Een van de monumenten van de Amerikaanse politieke journalistiek beleeft de donkerste dagen van zijn bestaan. The Washington Post heeft deze week zoveel journalisten de laan uitgestuurd, dat wordt betwijfeld of de krant haar functie als waakhond nog kan uitvoeren.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
‘Doors open at Watergate’. In de nacht van 17 juni 1972 ziet Washington Post-regioverslaggever Marty Weil die melding van de politie binnenkomen. Een dag later volgt een eerste verhaal op de voorpagina over de inbraak bij het hoofdkwartier van de Democratische Partij in Washington. De rest van wat zou uitgroeien tot het beroemdste politieke schandaal in de Verenigde Staten is geschiedenis.
Maar het is volgens journalisten bij de vermaarde krant vooral het begin van dat verhaal dat alle aandacht verdient. Terwijl een grote ontslagronde vorige maand al als een zwaard van Damocles boven hun hoofd hing, riepen zij kranteigenaar Jeff Bezos in een brief op de berichtgeving over de thuisstad niet uit het oog te verliezen. ‘Watergate begon als een lokaal verhaal.’
Twitter bericht wordt geladen...
Hun oproep heeft geen gehoor gevonden. In een Zoom-call met de redactie maakte hoofdredacteur Matt Murray woensdagochtend bekend driehonderd werknemers op straat te zetten, grofweg 30 procent van het personeelsbestand. De jaarlijkse verliezen van meer dan 100 miljoen dollar, als gevolg van een slinkende lezersschare en grotere concurrentie van digitale media, nopen Murray tot ingrijpen.
Onder de slachtoffers: de sportredactie, de boekensectie, internationale correspondenten van Oekraïne tot het Midden-Oosten, en óók de redactie voor nieuws uit Washington.
Zo gaat The Post een van de meest roerige periodes tegemoet sinds de druk van de eerste editie op 6 december 1877, dan nog met een oplage van 10 duizend kranten.
De stadskrant wisselt in de beginjaren regelmatig van eigenaar. In een tijd waarin politiek en journalistiek minder strikt zijn gescheiden, betekent dat ook dat de krant wisselt van loyaliteit tussen de twee politieke partijen. Onder John McLean heeft The Post aan het begin van de 20ste eeuw een Democratische signatuur. Als zoon Edward de touwtjes in 1916 in handen krijgt, verschuift die naar de Republikeinen.
De politisering van de krant leidt in de jaren dertig bijna tot haar ondergang. Bij een fallissementsveiling in 1933 koopt zakenman Eugene Meyer de krant voor 825 duizend dollar (vandaag de dag grofweg 20 miljoen). Onder zijn leiding volgt een onafhankelijkere koers. In tien jaar verdrievoudigt het aantal abonnees naar 162 duizend.
Als Meyer in 1946 bij The Post vertrekt, neemt schoonzoon Philip Graham het over. Na diens dood krijgt zijn, in haar eigen woorden ‘volgzame’ vrouw Katharine in 1963 de teugels in handen. Hoewel Katharine, met haar gebrek aan ervaring en in een wereld gedomineerd door mannen, aanvankelijk twijfelt of ze de baan wel aankan, beleeft de krant hoogtijdagen onder haar leiding.
In het Watergate-schandaal zijn de journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein leidend met hun stroom onthullingen, gevoed door hun bron ‘deep throat’. Voor The Post betekent het de bevestiging van de status als een van de meest toonaangevende nationale kranten. Maar de definitieve doorbraak was al een jaar eerder.
In 1971 had Graham groen licht gegeven voor de publicatie van de Pentagon Papers. In het huis van hoofdredacteur Ben Bradlee zijn journalisten van The Post, in navolging van concurrent The New York Times, door de duizenden geheime documenten gegaan die aantonen dat opeenvolgende Amerikaanse regeringen al jaren weten dat de Vietnamoorlog uitzichtloos is.
Met de publicatie ervan riskeert Graham haar status als Washington-socialite en het zet de krant op een ramkoers met de regering van de allerminst media-minnende president Richard Nixon. Pogingen om The Post en The Times onder druk te zetten de berichtgeving te staken, stranden uiteindelijk bij het Hooggerechtshof.
Aan het Graham-tijdperk (Katharine was in 1991 opgevolgd door haar zoon) komt pas in 2013 een einde, als Amazon-baas Bezos de krant overkoopt en van de beurs haalt. Zorgen over wat dat betekent voor de onafhankelijkheid zijn er dan al, maar aanvankelijk ontvangt de redactie zijn komst positief.
Trumps verkiezingswinst in 2016 blijkt net als voor andere media een zegen: om vat te krijgen op grillige nieuwe bewoner van het Witte Huis, nemen Amerikanen weer massaal een krant.
Na Nixon heeft The Post met Trump opnieuw een president tegenover zich die onwelgevallige media minacht. Om zijn hernieuwde rol als waakhond in onzekere tijden kracht bij te zetten, neemt de krant in 2017 het omineuze motto ‘democracy dies in darkness’ aan. Op de opiniepagina’s wordt geregeld hard stellinggenomen tegen Trump. En Bezos zelf doet dat ook.
Hoe anders hangt de vlag erbij in het tweede tijdperk-Trump. In aanloop naar de verkiezingen verbiedt Bezos de krant zich achter Trumps Democratische rivaal Kamala Harris te scharen. Dergelijke steunbetuigingen van media zijn gebruikelijk in de VS. Met Trump terug in het Witte Huis verordonneert Bezos dat voortaan alleen nog opiniestukken mogen verschijnen die het belang van ‘persoonlijke vrijheden en de vrije markt’ verdedigen.
Van binnen en buiten de krant wordt Bezos overladen met kritiek. Het regent opzeggingen: voor het eerst in 55 jaar zakt het aantal abonnees onder de 100 duizend. Een aantal journalisten neemt uit protest ontslag.
De neergang speelt bij meer kranten, maar anders dan The Times slaagt The Post er temidden van alle onrust op de redactie niet in te profiteren van Trumps terugkeer.
‘De weerzinwekkende pogingen van Bezos om een wit voertje te halen bij president Trump hebben een bijzonder lelijke smet achtergelaten’, reageert oud-hoofdredacteur Martin Baron op de ontslagen. ‘Dit is een schoolvoorbeeld van hoe je in recordtempo je eigen merk om zeep helpt.’
Hoofdredacteur Murray zegt met de reorganisatie de krant te willen ‘heruitvinden voor de toekomst’. Maar onder (voormalige) werknemers leeft een ander sentiment. In The Atlantic kan Post-alumnus Ashley Parker maar één conclusie trekken: ‘Er wordt een moord gepleegd’. De schuldige: Jeff Bezos.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant