Home

Acteurs van kleur in ‘witte’ rollen: ‘Als je iets wilt bereiken word je geacht een deel van jezelf bij de poort achter te laten’

Theater In twee theaterproducties die deze maand in première gaan, kozen de makers ervoor witte personages te laten vertolken door acteurs van kleur. „Wanneer je als vrouw van kleur een personage als Marie-Antoinette vertolkt, dan claim je de Europese geschiedenis als de jouwe.”

'Moeder van Europa', met Selin Akkulak (links) als Marie-Antoinette en Manoushka Zeegelaar Breeveld als haar moeder Maria Theresia.

In twee theaterproducties die deze maand in première gaan, kozen de makers ervoor witte personages te laten vertolken door acteurs van kleur. In Moeder van Europa worden de vorstinnen Marie-Antoinette en haar moeder Maria Theresia gespeeld door respectievelijk Selin Akkulak en Manoushka Zeegelaar Breeveld. In Hedda, een hedendaagse bewerking van Henrik Ibsens klassieker Hedda Gabler (1890), wordt het titelpersonage vertolkt door Hajar Fargan, haar ex-geliefde Eilert door Nur Dabagh. Is hier ‘kleurenblind gecast’, zoals dat heet? Of speelt huidskleur een expliciete rol in deze producties?

„Het idee voor onze voorstelling ontstond tijdens een gesprek over inclusiviteit”, zegt Belle van Heerikhuizen, regisseur van Moeder van Europa. Actrice Manoushka Zeegelaar Breeveld: „Ik zei: ‘Ik zou ook wel eens gewoon Marie-Antoinette willen kunnen spelen.’ Dat was een meisjesdroom van me. Zo’n jurk dragen, zo’n pruik. Maar mensen die eruitzien zoals ik, krijgen geen rollen waarin je zo’n jurk aan mag. Wat nou als we dat wel doen?, dacht ik. Stel dat ik die jurk aantrek: wat zég je daar dan mee?”

Van Heerikhuizen: „Toevallig had ik me ooit verdiept in Marie-Antoinette, voor een voorstelling die nooit het daglicht heeft gezien. Ze interesseerde me. In het collectieve geheugen is ze opgenomen als een karikatuur; spilziek, verwend, onnozel. Nare connotaties. Als je je in haar verdiept, blijkt ze heel andere kanten te hebben. Ze werd bewust zo negatief afgeschilderd, zodat ze na haar executie geen martelaar kon worden. Manoushka’s idee bracht nieuwe inspiratie.”

Regisseur Abdel Daoudi koos ervoor om in zijn versie van Hedda Gabler het titelpersonage door een vrouw van kleur te laten spelen. Het stuk gaat over een jonge vrouw die getrouwd is met een wetenschapper die haar adoreert. Ze wonen in een prachtig huis, ze heeft een prima baan – en toch voelt ze zich als een kat in het nauw. Daoudi: „Het personage werd door de jaren heen nogal veroordeeld. Ze zou ‘verveeld’ zijn, ‘verwend’, ‘opstandig’, ‘manipulatief’. Ik wilde haar niet reduceren tot zo’n oordeel. Er móést een verklaring zijn voor haar gedrag.”

‘Hedda’, met Hajar Fargan in de titelrol en Nur Dabagh als Eilert.

Scènebeeld uit ‘Hedda’.

De sleutel tot het stuk

Toen Daoudi zich voorstelde hoe het zou zijn als Hedda een vrouw van kleur was, viel het kwartje. Daoudi: „Dat was voor mij de sleutel tot het stuk. Ik ben zelf zoon van Marokkaanse ouders. Ik herkende Hedda’s geldingsdrang, haar grenzeloze ambitie. Het glazen plafond waar ze tegenaan loopt. Ik begreep haar opeens: Hedda snakt naar controle, naar zelfbeschikking.”

Daoudi vroeg schrijver en theatermaker Sarah Sluimer om Ibsens tekst te bewerken tot een stuk dat zich anno nu afspeelt. Subtiel verwerkte zij Hedda’s afkomst in de manier waarop andere personages haar bejegenen. Daoudi: „Voortdurend wordt Hedda in het progressieve, witte milieu waarin ze zich begeeft klein gehouden en geëxotiseerd. Het is gekmakend dat je, zelfs als je je volledig bedient van alle ongeschreven regels die je in een witte wereld als persoon van kleur voorgeschreven krijgt, altijd weer wordt teruggeworpen op je achtergrond. Je blijft de outsider.”

Manoushka Zeegelaar Breeveld: „Zwarte mensen zijn in Europa altijd als outsider weggezet. Wanneer je als vrouw van kleur een personage als Marie-Antoinette of Maria Theresia vertolkt, dan claim je de Europese geschiedenis als de jouwe. Wat terecht is. Ik bedoel: mensen van kleur waren er altijd al, ook in de hogere kringen. Alleen zijn de verhalen over hen niet doorverteld. Dat geldt ook voor de verhalen over vrouwen. Heel veel van die verhalen hebben de geschiedenisboeken niet gehaald. Dat willen wij rechtzetten.”

Van Heerikhuizen: „De geschiedschrijving is niet neutraal, daar gaat de voorstelling eigenlijk over. Het zijn altijd de overwinnaars die bepalen hoe het verleden geboekstaafd wordt. Wat er wordt weggelaten. As we speak worden in Amerika, door Trumps regering, in nationale parken gedenktekens rondom het slavernijverleden gesloopt, omdat ze niet zouden ‘bijdragen aan het positieve beeld van Amerika’. ICE is ondertussen bezig de mensen die ze hebben vermoord zwart te maken, om hun eigen misdaden te verdoezelen. Zo zetten machthebbers de geschiedenis naar hun hand.”

Repetities van ‘Moeder van Europa‘.

De zwarte Mozart

Naast Marie-Antoinette en Maria Theresia worden er in Moeder van Europa twee personages van kleur opgevoerd. Van Heerikhuizen: „Ook zij hebben echt bestaan, al hebben ze elkaar in werkelijkheid waarschijnlijk nooit ontmoet. De ene, Angelo Soliman, was geboren als prins in wat nu Nigeria is, maar werd als kind gevangengenomen en cadeau gedaan in Europa. Hij was onderwijzer, sprak zes talen, was vrijmetselaar en had aanzien aan het hof. De ander, componist en violist Joseph Bologne Chevalier de Saint-George, werd wel ‘de zwarte Mozart’ genoemd.”

Hoe met hun nagedachtenis is omgegaan is niet bepaald respectvol te noemen. „Soliman is na zijn dood opgezet en tentoongesteld, gekleed in een verenrokje met kralen. Zo werd hij toch nog in de mal geperst waarin men hem het liefste zag: die van ‘nobele wilde’. De meeste composities van Chevalier de Saint-George zijn na zijn dood vernietigd. Door deze mannen in Moeder van Europa een podium te geven, willen we hun verhaal in ere herstellen. We herconstrueren het verleden. Desnoods door het te verzinnen.”

Zeegelaar Breeveld: „Dat is afrofuturisme pur sang: een geschiedenis bedenken, om zo een toekomst mogelijk te maken. Heel simpel: als algemeen bekend zou zijn dat er in de achttiende eeuw een meesterlijke violist bestond die ‘de zwarte Mozart’ werd genoemd, dan zou dat een zwart, vioolspelend jongetje van nu de bevestiging kunnen geven: er is ook plek voor mij.”

Er wordt vaker theater gemaakt over racisme en uitsluiting, zegt Abdel Daoudi, maar die stukken spelen zich meestal niet af in een progressief milieu. „Dat trok me ook aan in dit stuk. Mensen denken: als je Groenlinks/PvdA stemt, dan ben je niet iemand die discrimineert. Dat is een misvatting. Ook in een links milieu word je als persoon van kleur geacht een deel van jezelf bij de poort achter te laten, als je iets wilt bereiken. Dat geldt ook voor Hedda.”

Zo is er een scène waarin Hedda met haar leidinggevende praat over een artikel dat ze wil schrijven voor de krant waar ze als eindredacteur werkt. ‘Ik vind het zo’n wit grachtengordeldingetje,’ zegt hij over haar idee. ‘Jij hebt toch zoveel meer te vertellen.’ Daoudi: „Wat hij bedoelt: schrijf over je afkomst. Dat is jouw onderwerp. Ze mag wel een Lale Gül zijn, maar niet een Roxane van Iperen. Anderen bepalen voor haar welke verhalen zij wel en niet mag vertellen.”

‘Ik kende The Beatles niet’

Tijdens zijn opleiding aan de Toneelacademie in Maastricht werd Daoudi er vaker dan hem lief was op gewezen hoezeer ook hij binnen zijn klas een buitenstaander bleef. „We moesten op een dag een nummer van The Beatles zingen, tijdens zangles. Ik ben niet opgegroeid met westerse cultuur, dus ik kende The Beatles niet. ‘Wat, ken jij The Beatles niet?! Wat een culturele armoede!’ riep iedereen, inclusief de zangdocent. Die hele nacht heb ik naar nummers van The Beatles geluisterd, om mezelf bij te spijkeren. Ik had natuurlijk moeten zeggen: ‘Nee, ik ken The Beatles niet, maar wel het hele oeuvre van Oum Kalthoum en Nancy Ajram.’ Maar ik had niet die tegenwoordigheid van geest. Keer op keer gaven dit soort ervaringen me te kennen dat deze wereld niet voor mij bestemd was.

„Het meest tragische aan die vorm van uitsluiting, is dat je er als persoon van kleur een ‘kapotte spiegel’ aan overhoudt. Dat hoop ik in de voorstelling te laten zien. Hoe de wereld je ziet rijmt niet met hoe je jezelf ziet. Je kunt je waardevol voelen, maar je wordt continu benaderd met heel veel micro-agressies die op het tegendeel wijzen. Daardoor raakt je kompas ontregeld. Je gaat aan jezelf twijfelen. Als het idee dat je niet goed genoeg bent vaak genoeg op je geprojecteerd wordt, moet je extreem sterk in je schoenen staan om in jezelf te blijven geloven.”

In Hedda is te zien hoe twee verschillende personages uiteindelijk aan dat mechanisme ten onder gaan. Daoudi: „Ik hoop dat de gesprekken in de foyer, na afloop van de voorstelling, gaan over hoe onbegrijpelijk het is dat de personages om Hedda heen dit slot niet aan zagen komen. Hoe blind ze al die tijd voor haar waren geweest.”

Een beetje huilen

Van Heerikhuizen: „Iets waar we veel over gesproken hebben, is wat we wel en niet willen tonen. Maria Theresia was bijvoorbeeld behoorlijk racistisch. Wat betekent het als Manoushka, in die rol, racistische zinnen uitspreekt? Willen we dat wel herhalen?” Zeegelaar Breeveld: „Alleen al mijn openingszin: ‘Alles begint in Europa.’ Die wordt door andere personages meteen gepareerd, maar toch. Alles begint in Europa? Wat flik je me nou!”

Van Heerikhuizen: „In het stuk zit een scène waarin Maria Theresia haar excuses aanbiedt aan Soliman, voor het feit dat ze hem nooit als volwaardig mens heeft behandeld. Ze zijn dan allebei al dood. Ik moest een beetje huilen toen ik die scène zag. Want wat je op de vloer ziet gebeuren, is dat Manoushka, een zwarte vrouw, haar excuses aanbiedt voor de witte schuld. Zo wrang. Dat zij het is die die woorden uit moet spreken.”

Zeegelaar Breeveld: „Maar ik heb een ingang gevonden voor die zin. Ik denk, terwijl ik hem speel: Kijk maar goed, jongens. Zo doe je dat.”

Hedda door Toneelschuur Producties. Naar: Henrik Ibsen. Regie: Abdel Daoudi. Bewerking: Sarah Sluimer. Première: 5 februari in de Schuur, Haarlem. Op tour t/m 29 maart. Info: toneelschuurproducties.nlMoeder van Europa door Orkater. Regie: Belle van Heerikhuizen. Tekst: Jibbe Willems en Manoushka Zeegelaar Breeveld. Première: 14 februari in ITA, Amsterdam. Op tour t/m 11 april. Info: orkater.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next