In De overbodigen van Herman Koch wordt, net als in Het diner, wreed geweld gepleegd. Herbert, de dader, hangt een survival-of-the-fittest-ideologie aan. Dat maakt dat de detectiveroman op een gegeven moment over the top raakt, maar is de wereld dat niet ook?
Twee koppels wandelen door een idyllisch landschap in het Verenigd Koninkrijk, ze volgen de Cotswold Way naar Bath. Al in de openingspassage van De overbodigen wordt duidelijk dat de sfeer grimmiger is dan je op vakantie zou verwachten.
‘De stemming in de pub was ronduit bedrukt. Alicia hield de hand van haar echtgenoot vast op de lege plek tussen hun borden. Yvonne zat stilletjes te huilen, zag Herbert te laat.’
De koppels krijgen – je hoort een echo van Het diner – een moreel dilemma voorgeschoteld. ‘Herbert haalde diep adem. ‘We moeten ons goed realiseren dat dit in de eerste plaats zelfverdediging was.’’
Zo rationaliseert Herbert, een bekende bioloog, auteur van bestsellers, gast in talkshows, Nobelprijskandidaat en de overduidelijk onbetrouwbare verteller van dit relaas, wat hij onderweg heeft gedaan. Hij doodde een jongen en een meisje. Uit zelfverdediging dus.
Maar stiekem genoot hij van het geweld. Hij gaat achteraf niet kapot van wroeging, hij is trots: ‘Wanneer hij in zijn eentje door het lieflijk Engels landschap liep, verscheen er af en toe een glimlach op zijn gezicht. Ik heb het enige juiste gedaan, dacht hij. Ik heb een paar gekken die ons probeerden te intimideren laten zien dat met ons niet te sollen valt.’
Hij is zelfs licht verontwaardigd dat hij niet wordt onthaald als held. ‘Ik denk ook aan hoe het zou zijn geweest als we (…) waren aangevallen door twee wilde honden. Als we die honden onschadelijk hadden gemaakt, zouden we door iedereen worden gefeliciteerd en geprezen om onze moed. Nu het om mensen gaat, moeten we ons schuldig voelen en ons bijna stiekem door dit landschap bewegen.”
Kochs Herbert blijft maar voor zichzelf herhalen dat hij tenminste heeft gehándeld. In zijn dromen is hij een oermens, oog in oog met een sabeltandtijger. En niet toevallig hangt in hun bed and breakfast een schilderij ‘van een kudde schapen en een herder met een lange stok’. Herbert – dominant en arrogant – ziet zichzelf als de superieure leider van zijn gezelschap. Hij ‘was niet op de vlucht geslagen. Hij wist het niet zeker van de anderen, of ze alleen vanwege hem waren blijven staan en het gevaar het hoofd hadden geboden, en dat ze er anders als makke lammeren vandoor waren gegaan.’
Soms is vechten de enige juiste oplossing, denkt Herbert. Probeert hij zichzelf te overreden of is dit al zijn diepste overtuiging?
Hij lijkt er in ieder geval geen problemen mee te hebben om uit te maken wie ‘de overbodigen’ zijn. Hij zal zelf wel bepalen welke mensen het recht hebben om te leven, en dat was duidelijk niet dit ‘stelletje opgefokte lijmsnuivers’ dat zijn pad kruiste in het Engelse groen.
Herbert volgt Logan Roys ideologie in de briljante HBO-serie Succession: N.R.P.I., no real person involved. Al zullen de geprivilegieerden in de echte wereld natuurlijk nooit zélf de handen vuilmaken.
Herberts wrede daad strookt met zijn survival-of-the-fittest-ideologie. In zijn populairwetenschappelijke boek De nieuwe meteoriet – Pleidooi voor een legere wereld onderzoekt hij het uitsterven van diersoorten, inclusief de mens. ‘Iets waar niemand zich aan zou hoeven storen.’ Zouden er bovendien ‘binnen de mensensoort ook overbodige exemplaren bestaan?’ (Zijn andere boek, Nonconsensual, een onderzoek naar het paargedrag van katten, laat zich overigens met een beetje slechte wil lezen als een apologie van verkrachting.)
De vraag is nu: komt Herbert ermee weg?
Herman Koch bouwt zijn boek expliciet op de conventies van het detectiveverhaal. Herbert denkt voortdurend aan Inspector Morse, hoe die gedistingeerde Brit de zaak zou oplossen, en hoe hij de inspecteur te slim af kan blijven. Ze moeten blijven wandelen, besluit hij, want de politie zal de bed and breakfasts checken, de hotels, de pubs. ‘Hé, dat is toch merkwaardig, denkt Inspector Morse. Sorry, de politie. Ze hebben al hun reserveringen geannuleerd.’
Terwijl de koppels hun tocht, die fysiek steeds zwaarder wordt, voortzetten, lopen, zoals je zou verwachten, de spanningen onderling op en groeien de geheimen.
De overbodigen leest even lekker als een goed geconstrueerde detectiveroman. Er zijn cliffhangers en kochiaanse bochten waarbij alles toch nét anders in elkaar zit dan je in eerste instantie denkt.
Toch is het verhaal volkomen over the top. Nee, dénk ik, je slaat niet zo makkelijk iemand dood met het handvat van een nordicwalkingstok, en nee, de meeste mensen handelen in the heat of the moment niet noodzakelijk naar hun intellectuele overtuiging. En die Nobelprijs voor Biologie waarop Herbert kans maakt, bestaat in werkelijkheid niet.
Maar misschien streefde Koch helemaal geen geloofwaardigheid na; Midsomer Murders is ook compleet van de pot gerukt, en dat houdt de kijker duidelijk niet tegen.
In een teleurstellende plotwending in Het diner bleek verteller Paul een psychiatrische patiënt te zijn. Herbert in De overbodigen is niet gek – of althans niet gekker dan de gemiddelde Jordan Peterson-aanhanger. Herbert is gewoon een platte, in de meritocratie gelovende neoliberaal met een Ayn Rand-achtig wereldbeeld. Hij voelt het morele dilemma dan ook niet – dat doet hooguit zijn omgeving, of de lezer.
Dé vraag is: in wat voor wereld leven we? In die van Inspector Morse, waar de intelligente chief inspector de dader aan het einde berouwvol doet bekennen, of in de wereld van Succession, waarin de moreel failliete superrijken met alles wegkomen?
Herman Koch: De overbodigen. Ambo Anthos; 224 pagina’s; € 22,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant