vreemde, onbestemde locatie krijgt Blackouts iets magisch-realistisch, als een koortsdroom. Ook het verhaal is niet zo rechtlijnig als het hierboven klinkt: welk project Juan precies wil overdragen blijft vaag. Ondertussen vertellen de mannen tijdens warme nachten in Het Paleis elkaar niet altijd consistente verhalen over hun leven, deels in de vorm van een filmscript.
Het fragmentarische wordt versterkt doordat de tekst afgewisseld wordt met afbeeldingen: archiefbeelden, foto’s van kunst, en vooral veel pagina’s uit Sex Variants, waarop veel zinnen zorgvuldig zijn zwartgelakt (blacked out). De overgebleven woorden vormen weer nieuwe zinnen.
Zo is Blackouts een verhaal over het uitwissen van queergeschiedenis op meerdere niveaus: de weggemoffelde rol van een lesbische onderzoeker, de gaten in de herinnering van de mannen, de weggelakte tekst. Torres blijft bovendien opzettelijk vaag wat in het verhaal waargebeurd is.
„Het is belangrijk om zoveel mogelijk over de wereld en het verleden te weten te komen en om te beseffen dat we nooit zeker kunnen weten hoe iets zit. Ik ben geïnteresseerd in feiten, maar ook in het niet-weten, in spel en ambiguïteit. Dat is inherent aan de queer-ervaring.
„In de queergeschiedenis stuit je op veel zwarte gaten. Er zijn geen rijke archieven, zeker als je verder teruggaat in de tijd. Dus het is altijd een soort fictie.”
„De frustratie die je ervaart bij het onderzoek doen naar queergeschiedenis kan ook kunst zijn. Frustratie kan een vorm van plezier zijn. Veel kinks gaan over steeds nét niet de climax bereiken, over het precies op dat punt blijven van meer-willen. Want met zekerheid is het spel klaar. Dus een deel van dit boek is…”
„Ja. Kun je je in een toestand van ambiguïteit en onzekerheid bevinden, en er tegelijk van genieten?”
„Het boek nodigt je uit om het af en toe weg te leggen en iets op te zoeken. Het is een puzzel, dat een actieve rol vraagt van de lezer. Als een uitnodiging om verder onderzoek te doen. Of te gaan dagdromen.”
Torres’ blik blijft hangen bij een kunstwerk dat aan het plafond hangt van Amare. Het is Poppy van Zoro Feigl, een ronddraaiend gordijn van rood zeildoek. Hoe sneller het doek draait, hoe breder het uitwaaiert. „Zo spookachtig.”
„Eerst onderzocht ik naar aanleiding van Sex Variants de ondergrondse queerscene van New York in de jaren dertig. Ik probeerde biografische verhalen te schrijven op basis van de interviews in Sex Variants, als een soort historische fictie. Maar ik bleek erg slecht in het schrijven van historische fictie.”
Ook verloor hij een groot deel van zijn schrijfsels toen hij zijn laptop liet liggen in de trein. Hij had alleen nog wat stukjes die hij zichzelf had gemaild. „Dat dwong me om opnieuw naar het materiaal te kijken.
„Ook raakte ik geïnteresseerd in Jan Gay, maar ik kon bijna niets over haar vinden. Tot in 2022 in de Harper’s Bazaar ineens een artikel van Michael Waters over haar verscheen. Ik mailde de schrijver hoe ongelooflijk dat was. Zeventig jaar lang had niemand het over haar gehad. Ik vroeg of hij zijn bronnen met mij wilde delen, en dat deed hij.
„Waters was in de archieven gedoken van de partner van Jan Gay, Franziska Boas. Zij was de dochter van een beroemde antropoloog, Franz Boas, dus er was redelijk wat over haar te vinden. In Franziska’s archief zaten weer brieven van Jan. Ze hadden ook een huisgenoot, Andrew Warhola, voordat die zijn naam veranderde in Andy Warhol. De vader van Jan Gay was bovendien een beroemde Amerikaanse anarchist. Gay had dus eigenlijk een ongelooflijk netwerk.
„Maar hoe moest ik dat materiaal in het boek verwerken? Toen herinnerde ik me een van mijn favoriete boeken, Kiss of the Spider Woman (1976), van Manuel Puig. Daar is een verschrikkelijke film van gemaakt met Jennifer Lopez, maar het boek uit de jaren zeventig is fantastisch. Het gaat over twee mannen in een cel van wie een er gevangenzit voor ‘onzedelijkheid — hij is queer — en de ander omdat hij een marxistische revolutionair is. Toen heb ik, als een soort hommage aan dat boek, de oudere man Jan Gays levensverhaal laten vertellen. Ik ben erg geïnteresseerd in die intergenerationele uitwisseling.”
„Toen ik mijn seksualiteit begon te ontdekken zat de aidscrisis in zijn ergste fase. Toen ik halverwege de jaren negentig seks begon te hebben kwamen er net medicijnen op de markt. Alles wat ik tot dan toe had gehoord over homoseksuele mannen ging over ziekte en dood. Maar de oudere mannen, met wie ik toen veel seks had, wilden er niet over praten. Ze waren getraumatiseerd, alsof ze net een oorlog hadden meegemaakt. Daarom ging ik op zoek naar mentoren die me wél wilden vertellen over queergeschiedenis.”
„Hoogleraar filosofie Morris Kaplan. Hij maakte zich zorgen om me. Ik was negentien, net gestopt met m’n studie, omdat ik een wrak was. Ik had nog veel familieproblemen te verwerken. Ik gebruikte veel drugs.”
We the Animals en Blackouts zijn geen autobiografische boeken, maar vertonen wel grote gelijkenissen met het leven van Torres. We the Animals gaat over een arme familie in landelijk New York, bestaande uit drie broers met een Amerikaanse moeder en Puerto Ricaanse vader. De ouders ontdekken een dagboek van de jongste broer waaruit blijkt dat hij homoseksueel is, waarna ze hem naar een psychiatrische instelling sturen. Dat is ook allemaal echt gebeurd, Torres is de jongste broer.
„Morris Kaplan nodigde me uit om bij zijn colleges te komen zitten over Plato’s Symposium, echt een queer tekst. Buiten de lessen om praatten we over queertheorie en de homorechtenbeweging, waarbij hij betrokken was geweest. Hij spoorde me aan om te lezen over mensen die extremere dingen hebben meegemaakt dan ik. Dat zou me uit mezelf halen. En dat gebeurde steeds opnieuw met verschillende mensen. Mensen met wie ik seks had of op andere manieren had ontmoet. Ook vrouwen, bijvoorbeeld de lesbische schrijver Dorothy Allison, die een enorme invloed heeft gehad op mij en mijn schrijven. Zij leerde mij hoe je omgaat met pijn en hoe je dat omvormt tot kunst. Dat ik diep moest gaan als ik schrijver wilde worden, eerlijk moest zijn, maar ook mezelf moest beschermen.”
„In de psychiatrische kliniek waarin ik terechtkwam verbleef ook een man. We spraken nooit over seksualiteit, ik schaamde me daar nog teveel voor, maar hij was homo, zwaar depressief en heel aardig. Het was duidelijk dat hij me in bescherming nam.”
„Juan is een samensmelting van al die mensen: van hem, Dorothy, Morris.”
„Mijn land beleeft een verschrikkelijke tijd. Kijk naar de gewelddadige ontmenselijking door [vreemdelingenpolitie] ICE van Latino-bevolking, of hoe politici over trans mensen praten. Het zijn groepen die de laatste decennia zichtbaarder zijn geworden, en daar nu voor worden gestraft. Als reactie daarop gaan die groepen juist hun identiteit meer vieren. Dat is een dialectisch proces. Marginalisering en stigmatisering lokken artistieke en politieke reacties uit, wat weer leidt tot identiteitsbesef. Dat gold voor mij ook op persoonlijk niveau: ik werd in een psychiatrische inrichting gestopt, maakte mezelf er bijna van kant, maar het maakte me juist meer geïnteresseerd in queergeschiedenis. Ik ben nu een professionele homoseksueel.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC