Kernprogramma Bijna acht jaar nadat de VS zich terugtrokken uit het nucleaire akkoord met Iran, gaan onderhandelaars van beide landen vrijdag met elkaar aan tafel. Vier vragen en antwoorden over de gesprekken.
Er zit een nieuw dak op een gebouw van de uraniumverrijkingsfaciliteit in Natanz, is te zien op een satellietfoto van eind januari. De fabriek raakte in juni vorig jaar beschadigd door Israëlische bombardementen.
Na weken van oplopende spanningen spreken de Verenigde Staten en Iran vrijdag in Oman over het Iraanse kernprogramma. Aanvankelijk deed Donald Trump het voordoen dat hij het Iraanse regime onder druk wilde zetten wegens het hardhandige optreden tijdens protesten in januari. Nu lijkt het de Amerikaanse president vooral te gaan om het sluiten van een nieuw nucleair akkoord. Opmerkelijk, omdat het juist Trump was die zich in 2018 terugtrok uit het bestaande nucleaire akkoord met Iran: het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA).
Namens de VS zullen Trumps schoonzoon Jared Kushner en Midden-Oosten-gezant Steve Witkoff de gesprekken voeren. Iran stuurt de minister van Buitenlandse Zaken, Abbas Araghchi. De Iraanse president Masoud Pezeshkian schreef op X dat hij hoopt op „eerlijke en rechtvaardige onderhandelingen”.
Vier vragen en antwoorden over de gesprekken in Oman.
De gesprekken draaien nu om het nucleaire programma van Iran. De protesten vormden vooral een opportunistisch aanknopingspunt, zegt Erwin van Veen, Iran-expert bij Clingendael. „Voor Washington draait het uiteindelijk om het afdwingen van Iraanse onderwerping aan Israëls regionale machtspositie, waarbij de VS praktisch onvoorwaardelijk achter Israël staan.”
Naast een nucleaire deal willen de Verenigde Staten dat Iran zijn ballistische raketten in aantal en reikwijdte beperkt en stopt met het steunen van gewapende groepen als Hezbollah (met name actief in Libanon), Hamas (met name actief in Gaza en Israël) en de Houthi’s, die strijden in Jemen. Iran heeft echter duidelijk gemaakt dat het raketprogramma niet onderhandelbaar is.
Volgens Van Veen is dat begrijpelijk. „Het ballistische arsenaal is het laatste strategische afschrikmiddel dat Iran nog heeft. Zonder dat leveren ze zich uit aan toekomstige druk van Israël en de VS.” Zeker nu Irans regionale bondgenoten verzwakt zijn. „Hezbollah, Hamas en de Houthi’s hebben door het conflict met Israël en Amerikaanse aanvallen hun afschrikkingswaarde grotendeels verloren.”
Hoewel de VS militair een sterkere positie hebben – de Iraanse luchtverdediging is grotendeels uitgeschakeld – heeft Iran mogelijkheden om terug te slaan, benadrukt Van Veen. „Denk aan raketaanvallen op Israël of Amerikaanse bases in de Golf-regio.” Een Amerikaanse tegenreactie zou al snel kunnen uitmonden in een langdurig regionaal conflict, iets wat beide partijen liever vermijden.
Hoewel partijen deze keer voor diplomatieke gesprekken lijken te kiezen, is Iran in opperste staat van paraatheid, aldus Van Veen. Een half jaar geleden werden tijdens indirecte gesprekken tussen de VS en Iran over het nucleaire programma, door de VS en Israël bombardementen uitgevoerd op Iraanse nucleaire en militaire installaties (waaronder in Isfahan).
Vóór 2015 zag het merendeel van de internationale gemeenschap het als een risico als Iran een kernwapen zou krijgen, zegt Van Veen. „Er was een brede consensus dat nucleaire proliferatie in het Midden-Oosten moest worden voorkomen. De vrees was dat als Iran een kernbom kreeg, landen als Saudi-Arabië en Turkije hetzelfde zouden willen.”
Daarom werkten de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad met Duitsland en de Europese Unie ruim tien jaar aan een akkoord dat Iran moest verhinderen een kernwapen te ontwikkelen.
Het resultaat was het JCPOA, dat in 2015 in werking trad. Iran leverde een groot deel van zijn verrijkte uranium in (waar een kernwapen mee gemaakt kan worden). Ook beperkte Iran de verrijking verifieerbaar tot niveaus die uitsluitend geschikt zijn voor civiel gebruik, zoals elektriciteitsproductie. In ruil daarvoor zouden internationale sancties worden opgeheven.
Volgens Shahram Chubin, senior associate bij het Carnegie Nuclear Policy Program, bood de deal aanzienlijke veiligheidsgaranties. Het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) kreeg ongekende inspectiebevoegdheden, inclusief toegang tot alle nucleaire installaties en de volledige uraniumketen. „Inspecteurs konden onaangekondigd en vrijwel overal controleren,” aldus Chubin. Uit rapporten van het IAEA blijkt dat Iran zich aan alle restricties hield.
Trump was al tijdens zijn eerste presidentschap (2017-2021) fel gekant tegen het JCPOA. Zijn belangrijkste bezwaar was dat het akkoord zich uitsluitend op het nucleaire dossier richtte, en geen beperkingen oplegde aan Irans ballistische raketprogramma of steun aan regionale bondgenoten als Hezbollah en Hamas.
Daarnaast bekritiseerde hij de tijdelijkheid van het akkoord. De zogenoemde ‘sunset clauses‘ (vervalbepalingen) hielden in dat na tien jaar de limiet op het aantal centrifuges zou vervallen, en na vijftien jaar de maximale verrijkingsgraad. Volgens Trump vertraagde de deal Irans nucleaire ambities slechts, in plaats van die definitief te beëindigen. In 2018 trokken de VS zich eenzijdig terug en voerden ze opnieuw zware sancties tegen Iran in.
Daarmee kwam niet direct een einde aan de nucleaire afspraken. Iran hield zich nog ongeveer een jaar aan de afspraken, in de hoop dat Europa de economische voordelen van de deal overeind zou houden. Toen dat uitbleef, begon Teheran vanaf 2019 geleidelijk de beperking los te laten. Volgens IAEA-rapporten breidde Iran in 2020 zijn uraniumvoorraad verder uit en zette het geavanceerdere centrifuges in, waarmee het de grenzen van het JCPOA aanzienlijk overschreed.
Hoewel de JCPOA in 2015 breed internationaal werd gedragen, zijn de huidige gesprekken bilateraal. China en Rusland — beide partij bij het oorspronkelijke akkoord — handhaven de Amerikaanse sancties niet meer. China koopt Iraanse olie met korting, terwijl Rusland en Iran samenwerken op het gebied van wapensystemen en sanctieontwijking, aldus Van Veen.
Europa kijkt grotendeels toe. Volgens Van Veen begon dat in 2018, toen de EU er niet in slaagde de beloofde sanctieverlichting van het JCPOA uit te voeren nadat de VS zich hadden teruggetrokken. „Dat heeft veel kwaad bloed gezet in Teheran en bevestigde het beeld dat Europa Washington volgt.”
Europa heeft zichzelf verder buitenspel gezet door eind januari, naar aanleiding van het harde optreden tegen demonstranten, de Iraanse Revolutionaire Garde op de terroristenlijst te zetten. Volgens Van Veen is dat vooral symbolisch. „Alle relevante sancties waren al van kracht. Politiek gezien heeft Europa daarmee de deur verder dichtgedaan voor een rol aan de onderhandelingstafel.”
Satellietbeelden tonen de schade en het herstel van het nucleaire technologiecentrum bij Isfahan, de tweede stad van Iran. Links 21 juni 2025, rechts 1 februari 2026.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC