Home

Serieuze vrijheid vraagt echt iets van de burger, óók achter de voordeur

Non-fictie Decennialang hebben we het liberalisme uitgelegd als ‘vrijheid blijheid’ en ‘lekker jezelf zijn’, aldus filosoof Jurriën Hamer. In zijn essay Wat vrijheid van je vraagt komt hij met een nieuwe visie op liberalisme als een ruimdenkende sociale filosofie.

De moderne geschiedenis van de mens is een geschiedenis van individuele bevrijding. Met schitterende ups, van de drukpers en het stemrecht tot het hoger onderwijs voor velen, en forse downs, zoals oorlogen, genocides of imperialisme. Soms heet die ontwikkeling humanisme, dan weer emancipatie of democratie, maar vaak ook liberalisme. De bandbreedte van die begrippen is groot. Maar de beste Nederlandse vertaling van liberal (een Franse term met Latijnse wortels) is vermoedelijk ‘ruimdenkend’, waarmee meteen verklaard is waarom de meeste politieke partijen in Nederland een of andere vorm van liberalisme zeggen te willen uitdragen.

Jurriën Hamer: Wat vrijheid van je vraagt. Filosofie voor een bloedserieuze tijd.

De Bezige Bij, 205 blz. € 22,99

Dat het liberalisme nu in een down zit, zal niemand ontkennen. Onder intellectuelen en politici is sprake van aanhoudende duivelsuitdrijvingen jegens het ‘neoliberalisme’, een beleidsfilosofie schuldig aan alle problemen tussen tandbederf bij kinderen en het stijgen van de zeespiegel. Of neem het gedrag van de politieke partij die trots ‘liberale kernwaarden’ voert. Uit angst te bezwijken door populistische concurrentie committeert de VVD zich de laatste jaren vooral aan uitsluiting van migranten en eventueel de vrijheid om mest uit te rijden.

Daarom is Wat vrijheid van je vraagt. Filosofie voor een bloedserieuze tijd van de Utrechtse filosoof Jurriën Hamer een goed getimed boek. In tweehonderd helder geschreven bladzijden en met veel aansprekende voorbeelden hertaalt Hamer het liberalisme als een ruimdenkende sociale filosofie. „Onze rechten zijn alleen iets waard als mensen hun plichten nakomen, en misschien nog wel meer doen. Al te vaak gebeurt dat niet, en ontstaan er hardnekkige, collectieve problemen, zoals klimaatverandering, ongelijkheid en autocratie.”

Plichtsbetrachting

Volgens Hamer hebben we decennialang het liberalisme uitgelegd als ‘vrijheid blijheid’, ‘lekker jezelf zijn’, in de woorden van VVD’ers van Ed Nijpels tot Mark Rutte. Dat is wat Hamer betreft verre van ruimdenkend, eerder engdenkend. „Samen creëerden we een cultuur van vrijblijvendheid die ernstige problemen normaliseerde: van milieuvervuiling tot misogynie, en van economische ongelijkheid tot de verwoestende invloed van sociale media.” Échte vrijheid vraagt volgens Hamer „een levensbeschouwing die diep ingrijpt in de privésfeer” en waarbij levensbeschouwing draait om plichtsbetrachting.

Hamers ‘dienstbaar liberalisme’ wil zeggen: zo leven dat ook anderen vrij kunnen zijn. Het betekent zorgdragen voor fundamentele rechten, zoals bestaanszekerheid of leefbaarheid. En dat kan alleen door onderscheid te maken tussen serieuze vrijheid die bijdraagt aan ontplooiingsmogelijkheden voor iedereen en ‘kleine’ vrijheden zoals het eten van een voor de planeet funeste gehaktbal, een overbodige vliegreis of het uiten van een zoveelste mening aan het scheld- en klaagkoor op sociale media. We moeten niet mekkeren wanneer die kleine vrijheid afneemt.

De serieuze vrijheid vraagt echt iets van ons, ook achter de voordeur, niet alleen in het door klassieke liberalen zo aanbeden publieke domein. Ook op het werk en thuis is het tijd voor milieuvriendelijker eten, sociaal vriendelijker werken, meer gemeenschapsleven en – Hamer komt er een paar keer op terug – een hoger kindertal. „Zonder nieuwe kinderen zijn essentiële liberale rechten al gauw waardeloos. En dus bestaat er wel degelijk een plicht om nageslacht te verwekken, die door behoorlijk wat mensen gedragen moet worden.”

In het eerste gedeelte van het boek is Hamer ook naar eigen zeggen zwaar op de hand. Een dienstbaar liberaal heeft veel ‘negatieve plichten’ – dingen om niet te doen, van collega’s niet seksistisch behandelen tot niet met het vliegtuig gaan als je ook met de trein kunt. Het is daarom lastig om moreel netjes te leven. Mensen zijn immers „gulzig, hebzuchtig, geneigd tot zelfmedelijden en afgoderij”. Daarom zijn er ook instituties, zoals overheden en bedrijven, om ons te helpen daadwerkelijk dienstbaar liberaal te leven. Maar die instituties vergen ook weer iets, namelijk ‘overgave’, de erkenning dat we de dingen niet alleen kunnen. Dus moeten we bijvoorbeeld belasting betalen of gezag serieus nemen.

Wanneer Hamer hypocrisie en morele zuiverheid bespreekt is zijn toon lichter. Veel populaire talkshows en internetblogs spinnen garen bij het ontmaskeren van politici, activisten of idealisten als hypocriet. ‘Opiniemakers’ komen graag thuis met de scalp van een homohatende homo of een veganist in de Burgerking. Of, zoals men in de omgeving van de Telegraaf graag vraagt: hoezo zijn studentactivisten wel boos over Gaza en niet over Soedan waar meer slachtoffers vallen?

Het verwijt van hypocrisie komt vaak van mensen zonder idee over hun eigen moraal, maar ook aan morele zuiverheid heeft het liberalisme niets. Hamer positioneert de deugdzame, dienstbare liberaal als iemand die telkens moet kiezen tussen kwaden (!). Iemand die kernenergie verdedigbaar vindt wanneer de vervuiling daardoor meer afneemt. Of iemand die meent dat de Amerikaanse president Abraham Lincoln ondanks zijn bijdrage aan het verdrijven van de inheemse bevolking toch een held is, vanwege zijn verzet tegen slavernij. „Het uitdragen van een universele boodschap vraagt om een grote mate van flexibiliteit en contextgevoeligheid.”

Progressief in oude stadswijk

Hamer beschrijft zichzelf als een „progressieve bewoner van een oude stadswijk”, al klinkt hij soms als linkse dominee, de wereld schuldbewust de andere wang biedend. Indicatief is niet alleen het terugkerend woord ‘zonde’, maar ook dat het woord ‘plicht’ ongeveer net zoveel voorkomt in dit boek als ‘vrijheid’. Hamer is intellectueel en vriendschappelijk verwant met Rutger Bregman, die internationaal furore maakt met de oproep je persoonlijk talent voor een betere wereld in te zetten, in plaats van meer geld of status na te streven. Vergelijkbaar met diens aanpak houdt Hamer de vaart in Wat vrijheid van je vraagt, door een saus van anekdotes, filmfragmenten (Tarantino, Star Wars, Batman) en persoonlijke bekentenissen. (De schrijver kreeg vlak het voor het verschijnen van het boek een hartstilstand, het heeft hem „milder en directer” gemaakt, schrijft hij in het voorwoord.)

Hamer heeft zijn publiek goed voor ogen. Hij richt zijn pijlen op het werk van John Rawls, de peetvader van het moderne liberalisme. Academische filosofen zal de communitaristische kritiek in de lijn van Michael Sandel  tamelijk bekend in de oren klinken. Maar Hamer zoekt een ander gesprek. Allicht is er een grote groep jonge mensen die het opportunisme van Dylan Yesilgöz ziet en zich afvraagt wat liberalisme dan wél is. Hamer bedient hen vaardig en geïnspireerd. Wereldwijd vinden populistische leiders ruimdenkendheid iets voor slappelingen, maar allicht dat ook het liberalisme van de linkerwang iets kan bijdragen aan het temmen van de grote bek.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next