Home

Lezen om een waardig en fatsoenlijk mens te zijn

In een wereld waar alles om Grootheid draait, speelt de Literatuur geen rol van betekenis meer. Nu kun je je afvragen of dat erg is. Literatuur is er volgens velen tenslotte vooral om te vermaken. Een grotere misvatting is echter niet denkbaar. Juist goede literatuur laat zien hoe je fatsoenlijk en waardig moet leven in chaotische tijden.

Ik las erover in Het woord dat de dood verslaat. Verhalen van ware grootheid, de nieuwe essaybundel van Rob Riemen, de oprichter van het Nexus Instituut. Het heeft me gesterkt in mijn opvatting dat Literatuur belangrijker is dan ooit om de huidige wereld te kunnen begrijpen.

Riemen is een kenner van Thomas Mann. Der Zauberberg is zijn richtlijn. Vooral omdat de strijd tussen humanisme en fascisme nergens beter onder woorden wordt gebracht dan in het conflict tussen Manns personages Settembrini en Naphta.

In zijn boek onderzoekt Riemen ‘de grammatica van het leven’. Zo confronteert hij je in zijn eerste essay met een levensles die Mann de wereld naliet. Die les draait om dat ‘ene woord dat de dood verslaat’: liefde. En daarmee bedoelt de Duitse schrijver niet alleen de liefde voor zijn vrouw Katia, maar ook de liefde die zich uit in fatsoen, redelijkheid, waarheid, vrijheid, vriendschap en trouw. Geld, macht en hebzucht spelen in dat opzicht geen rol van betekenis, alleen het ware telt.

Voor het eerst begreep ik ook Manns essay Betrachtungen eines Unpolitischen uit 1918. In dat geschrift neemt de schrijver het volgens Riemen niet alleen op voor het militaristische, autoritaire en conservatieve Duitse keizerrijk, maar waarschuwt hij ook voor een ‘opstand der horden’, die, in Riemens woorden, uitbreekt ‘wanneer geestelijke vorming en morele waarden worden gebannen, onderwijs wordt gereduceerd tot een middel om (veel) geld te verdienen, en wetenschap het exclusieve domein wordt van specialisten die alleen het nuttige en de wereld van de macht willen dienen.’ Het is exact de wereld van het Grote Getal die we dagelijks om ons heen zien.

In een ander essay, ‘De vlag van de hoop’, richt Riemen zich op de pedagoog Janusz Korczak, die in 1942 met zijn kinderen uit het Joodse weeshuis in het getto van Warschau naar vernietigingskamp Treblinka wordt afgevoerd. Om geen paniek te zaaien, vertelt hij zijn kinderen dat ze een uitje hebben. In een processie verlaten ze de stad. Voorop draagt een jongen een groen-witte vlag met op de groene zijde een klavertje vier en op de andere een blauwe Davidster. Korczak noemt die afbeeldingen en kleuren symbolen van hoop en spoort daarmee zijn kinderen aan om met opgeheven hoofd het getto te verlaten. Een ooggetuige zal die mars in zijn dagboek ‘een zwijgend protest tegen een moorddadig regime’ noemen. Waardigheid dus.

Riemen kruipt in de huid van Antoine de Saint-Exupéry, die in 1941 in een vlaag van neerslachtigheid over het lot van Europa Le Petit Prince schrijft, een boek waar kinderen massaal hoop uit zullen putten. Ook komt Robert Oppenheimer aan het woord, die het vitale belang van de kunsten benadrukt. Volgens de uitvinder van de atoombom zag je door de kunsten niet alleen tot welk kwaad de mens in staat was, maar ook tot welke scheppende ‘adel van de geest’.

Riemens boodschap is eenvoudig: put hoop uit de grote schrijvers uit de wereldliteratuur en je wordt een beter mens. Leven in waardigheid en vrijheid is tenslotte waar het om draait. Je kunt het alleen maar met hem eens zijn.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next