Veel aandacht zal tijdens de Olympische Winterspelen van Milaan naar de Nederlandse schaatsers gaan. Maar voor welke buitenlandse schaatsers mag de oranje bril even af? Een gids voor alle individuele afstanden.
Nadat Joy Beune op het olympisch kwalificatietoernooi had misgegrepen bij de 1.500 meter, bleef er nog één individuele afstand over waarop ze zich tot kampioen kan laten kronen: de 3.000 meter. En als Beune ergens haar zinnen op zet…
Ragne Wiklund beleefde haar doorbraak in 2021 ogenschijnlijk uit het niets, toen ze wereldkampioen op de 1.500 meter werd. Ze is ook fanatiek oriëntatieloper, vertelde de Noorse destijds, een sport waarin hardlopen met kaartlezen wordt gecombineerd.
Op het ijs leek Wiklund de winters erna ook haar weg te zoeken. Op de Spelen in Beijing greep ze naast de prijzen. Een jaar later, bij de WK in Heerenveen was ze terug: goud op de 3.000 meter, zilver op de 1.500 en de 5.000 meter. Maar bij de WK in Calgary van 2024 haalde ze het podium niet, vorig jaar in Hamar bleef ze na rugklachten steken op zilver op de 5 kilometer.
De laatste weken van dit seizoen snelde Wiklund plots in toptijden naar Europese titels op de 1.500 en 3.000 meter en verpulverde ze bij de wereldbekerwedstrijd in Inzell het baanrecord van Joy Beune op de 3 kilometer. Zo goed was de Noorse nog nooit.
Sander Eitrem liet exact twee weken voor de olympische 5 kilometer een bom ontploffen door als eerste de grens van 6 minuten te doorbreken. Met zijn wereldrecord van 5.58,52 sorteerde hij voor op olympisch goud.
De grootste surprise van deze schaatswinter was Timothy Loubineaud (29). De Fransman, voorheen een mondiale subtopper, verbrak afgelopen november bij de wereldbekerwedstrijd in Salt Lake City in 6.00,23 het wereldrecord van Nils van der Poel (6.01,56).
Loubineaud komt uit een land waar de olympische ijsbaan van Albertville tot atletiekbaan werd omgebouwd en waar sindsdien geen enkele schaatsbaan meer te vinden is. Nooit eerder haalde hij op een klassiek schaatsonderdeel het podium haalde. ‘Ik ben niet de meest getalenteerde schaatser van deze planeet. Of zo voel ik me in ieder geval niet’, zei hij.
Voor de vorige Spelen kwalificeerde Loubineaud zich niet, maar hij trainde in die periode wel mee met Nils van der Poel. Hij deed precies wat de Zweed deed. Die ervaring bracht hem naar het topniveau van deze winter, waarin hij na zijn recordrit niet meer won, maar wel telkens met de besten meekon. De uitschieter in Salt Lake City bewees dat Loubineaud kan pieken. Wie weet hoe hoog zijn piek in Milaan ligt.
De krachtige lange slagen van Jutta Leerdam dulden nauwelijks tegenstand op de 1.000 meter. Leerdam maakte indruk bij de laatste wereldbekerwedstrijd in Inzell en is met afstand de topfavoriet op deze afstand.
De naam van Brittany Bowe is vaak verbonden aan die van een ander. Jarenlang gold de Amerikaanse samen met landgenoot Heather Richardson-Bergsma als standaard op de 1.000 meter. Stuivertje-wisselend schreven ze wereldrecords op hun naam. Bowe verbeterde het wereldrecord drie keer. Haar 1.11,61 van 9 maart 2019 staat nog altijd.
Richardson-Bergsma is inmiddels al jaren gestopt. Maar vier jaar geleden werd Bowe opnieuw onderdeel van een duoverhaal toen ze rond de Spelen van Beijing samen met Erin Jackson een schaatssprookje schreef.
Door een misslag hadJackson tijdens de Amerikaanse plaatsingswedstrijden voor de Spelen naast een olympisch ticket op de 500 meter gegrepen. Bowe besloot haar startplek aan Jackson af te staan. ‘Ik weet zeker dat ze voor mij hetzelfde had gedaan.’ Jackson werd vervolgens in Beijing, als eerste zwarte vrouw, olympisch schaatskampioen.
In Milaan is Bowe onderdeel van wat Amerikaanse media een ‘Winter Olympics power couple’ noemen. In het olympisch dorp in Beijing kwam het tot een afspraakje met Hilary Knight, de aanvoerster van het Amerikaanse ijshockeyteam. Inmiddels hebben ze vier jaar een relatie. Knight verzamelde al drie keer olympisch zilver en één keer goud en wil daar bij haar vijfde en laatste Spelen nog een gouden medaille aan toevoegen.
Ook voor Bowe wordt het haar laatste olympische deelname. Dit is haar laatste seizoen op ijzers, zo kondigde ze al eerder aan. Inmiddels is ze 37 jaar, later deze maand wordt ze 38.
Waar Bowe nooit in slaagde, ook niet in haar topjaren – grofweg van 2013 tot 2019 – was het bemachtigen van olympisch goud. Sterker, in 2018 haalde ze in Pyeongchang niet eens het podium – een zware teleurstelling. Haar eerste individuele olympische medaille, brons in Beijing vier jaar later, was een soort troostprijs, gekeken naar het palmares dat de meervoudig wereldkampioen heeft.
Zo imposant als in 2019 is Bowe niet meer, in de nadagen van haar carrière. Maar haar naderende afscheid lijkt iets te hebben aangewakkerd. De afgelopen maanden was ze opvallend constant en succesvol: alle wereldbekers reed ze in de top vijf. Een podiumplek was er nog niet, maar misschien bewaart Bowe dat voor de olympische baan. Als daverend slotakkoord van haar lange carrière.
Jordan Stolz is de man van wie het meest wordt verwacht in Milaan. En dat is niet zomaar. De Amerikaan is een alleskunner en lijkt ongevoelig voor druk. Al heeft hij dat op het olympisch niveau nog niet bewezen.
Een 400 meterbaan kende Marten Liiv uit Estland niet in zijn jeugd. Schaatsen deed hij op een baantje van 250 meter, schoongeveegd op een meertje bij zijn dorp Adavere. Noren – het schaatstype – waren er ongewoon. De meeste kinderen spurtten om het hardst op ijshockeyschaatsen over de kleine ronde.
Maar Liiv had talent en haalde als 21-jarige de Spelen van 2018 in Pyeongchang, waar hij op de 1.000 meter keurig in de middenmoot eindigde, op bijna twee seconden van winnaar Kjeld Nuis.
De Est wist dat hij de grens over moest om een betere schaatser te worden. Aanvankelijk trainde hij mee met de Oostenrijkse ploeg, bepaald geen grootmacht in het schaatsen, later haakte hij aan bij de Polen. Nu traint hij al ruim vijf jaar in Nederland bij Team IKO-X2O, waar ze met Joy Beune en regerend olympisch massastartkampioen Bart Swings weten hoe ze kampioenen moeten begeleiden.
Eenmaal werd dit seizoen internationaal een 5.000 meter verreden. Ragne Wiklund won en manoeuvreerde zich zo in de favorietenrol.
Als regerend wereldkampioen hoort Francesca Lollobrigida vanzelfsprekend tussen degenen om in de gaten te houden voor de langste afstand bij de vrouwen. Zelfs al kent de 34-jarige Italiaanse, een achternicht van filmster Gina Lollobrigida, een moeizame winter. Haar beste uitslag op de lange afstanden in de wereldbeker: vierde op de 3 kilometer in Salt Lake City.
Sindsdien valt vooral op hoezeer Lollobrigida aan het zwoegen is. De meervoudig wereldkampioen op inlineskates, die in Nederland tussen 2012 en 2020 meer dan twintig schaatsmarathons won, is haar slag kwijt. Maar als ze die eenmaal heeft teruggevonden, dan kan het snel gaan. Zoals vorig jaar, toen Lollobrigida voor het eerst een wereldtitel op ijzers veroverde.
En Lollobrigida, die in 2023 van een zoon beviel en daarna sterker dan ooit terugkeerde op het ijs, zou zomaar kunnen profiteren van het thuisvoordeel. Want als iets keer op keer wordt bewezen: bij Olympische Spelen in eigen land kunnen sporters vaak net iets extra’s.
Davide Ghiotto kent vooralsnog niet zijn beste seizoen, maar de regerend wereldkampioen en wereldrecordhouder rijdt op vrijdag de dertiende voor thuispubliek. Misschien dat dat zijn oude vorm aanwakkert.
Nog geen jaar geleden meldde een vriendelijk lachende Pool zonder paspoort zich op het WK-podium. Vladimir Semirunniy was in maart in Hamar een van de verrassingen van het toernooi. Goed voor brons op de 5.000 meter, en een paar dagen later schaatste hij zelfs naar zilver op de 10.000 meter.
Semirunniy is een 23-jarige Poolse langebaanschaatser, afkomstig uit Jekaterinenburg in Rusland. In 2022 pakte hij als Rus brons op het WK junioren. Vlak daarna besloot hij door de onrust in zijn geboorteland, de kwaliteit van het eten en de uiteenvallende schaatsstructuur – de Russen werden door de oorlog uitgesloten van internationale wedstrijden – te verhuizen.
Hij is voorzichtig met praten over zijn geboorteland. Zijn vrienden wonen er nog, zijn ouders eveneens. Hij heeft zijn moeder al een jaar niet gezien, zijn vader twee jaar. Hij wil geen problemen veroorzaken. Inmiddels strijden drie verschillende talen om voorrang in zijn hoofd: het Russisch, het Pools dat hij in de afgelopen drie jaar leerde, en het Engels, de taal waarmee hij in eerste instantie in zijn nieuwe thuisland communiceerde.
Halverwege vorig seizoen kreeg Semirunniy van wereldschaatsbond ISU groen licht om voor Polen uit te komen. Hij had op dat moment in Polen de status voor een permanent verblijf. In Hamar sprak hij de hoop uit dat zijn paspoort snel zou volgen. Deelname aan een WK kan zonder paspoort, voor de Olympische Spelen is dat anders. Zijn WK-succes was daarbij meer dan welkom, zei hij. ‘Dit zou kunnen helpen dat de Polen ervoor zorgen dat ik sneller een paspoort krijg.’
Zo geschiedde. Door gebrek aan ervaring op hoogte begon hij het seizoen slecht bij de wereldbekerwedstrijden in Salt Lake City en Calgary. Hij plaatste zich daardoor niet voor de olympische 5.000 meter. Wel schaatst hij in Milaan de 1.500 meter en de 10 kilometer.
Semirunniy berustte in zijn lot. Als hij moet kiezen tussen de 5 en 10 kilometer, kiest hij sowieso de laatste. ‘Dan kan ik mijn hoofd uitzetten en gewoon gaan. Dan hoef ik niet na te denken over of ik sneller of langzamer moet.’ Bovendien is het de afstand waarop hij eerder dit seizoen de grootste indruk maakte: hij won in Heerenveen in de B-groep in een nieuw baanrecord (12.28,05). Een tijd die later ook de snelste van de dag zou blijken te zijn.
Hij wint niet altijd en ook niet altijd met een even grote voorsprong en toch is er maar één favoriet: Jordan Stolz. De snelheid die hij kan ontwikkelen en zijn controle in de bochten zijn ongeëvenaard.
Wie een oranje bril draagt, hoopt bij de 500 meter op Jenning de Boo; dat is net zo’n bochtenkampioen als Stolz en hij heeft ook een razende ronde in de benen. Wie die bril afzet, ziet hoe Damian Zurek zich de afgelopen maanden in de positie van voornaamste uitdager heeft gewrongen.
25 jaar oud is Zurek, geboren en getogen in Tomaszów Mazowiecki, de stad waar maar weinig schaatsers met plezier naartoe gaan. Dat heeft deels met de plek te maken, de stad is weinig aansprekend, maar toch vooral met het ijs. Dat is er zwaar en traag.
Dat is ook de verwachting voor Milaan. Niet dat de stad saai is, maar dat de tijdelijk in een congreshal aangelegde baan relatief zwaar zal zijn. Omstandigheden die voor Zurek als thuis zullen voelen.
De Pool bewees bovendien bij de laatste wereldbeker voor de Spelen dat hij Stolz ook op snel ijs kan verslaan. Hij troefde hem in Inzell tweemaal af en ontfutselde hem het baanrecord. De Amerikaan is gewaarschuwd.
Wie doet Femke Kok wat? De wereldrecordhouder is ongeslagen sinds 2 februari 2024. Ze is vast van plan haar zegereeks voort te zetten met olympisch goud.
De Taiwanese Chen Ying-Chu is al 30 jaar en desondanks een beginneling op schaatsen. Tot drie jaar geleden was ze inlineskater. In Taiwan, dat deels een tropisch en deels een subtropisch klimaat kent, zijn geen 400 meterijsbanen.
Toen ze drie jaar geleden, na een eerdere kennismaking met het ijs in 2017, de sprong naar het langebaanschaatsen wilde wagen, zocht ze online informatie over de 500 meter. Ze las dat op dat moment Lee Sang-hwa het wereldrecord nog in handen had en dat de Zuid-Koreaanse tijdens haar gloriejaren werd gecoacht door Kevin Crockett.
Ze mailde de Canadese coach en was welkom bij zijn trainingsgroep in Calgary. Zo bracht ze de afgelopen drie jaar haar winters door in de Canadese stad, trainend op het ijs van de Olympic Oval.
Op diezelfde baan reed ze bij de wereldbekerwedstrijden naar zilver op de 500 meter, achter Kok en voor de regerend olympisch kampioen Erin Jackson. Het was een uitschieter, maar onderstreepte haar ambitie voor Milaan. Al staat ze pas drie jaar op het ijs, ze wil op het podium eindigen.
Daar is-ie weer: Jordan Stolz. Hij is een sprinter, maar beschikt ook over uithoudingsvermogen. De slotronde op de 1.500 meter, ook op zwaarder ijs, zal de regerend allroundwereldkampioen wel doorkomen.
China hoopte vier jaar geleden op olympisch schaatssucces. Voor de Spelen in eigen land was een groot budget vrijgemaakt, waren buitenlandse coaches ingehuurd en was een zo breed mogelijk net uitgeworpen om talent op te vissen. Ning Zhongyan was deel van de vangst.
In tegenstelling tot Gao Tingyu, die in Beijing de 500 meter won, greep Ning naast de medailles. Hij eindigde als 5de op de 1.000 meter en als 7de op de 1.500 meter. Maar terwijl Gao een paar jaar van het mondiale schaatspodium verdween, bleef Ning op hoog niveau presteren. In 2024 werd hij wereldkampioen sprint, hetzelfde jaar haalde hij WK-zilver op de 1.000 meter. En vorig jaar miste hij op een haar na het WK-podium op de 1.500 meter.
Zijn oude coach Peter Kolder noemde Ning een ‘atypische jongen’ binnen de Chinese sport. Iemand die zijn eigen doelen nastreeft. Ning traint dan ook bewust niet bij de nationale ploeg, maar bij coach Johan de Wit, die rond kopvrouw Miho Takagi een internationaal topteam heeft opgetuigd. Zo hoopt de Chinees, met vier jaar vertraging, toch dat olympisch succes te boeken.
Joy Beune, de dominantste vrouw van dit seizoen, doet niet mee aan de olympische 1.500 meter. Een bijna-valpartij tijdens het olympisch kwalificatietoernooi kostte Joy Beune een startbewijs.
Miho Takagi is een grootheid in haar thuisland. Ze maakte haar olympische debuut in 2010, op haar 15de, en kreeg sindsdien de Japanse spotlights op zich gericht. Inmiddels is Takagi 31 en heeft ze zeven olympische medailles verzameld, waaronder twee keer goud.
Eén grote prijs ontbreekt nog. Een doel dat de Japanse duidelijk omcirkelde, toen ze vier jaar geleden besloot door te gaan met schaatsen. Takagi wil in Milaan goud op de 1.500 meter, de afstand waarop ze sinds 2019 het wereldrecord bezit. De afstand die ze zowel lastig als leuk vindt, een die sprinters en allrounders samenbrengt. De afstand kan goed gaan, maar ook een lijdensweg zijn.
Ze pakte op de 1.500 meter in 2018 olympisch zilver, net als vier jaar later in Beijing. Beide keren moest ze Ireen Wüst voor zich dulden. Nederlands beste olympiër aller tijden is inmiddels gestopt en Beune is afwezig. De weg naar de hoogste trede lijkt vrijgemaakt. Het is vermoedelijk ook haar laatste kans: waarschijnlijk stopt Takagi na dit seizoen.
Mocht ze in Milaan minstens twee medailles aan haar lange palmares toevoegen, en die kans is reëel, dan neemt ze afscheid met een nieuw record: geen Japanse vrouw of man bemachtigde meer olympische medailles.
Er is geen man die het spel van de massastart, een minimarathon over zestien ronden, zo goed begrijpt als Jorrit Bergsma. Hij is de enige die deze winter meer dan één keer wist te winnen. Aan de kleinste kans heeft de wereldkampioen van 2020 genoeg.
Metodej Jílek had al eerder in dit overzicht langs kunnen komen. De jonge Tsjech, pas 19 jaar oud, is een van de smaakmakers van de afgelopen maanden. Hij rijdt gedurfd en won de enige 10 kilometer in de wereldbeker, schreef de 5 kilometer in Hamar op zijn naam en pakte de eindoverwinning in het wereldbekerklassement over de lange afstanden.
Dat consistente presteren is uitzonderlijk voor een tiener, en toch kwam het als een grote verrassing, nadat hij vorig jaar bij de WK al brons op de 10 kilometer had gepakt. Groter was de verbazing in Inzell toen Jílek, die als kind aan alpineskiën deed maar vanwege een blessure op schaatsen overstapte, bewees ook een factor van belang te zijn op de massastart. Hij won en deed het op ‘zijn Bergsma’s’, met een lange solo.
Tussen Bergsma en Jílek gaapt een gat van zo’n twintig jaar. Het zegt veel over het moderne schaatsen. Toppers kunnen lang door, maar in navolging van Jordan Stolz laat Jílek ook een andere trend zien: wat goed is, komt snel.
Bij de vorige Olympische Spelen was Marijke Groenewoud nog de helper van Irene Schouten, die op de massastart haar derde goud pakte. Nu is het aan de 27-jarige Groenewoud zelf.
Op haar 20ste stopte Mia Manganello, in haar jeugd een groot talent, met schaatsen. Ze had zich niet voor de Olympische Spelen van 2010 in Vancouver geplaatst en was er klaar mee. Maar na een paar jaar als professioneel wielrenner keerde ze in 2015 terug op het ijs.
Ze maakte in 2018 deel uit van de Amerikaanse achtervolgingsploeg die, met Heather Richardson-Bergsma, Brittany Bowe en de Nederlands-Amerikaanse Carlijn Schoutens, olympisch brons greep. Individueel leidde de in Florida geboren Manganello sinds haar rentree op het ijs een vrij onzichtbaar bestaan in het mondiale schaatsen.
Maar de laatste seizoenen, terwijl ze de 30 al ruim voorbij was, nam ze een steeds prominentere plek in in de massastart, culminerend in de zege in Salt Lake City afgelopen november. En los van die overwinning stond ze dit seizoen nog drie keer op het podium. Haar slechtste resultaat? Vierde, in Hamar.
Op haar 37ste is wellicht de tijd gekomen dat ze individueel kan schitteren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant