Gezond en duurzaam eten gaan meestal hand in hand. Toch? „Met een dierlijke productie die optimaal is qua milieu-impact loop je tegen gezondheidskwesties aan.”
Het had niet veel gescheeld of Renée Cardinaals (31) was paardenwetenschappen gaan studeren. Ze reed paard, voelde zich nergens zo op haar gemak als met dieren in de natuur, was bijna elke dag op de manege. „Maar voor die studie moest ik naar Wenen, en ik was een beetje bang om naar een grote stad te gaan.” En dus koos ze voor dierwetenschappen in Wageningen.
„Gaandeweg begon ik het steeds raarder te vinden om op een dier te zitten en te bepalen wat het moet doen.” Hardlopen deed ze al, en steeds verder verlegde ze haar grenzen. Nu is de kans groter dat mensen Renée Cardinaals kennen als trailrunner – ze stond op de cover van Runner’s World – dan van haar onderzoek naar eetpatronen die gezond zijn voor de mens en de planeet. Toch blinkt ze in beide uit: ze is Nederlands kampioen trailrunnen, hardlopen op onverharde paden, en was afgelopen jaar de beste Nederlandse op het WK ‘short trail’ (45 km). En ze promoveerde onlangs cum laude.
Het lijkt simpel: gezond en duurzaam gaan meestal hand in hand. Minder vlees, meer plantaardig en sowieso wat minder consumeren helpt allemaal. „Als heel Nederland de Schijf van Vijf volgt, maak je grote stappen qua duurzaamheid. Maar wat ‘gewoon gezond eten’ is, vinden veel mensen moeilijk te begrijpen. Is een beetje vlees nou wel of niet goed? Of je hoort: geen rood vlees, maar wel melk. En moet het dan rauwe melk zijn?”
In grote lijnen klopt het, maar niet altijd is de gezonde keuze ook de duurzaamste, en andersom. Cardinaals onderzocht in hoeverre een eetpatroon dat binnen de grenzen van de planeet blijft ook optimaal is voor de gezondheid van mensen. Zo kwam ze terecht in een web van complexe modellen met verschillende aannames en indicatoren. Duidelijk was wel: een dieet dat de milieu-impact van de productie van voedsel als uitgangspunt neemt, laat zich moeilijk vergelijken met een dieet waarbij gezonde consumptie centraal staan.
Het concept van een duurzaam, gezond dieet lijkt helder. Maar het maakt uit wat het startpunt is: bereken je wat het duurzaamste landbouwsysteem zou zijn en volgt daaruit wat we eten, of optimaliseer je het menselijk dieet los van het productiesysteem?
Onderzoekers die kijken naar de productiekant, rekenen met biomassastromen, met de CO2-uitstoot of het landgebruik per kilo geproduceerd rundvlees of tarwe. „Maar met een dierlijke productie die optimaal is qua milieu-impact ga je wel tegen gezondheidskwesties aanlopen.” Niet in westerse landen, maar daarbuiten liggen tekorten aan calcium en vitamines B2, B3 en B12 op de loer, als er weinig vlees, zuivel en eieren wordt geproduceerd en gegeten.
Cardinaals keek ook naar biobeschikbaarheid – de mate waarin het lichaam voedingsstoffen opneemt – en dat maakt alles nog complexer. „Bijna alle nutriënten uit dierlijke producten, kunnen we ook uit planten halen. En planten leveren ook goede dingen die dieren niet leveren – zoals vezels en antioxidanten. Maar voor sommige nutriënten geldt dat je grote hoeveelheden plantaardig moet eten om voldoende binnen te krijgen. Dat is niet voor iedereen realistisch. En hoeveel land heb je nodig om die hoeveelheden te produceren?”
Ze komt tot de conclusie dat de milieu-impact van een gezond dieet groter is dan gedacht, omdat veel grotere hoeveelheden granen en groenten verbouwd moeten worden om aan de werkelijke behoefte aan nutriënten te voldoen.
Tegelijk relativeert Cardinaals de focus op nutriënten. Rood vlees bijvoorbeeld is een goede bron van vitamines, ijzer en zink. Maar te veel vlees verhoogt het risico op bepaalde soorten kanker, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten. Gezonde voeding is méér dan de som van nutriënten. En je stuit al snel op dilemma’s. „Vanuit gezondheidsperspectief zou je zeggen: eet geen rood vlees. Tegelijk wordt wel aangeraden om melk te drinken, alleen al vanwege calcium voor gezonde botten. Maar wel koeien houden voor de melk en vervolgens het vlees niet eten, dat past eigenlijk niet in een duurzame, circulaire landbouw. ”
Hoeveel melk er in een gezond en duurzaam dieet past, hangt sterk af van methodologische keuzes: als je alleen naar de uitstoot van melk ten opzichte van peulvruchten kijkt, kom je lager uit dan wanneer gezondheid leidend is, of wanneer je circulaire landbouw als uitgangspunt neemt. Nog complexer wordt het als je een systeembenadering kiest, en alles in één holistisch model probeert te stoppen.
„Dieren kunnen dus een plek in het voedselsysteem hebben”, zegt Cardinaals. „Maar wel anders dan nu.” Door koeien en geiten bijvoorbeeld alleen nog maar te voeren met reststromen uit de akkerbouw of de voedingsindustrie, of ze te laten grazen op plekken waar niets anders groeit, zoals in de bergen of veenweidegebied. In zo’n systeem gebruik je land waar je groente, fruit en aardappelen kan telen in elk geval niet meer voor veevoer. „Zo maak je meer landbouwgrond voor menselijk voedsel vrij, en daarmee vergroot je de voedselzekerheid.”
Een apart onderzoek besteedde Cardinaals aan vis. „De helft van de vangst wordt nu niet gebruikt om mensen te voeden”, zegt ze. „Die wordt als bijvangst weer overboord gegooid, komt in diervoeding terecht, of wordt als afval gezien.” Mensen kunnen twee keer zoveel gezonde omega-3-vetzuren te eten krijgen, berekende Cardinaals, als al die vis door mensen kan worden gegeten.
Veel promovendi aarzelen om hun mening te geven, of iets te zeggen dat buiten de lijntjes van hun eigen onderzoek valt. Cardinaals durft er ook boven te staan en te reflecteren op haar bijdrage aan de wetenschap. „Mijn begeleider, Hannah van Zanten, heeft ook gezegd: een goed laatste hoofdstuk is geen opsomming van je onderzoek. Ik ben aangemoedigd om verder te denken dan dat.”
Zo is ze bijvoorbeeld kritisch over de eiwittransitie, de verschuiving van dierlijk naar plantaardig eiwit. „Door die hyperfocus op eiwit, lijkt het alsof dát het probleem is. Alsof er in Nederland eiwittekorten dreigen. De eiwittransitie is bedoeld om mensen meer peulvruchten en noten te laten eten, maar ik ben bang dat de nadruk op eiwit de vooruitgang hindert.”
Kijk bijvoorbeeld naar vlees- en zuivelvervangers. „Ze kunnen consumenten wel helpen om hun milieu-impact te verkleinen, maar vanuit gezondheidsoogpunt zijn vegaburgers niet waar we heen moeten.” Dit soort sterk bewerkt voedsel produceren kost energie, en er is verpakkingsmateriaal voor nodig. In lage-inkomenslanden is het bovendien maar de vraag of mensen toegang hebben tot die vervangers, zegt ze. „Een koe in de achtertuin is toegankelijker dan een plantaardige burger. En een koe in de wei heeft ook een culturele waarde”, zegt ze. „Een dier is meer dan een pakketje eiwit.”
Ze snapt het wel – van het ene eiwit naar het andere, dat begrijpen mensen nog wel. „Een radicaal ander eetpatroon ligt veel verder van ons af”, zegt Cardinaals, „en dat vraagt veel van consumenten. Maar nu plakken we pleisters op een probleem dat we niet echt onder ogen willen zien. Zoals elektrische auto’s een pleister zijn op het probleem dat we gewoon te veel autorijden.”
Dat ze cum laude promoveerde, heeft ze vooral te danken aan haar brede blik. „Ik wilde ook de samenhang begrijpen met onderwerpen waar ik geen expert in ben, en ik heb veel mensen gesproken die me op nieuwe gedachten brachten.” En toch lukte het haar om in vier jaar haar proefschrift te schrijven.
Een van haar stellingen was dat ultrarunning in de bergen helpt om sneller te promoveren. „Je leert dat tegenslag tijdelijk is, je kunt je er altijd doorheen werken. Dat maakte de hobbels in mijn onderzoek kleiner, en irrelevant vergeleken met de fysieke uitdagingen die je als trailrunner tegenkomt. Ik bevries niet als het moeilijk wordt. Gewoon de ene voet voor de andere zetten, dan kom je vanzelf bij de finish.”
Haar onderzoek wil ze de komende tijd als freelance consultant voortzetten. Dat geeft haar de ruimte om te doen waar ze al heel lang van droomt. „Ik wil graag een tijdje in de bergen wonen en kijken hoe ver ik met mijn sport nog kan komen. Er is nu een campagne om trailrunning op de Olympische Spelen in Brisbane te krijgen. Zelfs als ik in 2032 te oud blijk te zijn, dan kan ik er nog wel voor trainen en de sport promoten.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC