Home

Jan Martens’ dans is een snoepwinkel voor dansers en dansliefhebbers

Dans Kid in a candy store van Jan Martens is een caleidoscoop van dansstijlen, een tsunami van bewegingen. De heldere structuur houdt de choreografie veertig minuten lang boeiend. Na afloop ligt ook de kijker in de touwen.

Kid in a candy shop

Dans

Wildsong door NDT 1. Gezien: 4/2, Amare, Den Haag. Tournee t/m 22/3. www.ndt.nl

Het duurde even voor het dansen begon tijdens de openingsvoorstelling van het Holland Dance Festival op woensdag. Met speeches en prijsuitreikingen werd de twintigste editie ingeleid. Welverdiend was de nieuwe Kylián Honorary Award voor de bijna 85-jarige ex-danser Hans Knill, lang de assistent, danserscoach en cameraman van topchoreograaf Jirí Kylián. De Kyliánring, een doorgeefprijs, werd door de huidige drager Paul Bronkhorst, voormalig directeur Omscholing Dansers Nederland, om de vingers van het, aldus Bronkhorst, „rebelse” choreografenduo Guy Weizman en Roni Haver geschoven.

De lange opmaat werd ruimschoots goedgemaakt door Kid in a candy shop van choreograaf Jan Martens. Daarin – zijn debuut met het Nederlands Dans Theater – stelt Martens de 24 dansers voor een enorme uitdaging door te kiezen voor het ritmisch grillige Pretty van de Amerikaanse componiste Julia Wolfe en het razende clavecimbelconcert GG van de Poolse componiste Hanna Kulenty. Aan de dansers de taak om hun weg in te vinden in deze hypercomplexe klankenwerelden.

Het Pretty-deel komt traag op gang, met de eerste dansersgroep die aandachtig houdingen onderzoekt op hun vervormbaarheid. De huidnauwe seventies kostuums tonen hun fysiek optimaal in een uitgekiende belichting, met op het achterdoek ontluikende en sluitende bloemen in extreme slow motion. Uitgestrooid over het toneel laten ze hun balletposities morphen naar Griekse marmers, bodybuilderposes, soms tergend lang op een been aangehouden. Gaandeweg verschijnen nieuwe dansers ten tonele. Alsof minimaliste Lucinda Childs hen heeft gestuurd doorkruisen zij de menselijke beeldentuin met eenvoudige, ritmische stapjes – telkens van richting veranderend. Alles is voortdurend in transitie: ritme, richting, snelheid, de spanwijdte van de bewegingen, vloeiend, staccato.

Overdonderende tsunami

Martens brengt met nu en dan herkenbare ankerpunten, herhalingen van fragmenten, een structuur aan die leesbaarheid geeft in de overdonderende tsunami. Daarmee demonstreert hij opnieuw een choreograaf te zijn die uitstekend grip houdt op zijn concept en niet in oeverloosheid verzandt. Ook tijdens Hanna Kulenty’s energieke GG Concerto (2009) voor klavecimbel en strijkorkest blijft het beeld helder. De tweede dansersgroep, in blauw, weerspiegelt de nerveuze pizzicati van de strijkers en de pinnig jagende arpeggio’s van het klavecimbel in strakke lijnen, isolaties en staccato gestiek. Balanchine meets vogue, als het ware. Misschien neigt het wat veel naar illustratie, maar dat stoort niet doordat elke danser zijn eigen bewegingen heeft.

Ook ballroomdans zwiert nog even langs in deze liefdesverklaring aan dans en dansers. Martens portretteert de dansers in een van de slotdelen als een gretige, nieuwsgierige meute, die de aan het eind solerende Theophilus Vesely opslokt – een scène waar ieder zijn eigen betekenis aan zal geven. Als je daar als toeschouwer tenminste nog energie voor over hebt, want Kid in a candy store is ook voor het publiek een uitputtingsslag in de beste zin van het woord.

Na de pauze valt de herneming van Horses wat tegen. Choreograaf Marcos Morau schildert de mens ietwat letterlijk af als een wezen op zoek naar het licht, of de spotlight. Ook hier nerveuze beweging, maar de dramatische suggestie voelt wat leeg en langdradig. Goddank voor die gretige dansers.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next