Kabinetsformatie
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het minderheidskabinet in wording van aanstaand premier Rob Jetten (D66) lonkte in het vrijdag gepresenteerde coalitieakkoord uitdrukkelijk naar de oppositie. D66, VVD en CDA willen een politiek „die laat zien dat mét elkaar meer oplevert dan tegen elkaar”. Bij de presentatie sprak Jetten de ambitie uit een „samenwerkingskabinet” te willen vormen dat werk zou maken van „politiek met een uitgestoken hand”. Die mooie woorden zijn niet voor niks: met maar 66 zetels in de Tweede Kamer heeft de nieuwe coalitie de oppositie keihard nodig.
Het Kamerdebat over het coalitieakkoord gaf dinsdag een voorproefje van de nieuwe verhoudingen. Als kandidaat-premier Jetten op een vriendelijk onthaal van de oppositie had gerekend, kwam hij bedrogen uit. Van links tot (radicaal)-rechts was de kritiek op het akkoord hard, vooral als het gaat om de voorgenomen miljardenbezuinigingen op de zorg en de sociale zekerheid. En iedere oppositiepartij had ook kritische noten als het om de eigen stokpaardjes gaat: het klimaat- en stikstofbeleid is nog te weinig ambitieus (GroenLinks-PvdA), of het asielbeleid juist niet streng genoeg (JA21, PVV).
De overwegend negatieve ontvangst van het akkoord toont direct de kwetsbaarheid van de minderheidsvariant die D66, VVD en CDA hebben gekozen. Er zijn vooraf geen afspraken gemaakt met de oppositie voor vaste gedoogsteun, waardoor een situatie dreigt waarin over werkelijk alles continu zal moeten worden onderhandeld. Anderzijds is de felle kritiek van de oppositie ook strategie en profilering: om de eigen onderhandelingsruimte groot te houden is maximaal afstand houden nu logisch.
Toch mag van de oppositie ook een volwassen houding worden verwacht. Het is best gemakkelijk om van iedere individuele maatregel te zeggen dat die een slecht idee is omdat het ergens in de samenleving pijn doet. Die luxe heeft Nederland niet na een aantal jaren van stilstand op belangrijke onderwerpen.
Een grote meerderheid in de Kamer, inclusief veel oppositiepartijen, heeft zich ook gecommitteerd aan de hogere NAVO-norm, die 19 miljard structureel extra voor defensie in de komende tien jaar betekent. Zo’n grote ombuiging kan niet zonder ingrijpende maatschappelijke gevolgen zijn, dat moet ook de oppositie snappen. 50Plus-leider Jan Struijs gaf in die zin het goede voorbeeld door in het Kamerdebat te zeggen dat zijn partij geschrokken is van bepaalde keuzes in het coalitieakkoord, maar toch constructief blijft. „We staan namelijk voor een enorme opgave voor Nederland.”
Een nieuwe politieke cultuur vraagt zeker ook iets van de toekomstige coalitie. Dat D66, VVD en CDA de AOW-leeftijd versneld willen verhogen en daarmee eenzijdig inbreuk maken op het breed gedragen pensioenakkoord uit 2019 is onverstandig. Het pensioenakkoord kwam na jaren van ingewikkelde onderhandelingen tot stand en is het meest recente schoolvoorbeeld van hoe coalitie, constructieve oppositie én de polder elkaar in Den Haag bij het tot stand brengen van een grote hervorming wisten te vinden.
Een goede discussie over een toekomstbestendige AOW is zeker nodig en een verhoging van de AOW-leeftijd mag geen taboe zijn. Tegelijkertijd moet een ‘samenwerkingskabinet’ bij zulke grote hervormingen tactischer opereren en eerst met de polder om tafel. Als het nieuwe kabinet er straks staat, kunnen premier Jetten en zijn minister van Sociale Zaken daar snel werk van maken.
Source: NRC