Verkiezingen Japan Met koopkrachtbeloftes en streng beleid tegen buitenlanders hoopt de rechtse Japanse premier Sanae Takaichi bij de verkiezingen zondag haar machtsbasis te vergroten. Japanners zijn sceptisch, maar kiezen toch voor hun portemonnee. „Alles is duurder geworden.”
De Japanse premier Sanae Takaichi tijdens een campagnebijeenkomst in Tokio eind januari. Ze schreef drie maanden na haar aantreden vervroegde verkiezingen uit.
‘De eieren kosten zo’n 350 yen”, zucht Aya Yamaguchi (35), terwijl ze aarzelend voor de koelvitrine van haar buurtsuper staat. Het is spitsuur in deze woonwijk in het westen van Tokio. Mannen en vrouwen in pakken en dikke winterjassen schuifelen langs elkaar, zichtbaar moe na een lange werkdag.
Ook Yamaguchi, die het bruine kartonnen doosje met tien eieren oppakt en met lichte tegenzin in haar winkelmandje legt. „Nog niet zo lang geleden betaalde je hier 200 yen voor,” zegt ze. Omgerekend 1 euro, met de huidige wisselkoers. „Alles is duurder geworden.”
Het is voor veel Japanners inmiddels een dagelijkse constatering. In de aanloop naar de nationale verkiezingen van aanstaande zondag draait het publieke debat dan ook vooral om één ding: koopkracht.
In januari schreef premier Sanae Takaichi, na pas drie maanden aan het hoofd van de regering, vervroegde verkiezingen uit. Haar doel is het verstevigen van haar politieke basis. Onder haar impopulaire voorganger, Shigeru Ishiba, verloor de Liberaal-Democratische Partij (LDP) haar meerderheid in zowel het Lager- als Hogerhuis. De nieuwe stembusgang moet die machtspositie herstellen. Met als belangrijkste campagnebelofte: het verlichten van de stijgende kosten van levensonderhoud.
Japan ziet zijn positie op de ranglijst van grootste economieën ter wereld de laatste jaren steeds verder afglijden. Terwijl het land decennialang stevig op de tweede plaats stond, werd het eerst ingehaald door China en recent ook door Duitsland. Daarmee staat het nu op de vierde plek.
„Je kunt zeggen dat andere landen sterker zijn geworden, maar voor ons voelt het alsof we aan het verliezen zijn”, zegt Masan Saito (50). Hij groeide op in de jaren tachtig, toen Japan economisch onaantastbaar leek, de yen sterk was, en buitenlandse producten betaalbaar waren. „Die tijd voelt ver weg.”
Saito is groothandelaar in voedingsmiddelen en levert aan restaurants. Het is werk dat weinig zekerheid biedt. Ondanks een sociale huurwoning heeft hij moeite met rondkomen. Zelf uit eten gaan doet hij niet meer. „Dat kan ik me niet veroorloven.”
Hij reikt naar een pak gebakken noedels in de koeling, maar legt het snel weer terug. „Meestal eet ik kant-en-klare maaltijden. Vandaag doe ik het met een pakje sap”, zegt hij zodra hij afslaat naar de drankenkast.
De 50-jarige Masan Saito kocht bij de supermarkt alleen een koffie en een pak sap.
De zwakke yen is voelbaar voor hem. „Voedsel, energie, grondstoffen. Alles wat geïmporteerd wordt is in prijs gestegen”, vertelt Saito. En Japan importeert véél. Meer dan 90 procent van zijn grondstoffen en energie komt uit het buitenland. Nog geen 40 procent van het voedsel dat Japanners consumeren wordt in eigen land gemaakt.
Daarbij dalen de reële lonen inmiddels al meer dan twee jaar op rij en liggen ze, uniek onder rijke industrielanden, nauwelijks hoger dan dertig jaar geleden. Volgens de recentste cijfers van de nationale belastingdienst bedraagt het gemiddelde jaarinkomen nu 4,8 miljoen yen, omgerekend nog geen 28.000 euro.
In 2000 lag dat inkomen op ongeveer 4,6 miljoen yen. Amper verschil. Maar de extra dreun wordt zichtbaar bij een vergelijking van de wisselkoersen: dat bedrag was tegen de toenmalige koers ruim 42.000 euro waard. „Verder dan wonen en leven kom je eigenlijk niet”, klaagt Yamaguchi.
Bij de verkiezingen van zondag staat een, voor Japan, ongewoon breed politiek veld tegenover elkaar. De LDP van premier Takaichi trekt samen op met de eveneens conservatieve Japanse Innovatie Partij (Ishin). Hun campagne draait om een plan om de btw op voedsel twee jaar te verlagen naar 0 procent, aangevuld met subsidies voor energie en brandstof.
Voor veel kiezers klinkt het logisch. Minder belasting op voedsel betekent direct lagere prijzen in de supermarkt. Maar economen zijn sceptisch. Deze consumptiebelasting is een van de belangrijkste inkomstenbronnen van de Japanse overheid, dus het schrappen ervan raakt de staatskas hard. En dat terwijl er nu, net als in Europa, miljarden extra in defensie worden gepompt.
Yamaguchi begrijpt dat. Ze fronst even wanneer de maatregel ter sprake komt. „Ik denk niet dat dit echt goed uitpakt op de lange termijn”, zegt ze. „Iemand moet het uiteindelijk betalen.” Toch verwelkomt ze het voorstel. Ze werpt een blik op haar boodschappentas. „Als het betekent dat dit allemaal iets goedkoper wordt,” zegt ze, „dan ben ik er voor nu wel blij mee”.
Tegenover de LDP staat sinds kort een nieuwe, brede oppositieformatie: de Centristische Alliantie voor Hervorming (CRA), een samenwerking tussen de Constitutioneel-Democratische Partij (CDP) en oud LDP-coalitiegenoot Komeito. Zij positioneren zich als gematigd alternatief voor wat zij zien als de radicaal-rechtse koers van Takaichi. En ook zij willen de consumptiebelasting op voedsel afschaffen, alleen dan zonder vaste einddatum.
In peilingen blijft steun voor de CRA ver achter: volgens de krant Asahi Shimbun schommelt de partij rond de 70 tot 75 zetels, tegenover naar schatting tussen de 300 en 310 zetels voor de LDP-Ishin coalitie; een ruime meerderheid.
„Japan leeft al te lang op krediet”, moppert Saito. „Als je belasting verlaagt terwijl er geen geld is, schuif je het probleem vooruit.” De cijfers geven hem gelijk: met een staatsschuld van ruim 230 procent van het bbp is Japan wereldwijde koploper. „Alles wordt opgelost met lenen.” Hij heeft afgerekend en staat bij de uitgang van de supermarkt, met een koffie en een pak sap, gefrustreerd in de zon te staren. „Schulden verdwijnen niet vanzelf.”
Naast de twee grote allianties is er een groeiend aantal kleinere partijen die profiteren van de onvrede onder kiezers, zoals het rechts-nationalistische Sanseito, dat campagne voert voor strengere regels voor buitenlanders, en daarmee vooral zwevende kiezers weet aan te spreken.
Dat is niet onopgemerkt gebleven bij de LDP. Onder leiding van Takaichi nam de partij die nationalistische agenda over door naturalisatie te bemoeilijken, visumcontroles aan te scherpen en het aantal gedwongen uitzettingen te verdubbelen. Het waren populaire maatregelen.
„Ik heb echt niks tegen Chinezen of zo”, benadrukt Yamaguchi, terwijl ze met haar boodschappentas richting huis loopt. „Maar nu er iets minder zijn, is het gewoon fijner om rond te lopen. Ik ben dankbaar dat ze komen, hoor. Maar het waren er wel heel veel.” Sinds een diplomatieke rel tussen Japan en China, na een omstreden uitspraak van Takaichi over Taiwan, is het aantal Chinese toeristen sterk gedaald.
Bij de verkiezingen van zondag staat een, voor Japan, ongewoon breed politiek veld tegenover elkaar.
Japan ontving in 2025 ruim 42 miljoen toeristen en in datzelfde jaar was een recordaantal van 2,57 miljoen buitenlandse werknemers in het land actief. Juist het massatoerisme zorgt voor overlast, maar in reactie daarop worden de regels aangescherpt voor mensen die in Japan wonen en werken.
Dat geldt ook voor Yamaguchi’s buitenlandse vriend. „Tot nu toe wordt zijn verblijfsvergunning gewoon verlengd”, zegt ze. „Dus ik denk dat het wel goed komt.” En als dat ooit niet zo is? Ze haalt haar schouders op. „Dan trouwen we wel.”
Saito denkt daar anders over. „Buitenlandse investeringen, het opkopen van land door buitenlanders, dat is gevaarlijk”, zegt hij. In zijn ogen drijft het de woonlasten verder op en ondermijnt het de nationale veiligheid. „Dat is geen racisme,” vindt hij. „Het gaat erom dat je je land beschermt.”
Dat geluid klinkt steeds vaker in het politieke debat. Partijen aan de rechterflank koppelen stijgende woonlasten en economische onzekerheid expliciet aan de komst van migranten. Uit cijfers blijkt dat buitenlanders slechts een klein deel van het Japanse vastgoed bezitten en prijsstijgingen vooral worden veroorzaakt door de jarenlang extreem lage rente op leningen en hypotheken, de grote bevolkingsconcentratie in steden en de schaarste die daardoor ontstaat.
Tegelijkertijd is Japan steeds afhankelijker geworden van buitenlandse arbeidskrachten om de vergrijzing en krimpende beroepsbevolking op te vangen. Economische experts en werkgeversorganisaties, waaronder de invloedrijke bedrijvenvereniging Keidanren, waarschuwen al jaren dat strengere regels voor buitenlandse werknemers de economie ernstig zouden schaden.
Die kritiek lijkt Takaichi weinig te doen. Juist in een tijd van economische onzekerheid wint ze aan populariteit, mede door haar harde toon over buitenlanders. „Ze lijkt tenminste iets te doen”, zegt Yamaguchi. Ze staat stil voor een bord volgeplakt met verkiezingsposters en drukt haar wijsvinger op die van LDP. Daar is een grote foto van de glimlachende partijleider op te zien. „Vergeleken met eerdere premiers voelt ze actiever. Ik kan haar plannen niet uitleggen”, geeft ze toe, „maar het voelt niet alsof ze stilzit.”
Saito wil niet vertellen op welke partij hij stemt, maar zegt dat Takaichi hem aanspreekt. „We hebben te lang leiders gehad die niets deden. Zij komt over als iemand die zegt: dit is wat we gaan doen.” Dat is voor hem doorslaggevend, ook al twijfelt hij over de economische gevolgen van haar plannen. „Stilstand is gevaarlijker dan risico’s nemen.”
Source: NRC