Het is natuurlijk vaker voorgekomen dat Nederlandse mannen het lieten afweten tijdens de Olympische Winterspelen. Denk aan Gerard Kemkers die naar de verkeerde baan wees, aan Edwin van Calker die niet durfde af te dalen in zijn viermansbob, en natuurlijk aan Willem-Alexander die een paar dagen voor de annexatie van de Krim nog proostend met Vladimir Poetin op de foto ging.
Maar, en dit maakt de Winterspelen die vrijdag in Milaan beginnen op voorhand uniek, het is nog nooit voorgekomen dat de voltallige olympische mannenploeg het liet afweten.
Tuurlijk: shorttracker Jens van ’t Wout maakt heus kans op winst en schrijf ook zeker Jorrit Bergsma niet te vroeg af; maar toch is het aannemelijk dat Milaan en Cortina de geschiedenis zullen ingaan als de eerste Olympische Spelen sinds Lillehammer 1994 waarbij geen enkele Nederlandse man een gouden medaille behaalde. Sterker nog: het worden in dat geval zelfs de eerste Winterspelen waarbij alle gouden medailles door vrouwen werden binnengesleept.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Nederlandse schaatsmannen hebben, meer nog dan de vrouwen, last van de wet van de remmende voorsprong. Vooral vorig decennium was het gebrek aan concurrentie zo hardnekkig dat zelfs de schaatsers die alles op z’n janboerenfluitjes aanpakten, alsnog zegevierden. Kijk alleen al naar de allersaaiste spelen aller tijden: Sotsji 2014, toen het Wilhelmus onafgebroken klonk in de schaatshal, het podium viermaal volledig oranje kleurde en zelfs de materiaalman van Michel Mulder drie medailles won.
Uiteraard loopt de teloorgang van het Nederlandse mannenschaatsen in de pas met een veel breder maatschappelijk fenomeen. Sterker nog: het is een onderwerp waar je zonder problemen op kunt promoveren, als je het maar saai genoeg opschrijft. Zo is het vermoedelijk een kwestie van tijd voor ook Andrew Tate zijn klapschaatsen onderbindt om zo veel mogelijk Friese puberjongens ervan te overtuigen dat zij het ware slachtoffer zijn van de doorgeslagen emancipatie.
Hij zal drukbezochte onlineseminars organiseren waarin hij jonge schaatstalenten aanspoort voortaan een paar opgerolde sokken in hun schaatspak te proppen, omdat het anders definitief voorbij is met het schaatspatriarchaat. Zelfs die bijkans heilige commissie van Friese wijze mannen, zo waarschuwt hij, zal op termijn worden vervangen door een commissie van wijze Friese vrouwen. En dan is het hek pas echt van de dam.
Mijn advies: ga niet mee in dat doemdenken, dat de komende weken ook geregeld op tv zal klinken. De definitieve feminisering van de schaatssport is namelijk niets minder dan een zege.
Toen ik afgelopen december tijdens de World Cup in Heerenveen was, zag ik, naast de gebruikelijke mannen op leeftijd, vooral heel veel jonge meisjes op de tribune. Allemaal keken ze vol bewondering naar Femke Kok en Joy Beune. Maar vooral keken ze naar hun opperheldin, de vrouw die al hun toekomstdromen in één lichaam heeft weten te bundelen: schaatsend supermodel annex influencer Jutta Leerdam. Zij heeft de sport eindelijk verlost van de folkloristische boerenspruitjeslucht van Henk Angenent, door haar vijf miljoen volgers te laten zien hoe ze in een privéjet naar modehoofdstad Milaan vliegt om daar alle concurrentie te verpulveren.
Zij is, samen met de andere Nederlandse vrouwen, de toekomst van ons teerbeminde schaatsen en uiteraard hoop ik voor de mannen dat ik ongelijk krijg; dat Stijn van de Bunt er komende zondag een paar rondjes 28 uitperst, zodat ook hij zich kan kronen tot koning, keizer en admiraal van Milaan.
Maar eerlijk is eerlijk: de kans daarop is erg klein.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns