Home

Regisseur Park Chan-wook: ‘In tragische situaties moet je op zoek naar een zekere absurditeit’

In de film No Other Choice ontpopt een keurige huisvader zich tot moordenaar. Als kijker leef je akelig lang mee met het hoofdpersonage – en dat is volgens de Zuid-Koreaanse regisseur Park Chan-wook precies de bedoeling.

is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.

Ruim twintig jaar: zo lang liep de Zuid-Koreaanse regisseur Park Chan-wook rond met het idee voor zijn gitzwarte satire No Other Choice. Maar helaas, Amerikaanse filmstudio’s wilden er niet aan vanwege het radicale uitgangspunt, en dus kreeg de veelgeprezen regisseur (bekend van films als Oldboy, The Handmaiden en Decision to Leave) de financiering niet rond.

Een film die bij uitstek draait om de uitwassen van het kapitalistische systeem, kwam er in het ultiem kapitalistische Amerika niet doorheen.

Park (nu 62) besloot de film daarom uiteindelijk toch maar in zijn thuisland te maken. Gelukkig maar, want de gelaagde satire over opzichter Man-su (Lee Byung Hun) is zonder twijfel een van de beste films van het jaar.

25 jaar trouwe dienst

Aan het begin van No Other Choice wordt Man-su na 25 jaar trouwe dienst ontslagen als opzichter van een papierfabriek, omdat die in handen komt van buitenlandse investeerders die mensenhanden zo veel mogelijk willen inruilen voor kunstmatige intelligentie. (Park haalde zijn inspiratie voor de film uit het boek The Ax (1997) van Donald E. Westlake, maar bleef het script door de jaren heen aanpassen aan de nieuwe tijd.)

Het vinden van een nieuwe baan blijkt voor Man-su, die voor zijn ontslag toch een heerlijk zorgeloos en kabbelend middenklasseleven leidde met zijn gezin, bepaald geen eitje. Dat leidt ertoe dat het gezin drastisch moet snijden in de uitgaven: de honden gaan het huis uit, de auto moet worden ingeruild en tot grote ontzetting van de gezinsleden wordt het Netflix-abonnement stopgezet.

Deze vorm van afdalen op de maatschappelijke ladder is onbespreekbaar voor Man-su, die ook geen genoegen neemt met werk onder zijn niveau. Enige hoop is er als hij in aanmerking komt voor een nieuwe baan als opzichter, maar de concurrentie is moordend. Als zijn sollicitatiegesprek vervolgens rampzalig verloopt, kiest Man-su voor een radicale oplossing: hij besluit zijn concurrenten voor de baan een voor een te elimineren.

De brave middenklasser wordt ineens een seriemoordenaar. En wij blijven, hoe merkwaardig ook, akelig lang met hem meeleven.

Een aansprekend idee

Dat laatste was precies de reden waarom Park Chan-wook ruim twintig jaar bleef vasthouden aan zijn idee voor de film, vertelt hij aan een tafeltje in een hotel in Venetië, waar de film in september 2025 in première ging.

‘Als ik het verhaal in één simpele zin aan mensen uitlegde, herkenden ze het meteen, omdat dit een verhaal is over ons allemaal. Wat zouden wij doen als we ons werk verliezen en ons leven dreigt in te storten? Het maakt niet uit aan wie ik het vertelde, of uit welk land ze kwamen: het idee bleek iedereen aan te spreken. Daarom bleef ik ook vertrouwen houden in dit project. Ondanks al die afwijzingen wilde ik het nooit opgeven.’

Meer dan in eerdere, formalistischere films van Park (zoals The Handmaiden en Oldboy) is de plot daarbij een redelijk rechtlijnig verhaal, dat van a tot z wordt verteld.

Park: ‘Het moest wat conventioneler en klassieker dan mijn eerdere films, met één hoofdpersonage wiens acties we van begin tot eind volgen. Je volgt hem in alles wat hij doet, waardoor je als het ware deelgenoot wordt van zijn acties. Die intieme karakterstudie was nodig om sympathie op te wekken voor Man-su; want zodra je heel erg met hem meeleeft, hoop je ook echt dat hij wél succes heeft in zijn zoektocht naar een baan.

‘En op een bepaald moment ben je als kijker dan zó diep betrokken bij zijn verhaallijn, dat je ook haast als vanzelf meegaat in zijn uiteindelijke daden. Je gaat dan bijna hopen dat hij zijn concurrenten vermoordt, omdat we nu eenmaal getraind zijn om te willen dat het hoofdpersonage slaagt.

‘Maar ergens onderweg komt er als vanzelf een punt waarop je denkt: wacht, wat doe ik nu eigenlijk? Waarom leef ik zo mee met dit personage, terwijl hij dat helemaal niet verdient? Voor mij draaide alles om het subtiel afpellen van die empathie.’

Het was vooral de kunst om van Man-su geen verschrikkelijk hoofdpersonage te maken, zegt Park. ‘Ik denk dat mensen nu makkelijker meegaan in zijn daden, omdat er toch een zekere herkenbaarheid schuilt in zijn wanhoop. De belangrijkste vraag is daarbij vooral: hoe kan hij zulke verschrikkelijke misdaden begaan, alleen maar omdat hij zijn levensstijl in stand wil houden?’

Wanhopig blijven vasthouden

Want No Other Choice is in de kern ook een film over klasse, en dan vooral over het wanhopig blijven vasthouden aan een positie in de middenklasse. Park: ‘De film gaat over veel dingen, maar voor mij vooral ook over de verlangens van de middenklasse.

‘Als je naar de situatie van Man-su kijkt, is het niet zo dat zijn gezin en hij door zijn ontslag een gruwelijke hongerdood zouden sterven. Hij kan gewoon een ander baantje aannemen om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat probeert hij ook even, als hij in een groot magazijn gaat werken; maar dat blijkt dan toch te moeilijk voor zijn ego.

‘Het is dus niet zo dat Man-su’s situatie uitzichtloos is, maar hij moet en zal zijn middenklassebestaan behouden. Daarvoor doet hij extreem immorele dingen, maar voor hem voelt het verliezen van zijn maatschappelijke positie als een groot falen. Hij moet cellolessen blijven betalen voor zijn dochter, dat Netflix-abonnement moet er blijven en hij mag zijn huis niet kwijtraken. Voor mij was dat het allerbelangrijkste thema: het idee dat een positie in de middenklasse onder geen beding opgegeven mocht worden.’

Analoge camera

Park is in Venetië vrolijk gestemd. Hij is trots om de film na al die jaren te presenteren op het filmfestival, en maakt een ontspannen indruk. Hij praat kalm, zacht vaak, en zijn hand rust voortdurend op een tasje waar een van zijn analoge camera’s in zit. Zie het als een soort rustpunt: ‘Deze camera gaat overal mee naartoe.’

Na het hitchcockiaanse karakter van zijn vorige film, de thriller Decision to Leave, wilde de regisseur voor zijn nieuwe film wat losser opereren in vorm. ‘Ik probeer met elke film iets nieuws te doen. Natuurlijk zullen sommige mensen denken: o, hij doet steeds hetzelfde trucje. Maar dat is niet de intentie, ik probeer altijd een nieuwe stijl te vinden.

‘Tegelijkertijd is het zo mogelijk nog belangrijker dat je niet anders gaat doen om maar anders te zijn. Verhaal en personages moeten altijd het uitgangspunt zijn.’

‘Zie ik mijzelf als regisseur die altijd houdt van gecompliceerd, kunstzinnig camerawerk? Ik denk het niet. Ben ik iemand die elke keer voor lange takes wil gaan? Ik denk het ook niet. Volgens mij ben ik een filmmaker die de verhalen voortdurend de vorm laat bepalen. Maar ik hou tegelijkertijd ook enorm van regisseurs die wél bij elke film heel vasthoudend zijn in hun eigen stijl; zoals Brian De Palma, een van mijn helden.’

Zwart-komisch sausje

No Other Choice is daarbij ook een van Parks grappigste films, daar hij zelfs de grimmigste situaties overgiet met een heerlijk zwart-komisch sausje.

‘Hoe tragischer het verhaal, hoe belangrijker het is om de humor te vinden. Een tragedie werkt niet als je alleen maar nadruk legt op de ellende. Je hebt niet zoveel aan een personage dat alleen maar loopt te mokken en huilen. In tragische situaties moet je op zoek naar een zekere absurditeit. Als iemand zo diep zinkt, kan hij ook een zekere dwaasheid over zich krijgen die heel grappig is.’

Park legt de handen weer op zijn camera en besluit: ‘Samen om iets kunnen lachen is volgens mij de effectiefste manier om tragedie uit te drukken. Waarbij ik wel wil benadrukken dat deze humor nooit cynisch mag zijn. Het moet altijd voortkomen uit empathie.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next