Winterspelen Deze week konden de Nederlandse langebaanschaatsers kennismaken met de tijdelijke olympische schaatsbaan in een congreshal in Milaan. De eerste indruk? Het is knus, klinkt hol als natuurijs en het zal hard werken worden voor de schaatsers. „Het is anders dan anders.”
IJsmeester Mark Messer in de schaatshal in Milaan.
Voordat je de olympische ijsbaan van Milaan kunt zien, hoor je hem. Na een lange wandeling over een uitgestorven beurscomplex aan de noordwestzijde van Milaan leiden bordjes een congreshal in. Daar hangen zwarte doeken van het tien meter hoge plafond tot aan de grond – de ruimte is verder kaal. Even denk je: ben ik hier wel goed? Maar dan ineens klinkt het kenmerkende fluitje van de starter, gevolgd door een uitgerekt „Ready…”
Wie door de zwarte doeken naar binnen stapt, de stalen trappen van de tijdelijke tribunes op, staat ineens in een olympische schaatshal. ‘Milano-Cortina 2026’ staat er in het ijs geschreven, de vijf gekleurde ringen hangen overal, net als de camera’s. Schaatsers in felgekleurde pakken rijden er hun rondjes.
Sebas Diniz begaf zich afgelopen woensdag naar de startlijn voor een oefenstart op de 500 meter. De Nederlander met een van de snelste openingen van het veld begon met een tijd van 9,71 seconden over de eerste honderd meter. „Goed voor nu”, zei hij na afloop. „Dit is niet de tijd die ik in een echte wedstrijd wil rijden, maar ik ben nog niet helemaal scherp.” Aan het ijs lag het niet, wilde hij maar zeggen. „Ik kon vol aanzetten, had veel grip, dus ik vond het best prima.”
De Winterspelen in Milaan-Cortina, die vrijdag beginnen met de Openingsceremonie in het San Siro-voetbalstadion in Milaan, kennen met het langebaanschaatsen een primeur: voor het eerst worden de olympische wedstrijden afgewerkt op een tijdelijk aangelegde baan. Een paar weken geleden reden in de lege beurshal van het Fiera Milano-complex nog vrachtwagens af en aan om alles op te bouwen, over drie weken is alles weer weg.
Na afloop van de trainingswedstrijden van woensdag leunde de Canadese ijsmeester Mark Messer tevreden over de boarding. „Het is een wonder dat er hier nu een ijsbaan ligt”, zei hij grijnzend. „En ik ben blij met hoe de baan er tot nu toe bijligt en met de kwaliteit van het ijs.”
De grootste uitdaging voor Messer en zijn team was het neerleggen van de koelbuizen die het water moeten opvriezen. Bij een permanente baan zitten die buizen in de betonnen vloer gegoten. „Hier hebben we eerst een laag isolatiemateriaal van hard piepschuim neergelegd, daarboven een membraam zodat het water niet wegloopt, en daarbovenop liggen de koelbuizen in de onderste laag van het ijs.” Een houten vloer aan weerszijden van de 400-meterbaan houdt alles op zijn plek.
Die opbouw van de ijsvloer heeft een onverwacht neveneffect. „Het klinkt een beetje als natuurijs”, zei Jillert Anema, de coach van onder meer Marijke Groenewoud en Jorrit Bergsma. Hij deed het voor: „Bong, bong, zo’n diep geluid dat je ook hoort als je over nieuw natuurijs schaatst en er scheuren in het ijs trekken.”
Messer kan zich de vergelijking wel voorstellen. „Door de manier waarop we de isolatie en de buizen hebben neergelegd, beweegt het ijs een beetje en daardoor hoor je een hol geluid. Net als wanneer je over een dichtgevroren meer schaatst.”
De Nederlandse schaatsers die woensdag op het ijs stonden, waren het erover eens dat het een unieke ijsbaan is. „Het is anders dan anders”, zei Jorrit Bergsma nadat hij als training een 3.000 meter had gereden. „We komen net vanuit Inzell, daar heb je hard glij-ijs en kun je echte klappen maken. Hier is het zachter, moet je je slag wat korter maken, en zal het wat harder werken worden.”
Volgens Diniz leek het ijs nog het meest op de schaatsbaan in het Noorse Hamar. „Ook wat zachter ijs met veel grip.” Zijn coaches Martin en Erwin ten Hove kwamen met ander vergelijkingsmateriaal. „In Minsk in Wit-Rusland is het ook altijd warm in de hal”, zei Martin. „De baan in Erfurt heeft vergelijkbaar ijs”, vulde Edwin aan.
Uiteindelijk is het niet belangrijk hoe snel het ijs is, vond Martin ten Hove. „Of het nou snel of langzaam ijs is, als de omstandigheden maar voor iedereen gelijk zijn. De temperatuur is hier onder controle, de luchtvochtigheid constant, dus die missie lijkt geslaagd.”
IJsmeester Messer beende woensdag druk rond op het middenterrein. Dan was hij bezig met de sensoren op de finishlijn, dan liep hij weer met een emmertje ijs over de baan om oneffenheden in de baan te dichten. „We zijn er nog niet helemaal. In de laatste dagen moeten we nog het een en ander finetunen.” Hij gaf aan met een andere samenstelling van het ijs en lagere temperaturen ging proberen de toplaag van het ijs nog iets harder te krijgen.
Als zaterdag het olympisch schaatstoernooi begint met de 3.000 meter voor vrouwen, zal het spannend worden voor de ijsmeester en zijn team. „Dan zitten hier duizenden mensen op de tribune, dat doet wat met de temperatuur en de luchtvochtigheid”, zei Messer. „Maar wat weten we niet precies, dat hebben we niet kunnen testen.” Om toch voorbereid te zijn, gaat de Canadees uit van het scenario dat de omstandigheden het meest beïnvloedt: natte jassen, lage temperaturen.
De Nederlanders verheugen zich op de wedstrijden. „Het is best een gaaf stadion, heel knus, met de toeschouwers dicht op het ijs”, zei Martin ten Hove. Zeker als er straks veel Nederlanders zitten wordt dat genieten, zei Diniz. In totaal zijn er deze Spelen 42.000 kaartjes aan Nederlanders verkocht. „Ik verwacht wel een mooie sfeer als de tribunes vol zitten”, zei Bergsma.
En toch, zei coach Anema, is het jammer dat het allemaal van tijdelijke aard is. „Als je nou een dak op de ijsbanen van Collalbo of Baselga di Pine had gelegd, had je er een icoon van een schaatsbaan bij gehad. Dit is allemaal best mooi, maar het verdwijnt straks weer. Dus het is niks meer dan lucht.”
Source: NRC