Home

Op bezoek bij de ‘vergeten’ IS-vrouwen in de kampen in Syrië: ‘Ik wil niet terug naar zo’n afvalligenland’

Sinds jaren zitten de buitenlandse vrouwen van IS-strijders vast in kampen in noordoost-Syrië. Nu Damascus er de macht overneemt van de Koerden, is hun toekomst ongewis. Sommigen willen nooit meer terug naar Europa. ‘In mijn tent is meer vrijheid.’

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

Officieel mag het geen gevangenis heten. Toch is dat hoe al-Roj er van buiten uitziet, met hoge hekken, camerabewaking en lange rollen prikkeldraad. En er is nog iets dat opvalt wanneer je als bezoeker dit detentiekamp voor vrouwen van IS-strijders in het uiterste noordoosten van Syrië nadert. Op een buitenmuur heeft iemand met hanenpoten een Koerdische tekst gekalkt. Er staat: ‘Vergeten is verraad.’

In haar bescheiden kantoortje zegt de directeur van het kamp, Hukmiye Ibrahim, geen idee te hebben wie de tekst heeft aangebracht. Met een glimlach: ‘Een van de bewakers, vermoed ik.’

Het eerste dat een buitenstaander opvalt in al-Roj (letterlijk ‘de zon’), is de mengelmoes aan landen van herkomst. Het kamp is een onbedoeld veelvolkerenstaatje, een jamboree van culturen op een akker ter grootte van een half Vondelpark. ‘Hij is Tunesiër’, wijst een jochie naar zijn vriendje. ‘En ik ben Hindoe!’ Tussen de witte tenten valt Turks te beluisteren en Engels met een onvervalst Australische tongval, en wie de weg vraagt, krijgt te horen dat dit hier ‘de Marokkaanse tenten’ zijn. Als er een minibus voorbijkomt, klampt een van de jongens zich balorig vast en rijdt meterslang mee.

Smeekbeden

Jarenlang gold het kamp – zoals de tekst op de buitenmuur suggereert – als totaal vergeten en verdrongen uit het mondiale bewustzijn. De honderden buitenlandse vrouwen in de kampen (behalve al-Roj is er ook het veel grotere al-Hol) sloten zich ooit aan bij Islamitische Staat, en zitten hier sinds de val van het laatste IS-bolwerk in 2019 met hun kinderen vast, wachtend op betere tijden. Onder hen is ook een handvol Nederlanders. Aan Koerdische kant klinken al jaren smeekbeden aan westerse regeringen om de vrouwen op te halen, voor ze ontsnappen of opnieuw in de armen van IS worden gedreven.

Maar sinds kort is alles aan het schuiven. Dat begon met de val van de Syrische dictator Bashar al-Assad, dik een jaar geleden, en de machtsgreep van de nieuwe president, Ahmad al-Sharaa, zelf een ex-jihadist. In het kamp wordt sindsdien gedroomd van een aanstaande bevrijding. De vrouwen beschouwen Sharaas troepen als geestverwanten, die zonder blikken of blozen de hekken van het kamp open zullen zetten. Velen pakten vast hun koffers.

Vorige maand volgde een stroomversnelling, toen de door Koerden geleide Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) zo’n 80 procent van hun grondgebied aan Sharaas regering kwijtraakten. Al-Hol, met ongeveer 24 duizend inwoners het grootste kamp, is inmiddels in handen van Damascus. Bij de chaotische machtsoverdracht wisten sommige kampbewoners te vluchten – het precieze aantal is onbekend.

‘Vergeten’ vrouwen

De ‘vergeten’ vrouwen zijn daarmee terug op de internationale agenda, zij het met een levensgroot vraagteken erbij. Directeur Ibrahim, gekleed in een winterjas en een grijze hoofddoek, denkt dat haar kamp gevaar loopt, en niet veilig is in handen van Sharaas regering. De autoriteiten in Damascus en terreurgroep IS beschouwt ze als een pot nat – een stokpaardje in Koerdische kring. ‘Het enige verschil is: in de strijd tegen IS vormde zich een mondiale coalitie, terwijl Sharaas regering nu internationale erkenning krijgt.’

Als de Volkskrant de directeur spreekt, ligt er nog geen definitief akkoord tussen de SDF en Damascus – dat volgt een dag later. In de uitgelekte versies van de deal wordt al-Roj niet genoemd, maar een bron dicht bij de onderhandelaars zegt op voorwaarde van anonimiteit dat het kamp onder Koerdische controle blijft, zij het met ‘supervisie’ uit Damascus. Bronnen van persbureau Reuters meldden eerder dat Sharaas regering de kampen ‘binnen een jaar’ wil sluiten. Wat dit voor de vrouwen gaat betekenen, weet niemand.

De Belgische Cassandra

De voorbije jaren zijn ongeveer twintig vrouwen (samen met hun kinderen) door de Nederlandse regering teruggehaald, waar hun in de meeste gevallen een strafrechtelijk proces wachtte. De Volkskrant diende bij de Koerdische kampleiding een verzoek in om met de laatste twee à drie achtergebleven Nederlanders (het precieze aantal is onduidelijk) te spreken, maar dat werd door de vrouwen afgeslagen.

Heel anders is dat verderop in het kamp, waar een Koerdische SDF-bewaker op een witte tent afstapt. ‘Cassandra’, zegt ze tegen het tentzeil, ‘ben je daar?’ Een ogenblik later gaan de tentflappen open. De 31-jarige Cassandra Bodart, een blonde Syriëreiziger afkomstig uit de nabijheid van het Belgische Namen, vlijt zich in kleermakerszit op de grond. Ze houdt haar woonruimte graag net en huiselijk. Op een zacht vloerkleed staan een wasrek, een Mickey Mouse-tas en een opgemaakt matras met beddengoed in aardbeienthema.

De Waalse draagt al jaren geen hoofddoek meer, en voldoet met haar hoodie en opgewekte blik bepaald niet aan de stereotypen van een Syriëreiziger. Anders dan de meeste andere kampbewoners heeft ze geen kinderen. Tegen het tentzeil ligt een koffer. Bodart heeft gehoord over de chaos in al-Hol, en is erop voorbereid dat hier iets vergelijkbaars kan gebeuren. ‘Dan heb ik al mijn spullen vast bij elkaar.’

Ze heeft een lange weg afgelegd sinds ze als tienermeisje een Algerijns-Franse man ontmoette via Facebook, met hem trouwde en hem volgde naar het Syrische Raqqa, een jaar voordat die stad door het zogeheten ‘kalifaat van IS’ zou worden ingelijfd. Door de gruwelen werd ze wakker geschud. ‘Ik besefte waar ik terecht was gekomen: een sekte’, zei ze eerder tegen de Belgische krant De Standaard.

Ze probeerde het kalifaat meermaals te ontvluchten, maar werd door haar man betrapt en geslagen. Pas toen hij om het leven kwam, kon ze naar de Koerdische kant vluchten. De islam heeft ze afgezworen, hetgeen haar in het kamp veel vijanden heeft opgeleverd. Bodart wordt bedreigd en beschimpt. ‘De andere vrouwen mogen me niet. Ik leef hier met radicalen. Voor mijn veiligheid heb ik een hond genomen.’

IS-sympathieën

Sommige vrouwen in al-Roj blijven ronduit gevaarlijk, zegt directeur Ibrahim. De moorddadige IS-ideologie is springlevend, ook bij de kinderen die opgroeien zonder perspectief. In delen van het kamp zijn er volgens haar ‘emirs’ aangewezen, vaak jongens van 16 of 17 jaar oud, die er de leiding zouden hebben. Geregeld zijn er gruwelijke incidenten, zoals afgelopen herfst, toen een Oeigoerse jongen van 14 zijn tweelingbroertje doodsloeg. Hij zou nadien geen berouw hebben getoond.

In de ogen van de Koerden is dit alles extra alarmerend vanwege de heropleving van IS in hun land. Eind vorig jaar doodde een Syrische soldaat met IS-sympathieën twee Amerikaanse soldaten en een tolk nabij de stad Palmyra. In juni blies een aan IS verwante zelfmoordterrorist zich op in een kerk in Damascus. Veel Koerden zien hierin de essentie van de woorden ‘vergeten is verraad’: zijn jullie in het Westen vergeten hoe gevaarlijk IS is?

Tegelijkertijd vertellen de cijfers een genuanceerder verhaal. Volgens Syriëkenner Charles Lister daalde het aantal IS-aanvallen vorig jaar naar een kleine 350, afgezet tegen het dubbele in 2024. De overgrote meerderheid vond plaats in het noordoosten van Syrië, waar de Koerden het bewind voerden over een morrende Arabische bevolking. Het is die latente ontevredenheid, aldus Lister, die een vruchtbare bodem vormde voor extremisme. Half januari wist Sharaas regering diezelfde gebieden (de provincies Raqqa en Deir Ezzor) echter in te lijven. Daarmee lijkt de voedingsbodem voor IS deels weggenomen.

Dubbelzinnigheid

Over de ware aard van Sharaas bestuur wordt verschillend gedacht. Binnen zijn leger (dat nu nog los zand is) bestaan facties met een uitgesproken jihadistisch verleden, en tegelijkertijd is Sharaa meer een machtspoliticus dan een ideoloog, iemand die 180 graden kan draaien als de situatie daarom vraagt. Arabische buurlanden delen volop inlichtingen in de gezamenlijke strijd tegen terreur. Sharaa was ook de man die in de provincie Idlib – vóór hij Assad verdreef – met succes de strijd aanbond met Al Qaida en IS. Niet voor niets wordt Sharaa in de IS-propaganda verketterd als een afvallige en een marionet van Israël en de Verenigde Staten. Het voorbije jaar zouden er twee IS-aanslagen op hem zijn verijdeld.

Ook het Amerikaanse Syriëbeleid weerspiegelt deze dubbelzinnigheid. Enerzijds werken de VS nauw samen met Sharaa in het opsporen van IS-cellen, en tegelijkertijd maakte Washington recentelijk bekend zevenduizend mannelijke IS-gevangenen (van de in totaal negenduizend) te zullen overbrengen naar gevangenissen in buurland Irak. Ook de regering van Donald Trump vindt het klaarblijkelijk te riskant om Sharaas troepen de sleutels te overhandigen.

Niet terug naar huis

In het kamp bestaat de indruk dat veel vrouwen sinds Sharaas machtsgreep devoter zijn geworden. ‘Vrouwen die gestopt waren een hoofddoek te dragen, zijn dat nu toch weer gaan doen’, zegt directeur Ibrahim. Ze vertelt over een Franse delegatie die in september vorig jaar naar het kamp kwam om landgenoten te repatriëren. ‘Drie vrouwen hebben van dat aanbod gebruikgemaakt, maar tal van anderen wilden niet.’

‘Ik heb een van de moeders gevraagd waarom ze niet ging. ‘Ik wil niet naar zo’n afvalligenland waar mannen met mannen mogen trouwen’, zei ze toen. Doe het voor je kinderen, heb ik gezegd. Maar ze hield vol en zei: ‘In mijn kleine tent is meer vrijheid dan in Frankrijk.’’

Voor de directeur is de conclusie zonneklaar: hun extremisme staat terugkeer in de weg. Toch is er ook een andere lezing. In Frankrijk hebben rechters draconische straffen opgelegd aan IS-vrouwen, oplopend tot 13 jaar cel. (Ter vergelijking: in Nederland kregen terugkeerders 3 à 4 jaar opgelegd). Goed mogelijk, kortom, dat de vrouwen ook daarom niet op het vliegtuig stappen.

Een bijkomende factor is het scheiden van vrouwen en kinderen bij aankomst, een praktijk die fel bekritiseerd is door mensenrechtenorganisaties. Frankrijk doet het, Nederland eveneens, en ook de Koerdische kampleiding heeft het jarenlang gedaan (nu de centra voor kinderen vol zitten, is men gestopt). In de rehabilitatiecentra kunnen ze sporten en muziek maken. ‘We stonden toe dat ze met hun moeder mochten bellen’, zegt Ibrahim. ‘Maar dan drukte zij hun op het hart: ‘Vergeet je geloften niet (aan IS, red.)’, en dan konden we opnieuw beginnen.’ De kinderen, stelt ze, ‘zijn de zaadjes van een nieuw kalifaat’.

Zonnestraal

In de tent van Cassandra Bodart is het dankzij een pruttelende dieselkachel behaaglijk warm. In België is ze bij verstek tot 5 jaar cel veroordeeld, maar haar advocaat heeft de zaak weten te heropenen. De laatste keer dat België vrouwen liet ophalen, was in 2022. Eindelijk zou ze Syrië kunnen verlaten, dacht Bodart, maar dat pakte anders uit. Alleen vrouwen met kinderen mochten mee – een politieke keuze van de Belgische regering. Zijzelf bleef ontredderd achter. ‘Nu denk ik: laat dan maar. Waarom zou ik teruggaan naar een land dat mij niet wil?’

Aan de telefoon zegt haar moeder, Suzanne Anciaux (68), niet te begrijpen waarom kinderloze vrouwen ‘in de kou worden gezet’. Ze vindt dat haar dochter een tweede kans verdient. ‘Ze heeft niemand vermoord. Ze is gewoon gehersenspoeld, zoals al diegenen die destijds vertrokken zijn.’

Waar haar toekomst ligt, weet Bodart zelf niet. Misschien wel bij de Koerden hier in Syrië, peinst ze. Haar kat is in de tussentijd stilletjes de tent binnengeslopen. Ze heeft hem ‘Roshika’ genoemd, het Koerdische woord voor zonnestraal.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next