Lisenka Heijboer Castañón en Frans Willem de Haas | operaregisseurs Met Wagners ‘Tristan und Isolde’ waart de geest van de overleden regisseur Pierre Audi deze maand door Amsterdam. Zijn ‘leerlingen’ Lisenka Heijboer Castañón en Frans Willem de Haas hernemen de opera. „In onze onttoverde samenleving brak Pierre een lans voor het mysterie.”
Frans Willem de Haas en Lisenka Heijboer Castañón.
Het voelt dezer dagen even alsof de vorig jaar gestorven Pierre Audi terugkeert in Amsterdam. Acht jaar na de première staat ‘zijn’ Tristan und Isolde weer op het toneel bij De Nationale Opera. In Richard Wagners opera komen twee van Audi’s fascinaties samen: liefde en dood. De passie tussen Tristan en Isolde is gedoemd: overdag en bij leven zullen hun hartstochten niet in vervulling gaan. Alleen bij nacht en in de dood kunnen ze echt samen zijn.
Die „anatomie van het verlies” loopt als een rode draad door veel opera’s die hij regisseerde, schreef de Frans-Libanese operavernieuwer begin deze eeuw in het ‘Hollands Dagboek’ van NRC. „Over verlies praten is moeilijker dan de effecten ervan filteren in de vorm van een muzikale mythe en die vervolgens naar het toneel vertalen.”
De uitspraak kenmerkte de aard van Audi, die de deur tot zijn gevoelsleven – ook in Roland de Beers biografie Man en Mythe – veelal gesloten hield. Zijn Tristan und Isolde zou je hiervan misschien een afspiegeling kunnen noemen, want de band tussen beide geliefden gaf hij eerder een kosmisch dan een innig karakter. Wanneer het tweetal in het eerste bedrijf drinkt van het liefdeselixer dat hen aan elkaar klinkt, schrijft Wagner dat Isolde Tristan „aan de borst valt” en hij haar „met gloed omarmt”. Bij Audi daarentegen staan ze beiden aan de andere kant van het podium, gescheiden door een schemerig gat van enkele tientallen meters. „En toch, ondanks die afstand, voel je dat ze steeds dichter bij elkaar komen”, vindt regisseur Lisenka Heijboer Castañón (34). „Wagners aanwijzingen kunnen vandaag de dag een vorm van kitsch opleveren. In dat geval belanden we al snel bij een inlossing van de hartstocht in plaats van een verlangen dat eindeloosheid in zich draagt.”
Acht jaar geleden begon haar samenwerking met Audi, als assistent bij deze Tristan und Isolde, in ditzelfde theater. En met Frans Willem de Haas (58) – een van zijn andere ‘leerlingen’ – regisseert ze nu de herneming. Vandaag is de eerste repetitie op het toneel en concentreert Heijboer Castañón zich meer op het totaalbeeld en kijkt De Haas hoe de zangers hun weg vinden in de mise-en-scène. Tenor Michael Weinius, de titelheld, draagt kniebeschermers over zijn spijkerbroek. „In welke regie ook”, grijnst Heijboer Castañón, „Tristan ontkomt er niet aan om veel te knielen.”
Lisenka Heijboer Castañón.
Frans Willem de Haas.
De horizontale kleuren van het lichtplan, van de Franse lichtontwerper Jean Kalman, op de achterwand van het podium wekken de waan dat het ene Rotkho-kunstwerk in het andere verglijdt. „Pierre Audi was een visueel mens en zocht hierin geestverwanten”, vertelt De Haas. „Tot hen behoort Kalman, die kan schilderen met licht, en met mooie lange spanningsbogen.”
„De kleuren veranderen zo langzaam”, zegt Heijboer Castañón, „dat je ogen en hersenen het nauwelijks merken – totdat je plotseling in een andere wereld bent.”
„Het schept een metafysische atmosfeer”, vindt De Haas. „Pierre maakte deze enscenering in de periode dat hij inspiratie putte uit de werken van de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer, die geloofde dat wij mensen in de liefde altijd naar meer blijven verlangen, en hierin dus nooit bevrediging of geluk kunnen vinden. Je ziet ook bijna geen hartstocht op het toneel, want dat stadium zijn beiden al voorbij. Ze vestigen hun hoop op de dood – misschien dat die een poort opent naar een dimensie waarin ze kunnen versmelten.”
De Haas werkte zo’n zeventien jaar met Audi en leerde hem kennen als een rusteloos genie. „Hij zag veel, wist veel, was altijd onderweg. Ik verdenk hem ervan dat hij maar een uur of drie per nacht sliep. De man leidde drie levens in één bestaan. En wat hij ook deed, de focus bleef steeds scherp. Het leek soms aan waanzin te grenzen.”
Veel opera’s van de rusteloze Audi, waaronder Tristan und Isolde, lijken op mythische stillevens, met een choreografie die neigt naar het religieuze ritueel. Deze verbinding met eeuwenoude tradities – en het gebruik van de vier elementen aarde, water, lucht en vuur – gaven zijn stijl een tijdloos karakter. En dat is precies wat Heijboer Castañón hierin aantrekt.
„Ik hou van magisch-realisme, van onverklaarbare gebeurtenissen die voor je gevoel toch volstrekt vanzelfsprekend zijn. Zo’n Tristan und Isolde, verdwaald in tijd en ruimte, past bij me. Ik benader iedere opera als een scheppingsverhaal. Eerst bouw je een ‘wereld’. Wanneer de omtrekken daarvan helder zijn, krijgt het verhaal dat zich hierin afspeelt een innerlijke logica.”
Heijboer Castañón wijst naar de werklieden op het toneel. Ze schroeven rechtopstaande walvisbotten in de vloer voor de repetitie van het tweede bedrijf. Dat zal het decor vormen van een drie kwartier durend liefdesduet: een hunkering naar de nacht en de dood, de enige plekken waar Tristan en Isolde geloven elkaar te kunnen beminnen. „O, zink terneder, nacht van liefde, laat mij vergeten dat ik leef; neem mij op in uw schoot, maak mij van de wereld los!”, zullen tenor Michael Weinius en sopraan Malin Byström zingen.
„De drie decors zijn allemaal oorden tussen leven en dood”, zegt Heijboer Castañón. „In het eerste bedrijf brengt Tristan Isolde op een soort spookschip naar Cornwall, naar zijn koning Marke met wie zij moet trouwen. En eenmaal daar bevat de tuin van hun heimelijke ontmoetingen geen bomen en planten, maar botten van een ontzielde walvis. De ontknoping speelt zich af rondom Tristans burcht, in een verweesd maanlandschap met kriskras rotsblokken, met veraf een lichaam op een verhoogde baar. En het verfrissende aan die beeldtaal vind ik dat Pierre nooit één uitgesproken perspectief koos. Zijn verhaallijnen zijn altijd voor meerdere uitleg vatbaar; onze verbeelding mag vrijuit dwalen. In een onttoverde samenleving brak hij een lans voor het mysterie. Zijn universum bestaat niet uit antwoorden, maar uit vragen.”
Frans Willem de Haas en Lisenka Heijboer Castañón.
Het fundament voor Audi’s mystieke werelden ligt in zijn kinderjaren. Hij groeide op in een bankiersgezin in het Libanese Beiroet, een havenstad waar veel religies en culturen onderdak vonden, voordat de burgeroorlog het land vanaf 1975 verscheurde. Zijn roeping zou priester of regisseur zijn, gaf hij al vroeg aan zijn ouders te kennen. „Dat waren de terreinen die hem boeiden”, vertelt De Haas. „Je zou kunnen zeggen dat die twee roepingen in het muziektheater samenkwamen. Zijn manier van kijken kwam ook voort uit het kunstzinnige gezin waarin hij opgroeide. Zijn ouders namen hem op zijn elfde mee naar Tristan und Isolde in München. Al in die jaren bezat Pierre de hartstocht en drang om te creëren. En hij nam uit Beiroet – waar Oost en West en allerlei mythen en religies botsten of versmolten – een gevoel voor dualisme mee. Innerlijke conflicten fascineerden hem. Hij trapte nooit in de valkuil van eenduidigheid. Bij Pierre bleef er altijd stof tot nadenken.”
„Niets is boeiender op het toneel”, vult Heijboer Castañón aan, „dan een denkend mens.”
„Audi liet in zijn stiltes en soberheid veel gebeuren”, gaat De Haas verder. „Neem bijvoorbeeld Händels opera Alcina, één stoel op een verder leeg toneel. Maar je zag daar voortdurend de personages naar elkaar kijken. En die lijnen – meer voelbaar dan zichtbaar – maakten die voorstelling spannend. Zangers die zijn vorm begrijpen kunnen daarbinnen tot bloei komen. Vanuit die verstilling ontstaat een enorme intensiteit, een concentratie die de zaal omspant. Het was niet zo, trouwens, dat Pierre overal een mystieke saus overheen goot. Die atmosfeer kwam altijd voort uit de muziek. Hij vond zichzelf ook meerdere keren opnieuw uit. Net als de schilder Picasso kende Pierre periodes, bij de Tristan und Isolde zat hij in zijn Schopenhauer-fase, een andere keer fascineerden de denkbeelden van de Perzische profeet Zarathustra hem. De laatste jaren werd hij steeds losser.”
De repetities gaan weer beginnen. Heijboer Castañón zit nog even in alle rust haar aantekeningen door te nemen wanneer bij mij een laatste vraag opwelt. Wat voor een figuur zou Pierre Audi zijn als ze hem op het toneel zou moeten zetten? „Geen personage”, glimlacht ze, „eerder een installatie die doet denken aan een uitdijend universum.”
Wagners Tristan und Isolde is zes keer te zien, van 8 tot en met 23 februari, in Nationale Opera & Ballet in Amsterdam. www.operaballet.nl
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC