Horrorklassieker The Shining (1980) is terug in de bioscoop, met dat onvergetelijke griezelhotel – dat er verraderlijk gewoon uitziet. Wat maakt die plek dan toch zo ultiem eng? Filmredacteur Kevin Toma verklaart het spel dat er met het brein van de kijker wordt gespeeld.
schrijft voor de Volkskrant over film, met speciale aandacht voor filmmuziek en horror.
Jack Torrance had het kunnen weten. Al meteen aan het begin van zijn sollicitatiegesprek in het Overlook Hotel had Jack kunnen weten dat hij en zijn gezin uit de buurt moeten blijven van dit oord, verscholen tussen de bergen van Colorado. Het klinkt als een aantrekkelijke klus om hier als opzichter te werken tijdens de wintermaanden, terwijl er verder geen gasten zijn. Kan Jack eindelijk toekomen aan het schrijven van zijn boek. Een tijdje ertussenuit met het gezin.
Maar Jack, de onfortuinlijke ex-leraar en aspirant-schrijver uit Stanley Kubricks horrorklassieker The Shining (1980), merkt niet dat er van alles mis is aan het Overlook. Dat het zich niet gedraagt zoals een gebouw zich zou moeten gedragen.
Neem alleen al dat raam in het kantoor van de manager, recht tegenover de stoel waarop Jack tijdens het sollicitatiegesprek gaat zitten: dat raam, waardoor helder daglicht naar binnen stroomt, kán er logischerwijs niet zijn. Het kantoor bevindt zich immers midden in het gebouw. Het raam zou op een gang moeten uitkijken, of op een muur. Dat daglicht is onmogelijk. Jack ziet het niet.
Het onmogelijke raam is een van de vele subtiele ongerijmdheden die het Overlook tot het griezeligste, verraderlijkste en veranderlijkste hotel uit de filmgeschiedenis maken. The Shining draait vanaf vandaag weer in de bioscopen, in de fraaie 4K-restauratie van de Amerikaanse versie. Die is zo’n 23 minuten langer dan de editie van The Shining die oorspronkelijk in Europa werd uitgebracht, en bevat wat meer uitleg en typische spookhuistoestanden: spinnenwebben, skeletten.
Belangrijker is dat de Amerikaanse ‘cut’ veel meer de tijd neemt om het hotel te verkennen, samen met Jack (Jack Nicholson), echtgenote Wendy (Shelly Duvall) en hun zoontje Danny (Danny Lloyd). Nog méér dan in de Europese versie van The Shining kan het Overlook woekeren en groeien tot een even fysiek als psychologisch labyrint waaruit nauwelijks te ontsnappen valt. Hoe ontstaat zo’n intens unheimliche plek? Hoe bouw je een spookfilmhotel?
De fundamenten van het Overlook liggen in ieder geval stevig verankerd in de traditie van de spookhuisfilm. Zoals de meeste filmspookhuizen heeft het Overlook een duister verleden. Het schijnt te zijn gevestigd op een rituele begraafplaats van inheemse Amerikanen; een van Jacks voorgangers vermoordde zijn vrouw en tweelingdochters met een bijl.
De mensen die in filmspookhuizen belanden, hebben opvallend vaak ook zelf een getroebleerde achtergrond, schrijft filmwetenschapper Barry Curtis in zijn boek Dark Places: The Haunted House in Film (2008). Vooral de Amerikaanse versie van The Shining volgt deze conventie: verschillende scènes impliceren dat Jack kampt met alcoholisme en dat hij zoontje Danny in het verleden ernstig heeft mishandeld.
Het gaat in spookhuisfilms mis wanneer die geschiedenissen, die van het gebouw en die van de personages, op elkaar botsen. Dat gebeurt zodra de nieuwe bewoners van het huis hun weg zoeken in het pand met zijn geheimen: tijdens die ontdekkingstocht stuiten ze op deuren die beter dicht kunnen blijven, op vertrekken die koste wat het kost gemeden moeten worden. Natuurlijk gaan de personages tóch naar binnen, en dan is er geen weg meer terug. De grens tussen leven en dood blijkt net zo poreus als de structuur van het huis, aldus Curtis.
Wat dat betreft biedt een hotel als het Overlook oneindig veel mogelijkheden. Kamer 237 lijkt het duistere hart van het gebouw te zijn, maar het kwaad zou zich net zo goed kunnen concentreren in de Gold Room – de balzaal van het Overlook – of in de Colorado Lounge, waar Jack al schrijvend knettergek wordt.
Soms werkt de boosaardigheid van het Overlook zich bruut naar het oppervlak. De visioenen die de paranormaal begaafde Danny krijgt van de afgeslachte tweelingzusjes, bijvoorbeeld. De uit de lift klotsende bloedgolf. De zombievrouw in het bad van kamer 237. Maar verder wilde Kubrick het in The Shining niet opzichtig of vulgair aanpakken. Geen omineuze schaduwen en diepe duisternis, maar helder verlichte gangen en passages. ‘We wilden dat het Overlook authentiek oogde, in plaats van als een traditioneel griezelig filmhotel’, zei hij in een interview met filmjournalist Michel Ciment. ‘Ik geloofde dat de indeling van het hotel en de enorme ruimtes op zich al voor een voldoende spookachtige sfeer zouden zorgen.’
Als het zo eenvoudig was geweest, zou je kunnen denken, dan had Kubrick The Shining prima in een bestaand hotel kunnen draaien. In het Stanley Hotel bijvoorbeeld, het complex in Colorado dat Stephen King tot het schrijven van zijn roman inspireerde, en waar de door King geïnitieerde televisiebewerking van The Shining uit 1997 werd opgenomen. Maar Kubrick voelde er niets voor om naar het Stanley of welk ander echt hotel dan ook af te reizen. De man achter films als A Clockwork Orange (1971), 2001: A Space Odyssey (1968) en Barry Lyndon (1975) stond bekend als een obsessieve perfectionist die totale controle verlangde en daarom consequent met studiosets werkte in plaats van bestaande locaties. Bovendien had de al jaren in Engeland wonende Kubrick een hekel aan vliegen: geen haar op zijn hoofd die eraan dacht het vliegtuig naar Colorado te pakken.
Dus zat er niets anders op dan het Overlook van de grond af op te bouwen, op het terrein van de Engelse Elstree-filmstudio’s. Tijdens het kijken naar The Shining valt het soms moeilijk te bevatten dat de ontzagwekkende interieurs van het Overlook speciaal voor de film werden gefabriceerd, van de foyer tot de dienstwoning van de Torrances, van de liften tot de trappen, van de ketelruimtes en de keukens tot de eindeloze gangen die Danny op zijn driewielertje verkent.
Voor de zeer overtuigende inrichting van het hotel keken Kubrick en production designer Roy Walker goed naar die van het Ahwahnee Hotel in Yosemite National Park, terwijl de Timberline Lodge uit Oregon in enkele exterieurshots dienstdoet als de buitenkant van het Overlook. Overigens moest voor sommige buitenscènes ook een flink deel van die façade in de Elstree-studio worden nagebouwd. Maar verder zou je kunnen zeggen: de buitenkant van het Overlook bevindt zich in Amerika, de binnenkant in Engeland.
En precies dáár begint de architectonische onbehaaglijkheid van het hotel. Het exterieur en het interieur rijmen nauwelijks met elkaar. Jan Harlan, producent van The Shining, in een interview met Entertainment Weekly: ‘Je kunt je niet voorstellen hoeveel consternatie er was onder de crewleden vanwege de balzaal en de enorme lobby en de gigantische ramen, die nooit in het hotel kunnen passen als je naar de shots van de buitenkant kijkt.’
Kubrick reageerde laconiek op zulke zorgen. ‘Het is een spookfilm, maak je er verder niet druk om!’
Zulke opmerkingen illustreren hoe Kubrick de spookhuisconventies naar zijn hand zette, min of meer zoals het hem goeddunkte. Aan de ene kant wilde hij het Overlook zo authentiek mogelijk vormgeven, zonder al te veel nadrukkelijke griezelfratsen en zonder clichématig donker; aan de andere kant hoefde datzelfde gebouw zich niets aan te trekken van logica of natuurwetten, want zo gaat dat nu eenmaal in films met spoken en geesten.
Het resultaat is een hotel dat volkomen ontspoort, maar dan wel op een manier die zo transparant is dat het lange tijd niet opvalt. De inconsistenties van het Overlook liggen open en bloot in het felle kunstlicht, haast voor het oprapen, maar zijn frappant genoeg juist daarom zo makkelijk te missen. En juist daarom maakt de irrationele architectuur van het Overlook zo’n diepe, onderhuidse indruk.
Als je de Overlookiaanse incongruenties toch bewust wilt zien, moet je je aandacht van de personages naar de achtergrond verleggen, van hun handelingen naar hun omgeving. In een van de shots die alleen in de Amerikaanse versie van The Shining zitten, wandelt Wendy met een ontbijtkarretje door een gang nabij de dienstwoning. Let bij dit beeld niet op Wendy, maar op de hoek met twee kamerdeuren die ze passeert, vlak voordat ze de kamer met Jack betreedt. Bij nader inzien is de afstand tussen de deuren zo klein dat het eigenlijk nergens op slaat: alsof die deuren niet naar twee verschillende kamers leiden, maar naar elkaar.
Kijk ook goed naar de scène waar Danny op de tweede verdieping zit te spelen in het gangpad, vlak bij kamer 237: het geometrische, rood-oranje patroon van het tapijt blijkt per shot van richting te veranderen. Zelfs de vloerbedekking van het Overlook is behekst.
Het hotel infecteert ook zijn directe omgeving. Zo verandert het doolhof aan de rand van het hotel constant van vorm en grootte. De ingang lijkt zich nooit op dezelfde plek te bevinden. Sterker nog: in de ene buitenopname is dat doolhof er wél, in de andere niet. Hoe langer je bij zulke subliminaal ontregelende details blijft stilstaan, hoe vreemder en onheilspellender ze worden.
Online zijn talrijke artikelen en video-essays te vinden waarin fans zich enthousiast vastbijten in de incongruenties en bizarre motieven van The Shining. Deurklinken die van plek verwisselen. Meubels die van de ene ruimte naar de andere verhuizen. Kamers die nu eens hier in het hotel liggen, dan weer daar. Denk vooral niet dat dit contintuïteitsfouten zijn, want aan fouten deed perfectionist Kubrick niet, stellen zijn bewonderaars.
Complete plattegronden van het Overlook hebben ze uitgetekend, puur op basis van de beelden. Terwijl je tijdens het kijken tot een mentaal overzicht denkt te komen van het hotel en zijn ruimtes, bewijzen de plattegronden het tegenovergestelde: het hotel blijkt een escheriaanse wirwar van doodlopende passages, onmogelijke ramen, niet-bestaande ruimtes, in elkaar vervloeiende etages en nergens heen voerende trappen.
Is het gebouw niet vooral een weerspiegeling van Jacks schizofrene psyche? Wat te denken van het feit dat Danny’s driewielertochtjes volgens exact hetzelfde patroon verlopen als zijn latere vlucht door het doolhof? Zijn er in het hotel niet allerlei verwijzingen verstopt naar de maanlanding, die Kubrick volgens bepaalde complotdenkers in scène zou hebben gezet voor de Nasa?
Waarom duikt het getal 42 te pas en te onpas op, van Danny’s trui en het kamernummer 237 (2 x 3 x 7 = 42) tot het aantal auto’s dat in de eerste scènes voor het Overlook staat geparkeerd? Kan het, zoals sommige Shining-exegeten beweren, een verwijzing naar de Holocaust zijn, omdat 1942 een jaar was waarin veel Joden naar het concentratiekamp werden gedeporteerd?
Een hallucinante projectie van hersenschimmen, dat is het Overlook.
Het zou interessant zijn om te zien hoe die projectie zich verhoudt tot de oorspronkelijke studioset. Helaas bestaat die niet meer: afgebroken na het voltooien van de opnamen, die zelf ook door onheil werden geplaagd. In de nacht van 24 januari 1979 brak een fikse brand uit in de Elstree-studio’s. De Overlook-set werd deels in de as gelegd, van de Colorado Lounge was na het vuur niets meer over. De productie van The Shining moest tijdelijk worden stilgelegd.
Op een beroemde foto poseert Kubrick voor de smeulende resten, een haast duivelse lach op zijn gezicht. Alsof hij de set helemaal niet meer nodig had voor zijn spookhotel van de geest.
Ter gelegenheid van de re-release van The Shining verzorgt Kevin Toma in diverse filmtheaters een inleiding bij de film: 6/2 in Lux, Nijmegen, 7/2 in De Lieve Vrouw, Amersfoort, 8/2 in Lumière Cinema, Maastricht en 15/2 in LAB111, Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant