De Nederlandse schaatsers dragen een gloednieuw schaatspak op de Winterspelen in Milaan. Het revolutionaire pak zou sneller dan ooit zijn en moet dus medailles gaan opleveren. "Ik deed er zeven minuten over om het pak aan te trekken."
Vlak voordat Jorrit Bergsma aan zijn trainingsrit begint lukt het hem niet om zijn schaatspak aan te krijgen. Hij worstelt en probeert het tenue over zijn schouders te trekken.
De Fries krijgt het in zijn eentje niet voor elkaar en schakelt de hulp van zijn fysiotherapeut Erik Wink in, zoals je op onderstaande foto kunt zien. "Het gaat steeds iets soepeler, maar makkelijk is het nog niet. Het zit heel strak", zegt Bergsma.
Bergsma heeft het over het schaatspak van Bert van der Tuuk, de sportkledingontwerper die de olympische schaatsploeg al tientallen jaren van wedstrijdkleding voorziet. "Dit pak is revolutionair", vertelt Van der Tuuk aan NU.nl.
Hij heeft voor de Winterspelen in Milaan het zogeheten hybridepak ontworpen. "Dit pak is gemiddeld tussen de 5 en 8 procent sneller dan de tenues waar de concurrenten in rijden. Het geheim is dat het pak op de armen en de benen uit twee lagen bestaat."
Van der Tuuk, die directeur is bij het sportkledingbedrijf Sportconfex, is al vier jaar bezig met het ultieme olympische schaatspak. Na vele windtunneltesten en hulp van de Technische Universiteit in Eindhoven kwam hij tot dé ultieme creatie.
"De binnenste laag wordt zó strak over het lichaam getrokken. Een schaatser heeft soms een kwartier nodig om het pak aan te trekken", vertelt Van der Tuuk. Door de twee lagen op de armen en de benen geeft het pak een voordeel bij snelheden tussen de 20 en 90 kilometer per uur.
Maakt het pak dan het verschil tussen goud of zilver? "Dat is moeilijk te zeggen. Je gaat niet opeens vliegen, maar als het om een verschil in duizendsten gaat, heeft dit pak een voordeel ten opzichte van de rest."
Naast Nederland rijden ook de Canadese en Italiaanse rijders in het pak van Van der Tuuk. Die twee landen investeerden samen met Nederland in het hybridepak uit Assen. "Vandaag kwam er nog een Italiaanse schaatsster naar me toe die het pak nog iets strakker moest hebben. Het blijft finetunen tot aan de wedstrijden."
Sebas Diniz was een van de schaatsers die het pak als eerste mochten testen tijdens het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) in Thialf. "Het aantrekken duurde toen nog erg lang. Ik was toen zeven minuten bezig."
Inmiddels gaat het bij Diniz soepeler. "Als ik hem nu aantrek is het binnen één minuut geregeld." Ook de veertigjarige Bergsma ziet vooruitgang, maar is nog niet zo ervaren als zijn zestien jaar jongere landgenoot. "De eerste keer was een training op zich", lacht Bergsma. "Toen moest ik op een dag vier pakken testen. Daarna was ik kapot."
De vrouwen moeten tijdens het aantrekken van het pak extra opletten. "Kijk naar Jutta Leerdam. Die heeft nogal vaak een nieuw pak nodig", vertelt Van der Tuuk. "Dat komt door haar lange nagels. Het materiaal is heel delicaat en kan snel kapotgaan."
Ondanks het gevoelige materiaal is Leerdam volgens Van der Tuuk blij met het pak. "Ik maak ook de pakken voor haar persoonlijke team en met haar kan ik altijd goed schakelen. Ze is heel kritisch en wil altijd het beste hebben. Dat is heel fijn om mee te werken."
Bergsma, die op de Spelen de 10 kilometer en de massastart rijdt, moet nog wennen aan het nieuwe tenue. "Omdat het pak twee lagen heeft, kan de warmte behoorlijk oplopen", zegt de routinier, die benadrukt dat het in de olympische ijshal in Milaan warmer is dan in Thialf.
Als de warmte echt een probleem wordt, dan kan Bergsma altijd nog terug naar zijn oude pak. "We gaan de komende dagen zien wat ideaal is", zegt hij. "Het is wel warm, maar tot nu toe voelt het goed."
Ook de Nederlandse shorttrackers rijden in het gloednieuwe hybridepak. "Tijdens de finales op EK shorttrack hebben ze de pakken getest en won Nederland zeven gouden medailles", zegt Van der Tuuk. "Dat zegt genoeg, toch?"
Source: Nu.nl sport