Home

Angst van Jetten-trio voor aanpak belastingcrisis is riskant

Als het van pas komt om het brede pensioenakkoord na zes jaar open te breken om te kunnen besparen op de AOW, dan regeert het minderheidskabinet-Jetten graag over zijn graf heen. Maar als het gaat om de meervoudige belastingcrisis, die de legitimiteit van de overheid ondermijnt, dan deinst de centrumrechtse coalitie er juist voor terug om tijdens haar leven al in te grijpen.

Dat is een veeg teken. Het huidige fiscale systeem is namelijk uitgewoond, het stelsel is ondoorgrondelijk. Nergens zijn zoveel hoogleraren fiscaal recht als in Nederland – het is onrechtvaardig. Burgers uit de middengroepen dragen gemiddeld 40 procent af, de allerrijksten slechts iets meer dan een kwart. En het is gedateerd. Met de regelmaat van de klok wordt de uitvoering de laatste jaren door de Hoge Raad gecorrigeerd.

Het model moet op de schop, vindt ook de OESO. De drie coalitiepartijen kiezen er niettemin voor door te modderen in de hoop op betere tijden. Het belastingstelsel is aan „herziening” toe, schrijven ze in hun coalitieakkoord. Maar ze gaan het systeem slechts „stapsgewijs” en „parallel bewandeld verbeteren” richting „stippen aan de horizon”. Omdat het kabinet-Jetten hopelijk gevrijwaard is van flat earthers – op de ronde aarde komt de horizon nooit dichterbij – onthult deze beeldspraak vooral dat D66, VVD en CDA de fiscale stelselcrisis kennelijk willen blijven zien als een bestuurlijke techniek en niet als een fundamentele politieke kwestie.

Die geringe prioriteit blijkt ook uit het feit dat de coalitie haar fiscale „hervormingsagenda” laag in de hiërarchie wegstopt: bij een staatssecretaris op Financiën, bij dezelfde soort politieke functionaris die nu al anderhalf decennium niet in staat is om de chaos in toeslagen en vermogensbelasting te bezweren. Elf staatssecretarissen, van Frans Weekers (Rutte I) tot Eugène Heijnen (Schoof), zijn er sinds het laatste kabinet Balkenende (2010) langsgekomen. Geen van deze merendeels VVD-, D66- of (semi-)CDA-bewindslieden is erin geslaagd de rampen af te wenden. De kosten van de hersteloperaties, die zijn afgedwongen door het parlement of de rechter, zijn intussen opgelopen tot ruim 20 miljard euro: 10 miljard in het toeslagenschandaal, een vergelijkbaar bedrag voor te veel geïnde belasting in box 3 plus bijna anderhalf miljard voor gerommel met boeterentes.

Denkt het coalitietrio heus dat een staatssecretaris, wiens stem in de ministerraad is verbonden aan de positie van vermoedelijk VVD-minister Heinen van Financiën, de herziening in goede banen kan leiden? Hopen de drie partijen, die voor rechts hebben gekozen – volgens een kwantitatieve analyse is D66 „de grote verliezer” van de onderhandelingen over het financiële akkoord – werkelijk dat een duurzame oplossing van de fiscale crisis zonder links kansrijk is? Geloven ze echt dat de „mijlpalen” voor een breed gelegitimeerd systeem zonder ruime meerderheden in het parlement geslagen kunnen worden?

Het antwoord zal verscholen liggen in het overige personeelsbeleid. Gaan D66, VVD en CDA putten uit de bekende kaartenbak of durft Jetten te eisen dat er wordt gezocht naar onbevreesde bewindslieden, die meer oog en oor hebben voor het parlement dan voor hun partij? Het niveau van de ministerraad onder Jetten zal ongetwijfeld groter zijn dan het allooi dat vorige keer bereid was toe te treden tot de (radicaal)rechtse ploeg van premier Schoof. Maar simpel wordt het niet.

Dat het minderheidskabinet op voorhand bang is voor een structurelere benadering van de belastingcrisis is daarom een slecht voorteken. Die huiver getuigt van politieke angst voor een brede discussie over het fiscale stelsel. Dat is riskant. Als het vertrouwen in het belastingstelsel niet wordt hersteld, wordt immers ook het gezag van de staat ondermijnd.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next