Home

Code rood in het noorden, lenteachtig in het zuiden: wat gebeurt hier allemaal?

Terwijl vanochtend in Groningen en Friesland de auto’s van de weg glibberden, kun je vanmiddag in Zuid-Limburg in een tussenjas op het terras zitten. Op de weerkaart is een scherpe scheidslijn te zien. Is dat toeval, klimaatverandering, of iets anders?

Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

Wat is er precies aan de hand?

En toen lag de grens tussen winterse vrieskou en zachtere temperaturen ineens precies boven ons land. De winter heeft zich sinds de sneeuwperiode van half januari teruggetrokken in Oost-Europa en Scandinavië. Maar vanaf zee duwt een lagedrukgebied bij Ierland een krul lauwere, vochtigere lucht via Frankrijk onze kant op: gisteren was het 10 graden in Noord-Frankrijk.

Het gevolg is een opvallende weerkaart, met een scherpe scheidslijn tussen zachtere temperaturen en kou die schuin door West-Europa loopt. Gisteren was de gemiddelde temperatuur 3,9 graden onder nul in Groningen, en 4,4 graden bóven nul in Zuid-Limburg. Vandaag kan het in het zuiden 12 graden worden, terwijl het in het noorden niet warmer wordt dan één of twee graden.

Laat over zo’n weerkaart het regengebied vanuit Frankrijk trekken, en dit is wat je ziet: regen in het zuiden, en geglibber en ijzel in het noorden.

Hoe uitzonderlijk is dat?

Niet erg, rekent klimaatwetenschapper Peter Siegmund van het KNMI op verzoek van de Volkskrant na. Een verschil tussen noord en zuid van 8,3 graden of meer is tussen 1906 en nu in totaal 73 keer voorgekomen, ‘dus eens per een of twee jaar’, aldus Siegmund.

De vorige keer was dan ook kort geleden, op 18 juni 2022. In het puntje van Zuid-Limburg werd het die dag zomers warm, met 26,7 graden gemiddeld. In het noorden was het best fris: 16,5 graden in Friesland, 15,5 op de Wadden. Een verschil tot meer dan elf graden, in één klein landje. Dat gebeurt dus ook in de zomer.

Het grootste verschil dat het KNMI tussen Maastricht en Groningen registreerde, was overigens weer wél in de winter: op 6 januari 1966 om precies te zijn. In Groningen vroor het toen 7,7 graden, in Zuid-Limburg was het die dag 5,8 graden. Oftewel 13,5 graden verschil.

Is er sprake van een klimaattrend?

Op het oog niet. Grote verschillen tussen noord en zuid lijken vooral toeval, blijkt uit de cijfers die Siegmund op een rij zet. Leg de temperaturen uit Maastricht en die uit Groningen naast elkaar, en dit is wat je ziet: een wiebelend lijntje, het ene jaar wat hoger dan het andere, dat als je door je ooghaartjes kijkt vooral rechtdoor loopt.

Zoek naar het grootste temperatuurverschil tussen zuid en noord per jaar, en de cijfers verschillen sterk: niet meer dan een paar tienden in 2005, en flinke noord-zuidverschillen in het recordjaar 1966, oorlogsjaar 1941 en in 2016, toen er meer dan tien graden temperatuurverschil was tussen Maastricht en Groningen. Dat was toevallig op 6 januari, net als in 1966.

Wél zullen door de snelle opwarming van het land minder vaak kleurcodes nodig zijn wegens ijzel. Volgens het vorige week verschenen KNMI-jaarrapport over 2025 telde Nederland vorig jaar 55 vorstdagen (waarop de minimumtemperatuur onder nul komt) en maar drie ijsdagen (waarop het de hele dag vriest).

Om een idee te geven van hoe snel dat afneemt: in Groningen daalde het aantal ijsdagen van gemiddeld zestien per jaar in de jaren zestig naar gemiddeld vijf per jaar in het huidige klimaat. In De Bilt zakte het gemiddelde van elf ijsdagen naar slechts drie – en geregeld zijn er winters waarin er helemaal geen ijsdagen zijn.

Hoe gaat het nu verder met het weer?

Helemaal voorbij is de achtbaanrit van het weer nog niet. De kou in het noorden en de zachtere temperatuur in het zuidwesten blijven nog even tegen elkaar duwen: ’s nachts rukt de kou op, overdag wint de zachtere lucht. Wie morgen vanuit Groningen de trein pakt naar Maastricht, merkt daardoor opnieuw een voelbaar verschil in temperatuur bij het in- en uitstappen.

Maar daarna wint het lagedrukgebied terrein en duwt de zuidwestelijke stroming de winter weg naar het noordoosten. Vrijdag en zaterdag wordt het naar verwachting 5 à 6 graden, meer gelijkmatig verdeeld over het land.

Is dat het einde van de winter? Mwah. In de weermodellen die wat verder vooruitkijken – maar die ook veel onzekerder zijn – krijgen we eind volgende week nog een aanval van de kou. Al wordt het daarbij niet kouder dan iets boven nul overdag, met een paar graden vorst in de nacht.

Vooral volgende week donderdag, vrijdag en zaterdag kan er in het oosten en noorden sneeuw vallen. Daarna sleurt een lagedrukgebied boven de Noordzee opnieuw zachtere lucht naar Nederland, zo is de (onzekere) verwachting. Dan krijgen we weer gewoon regen, in plaats van sneeuw en ijs.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next