Home

Nederlanders die vertrekken om elders een beter leven op te bouwen, worden zelden gelukszoekers genoemd

In het Farsi bestaat een uitdrukking die bijna een-op-een overeenkomt met het Nederlandse ‘strek je benen niet verder dan je deken lang is’. In elke cultuur wordt mensen geleerd hoe ver hun verlangen mag reiken, en vooral wanneer het te ver gaat. In de moderne tijd is nationaal burgerschap, in de vorm van een paspoort, een van de meest beschermende dekens.

Burgerschap is echter geen allesbedekkende deken. Zaken als klasse, etniciteit, huidskleur, geld en status bepalen hoe ruim of krap die deken uitvalt. Voor asielzoekers en ongedocumenteerden ontbreekt die deken volledig.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het leven van een burger weegt zwaarder dan dat van iemand die dat niet is. Filosoof Judith Butler noemt dat ‘rouwbaarheid’: niet om alle levens wordt evenveel gerouwd. Wanneer een boot met vakantiegangers vergaat, spreken we van een nationale ramp. Wanneer een boot met vluchtelingen vergaat, hebben we het over cijfers. Het verschil zit in de categorie waarin het leven dat verloren ging was ingedeeld, en die categorie bepaalt de diepte van onze menselijke reactie.

Die ongelijkheid strekt zich ook uit tot wat een leven mag verlangen. Neem nou eens het woord ‘gelukszoeker’. Ik heb me lang afgevraagd waar de negatieve, soms zelfs bespottende lading van die term vandaan komt. Geluk geldt in Nederland, en breder in het Westen, immers als iets onbetwistbaars, bijna als levensdoel.

Waarom verliest een asielzoeker, zodra hij als gelukszoeker wordt aangeduid, de geldigheid van zijn aanspraak op veiligheid? Wie geluk zoekt, lijkt iets te verlangen dat verder gaat dan nood. Veiligheid geldt als noodzaak, gelukkig willen worden als veeleisendheid. Wie al een beroep doet op bescherming, ruimte en aandacht, lijkt daarmee zijn morele krediet te hebben verbruikt. Dat iemand die als last verschijnt ook nog een positief levensdoel claimt – dromen heeft en gelukkig wil worden – doet de empathie verdampen. Wie zijn benen verder strekt dan zijn deken lang is, wordt teruggefloten.

Die deken wordt ineens een stuk rekbaarder zodra het om de eigen categorie gaat. Nederlanders die vertrekken om elders een beter leven op te bouwen, worden zelden gelukszoekers genoemd. En als dat woord al valt, verliest het zijn negatieve lading. Geluk geldt dan als iets waar men recht op heeft en actief naar mag streven.

Dit besefte ik pas echt bij het kijken naar ‘Wakker in Paraguay’ en enkele afleveringen van Het roer om, op aanraden van iemand die mij goed kent. Wat mij vooral trof, was de vanzelfsprekendheid waarmee in ‘Wakker in Paraguay’ over vrijheid en veiligheid werd gesproken. Nederland onveilig? De Nederlandse overheid tiranniek? Dreigende oorlog in Europa? Voor iemand die de betekenis van die woorden aan den lijve heeft ondervonden, werkt dat licht desoriënterend. Delen we echt dezelfde planeet?

Voor een leven in vrijheid en veiligheid hebben mensen zoals ik veel moeten opgeven, zoals ons land, ons thuis en onze familie. Misschien wel het belangrijkste is het verlies van de vanzelfsprekendheid van onze moedertaal. We leren leven in een andere taal, in een structuur waarin we dagelijks ervaren hoe vreemd we zijn. Toch is het dat alles waard, omdat we weten hoe het is om te leven onder wetteloosheid, chaos en tirannie.

Dat ik de motieven van mensen die een land als Nederland verlaten niet altijd begrijp, is mijn beperking. Maar wat ik werkelijk niet kan bevatten, is hoe Nederlanders in Paraguay gemeenschappen vormen, de lokale taal niet leren, hun eigen normen bewaken en zich afschermen van de omgeving – precies datgene wat in Nederland bij nieuwkomers als problematisch en bedreigend wordt gezien.

Dat is hypocrisie. Daar valt niets op te romantiseren.

Toch zou ik liegen als ik zou zeggen dat ik bij momenten niet jaloers ben geweest tijdens het kijken naar die twee series. In een van de afleveringen van Het roer om twijfelen Mano en Manon, een Nederlands stel op Ibiza dat de Ibizanen ‘locals’ noemt, of ze blijven of teruggaan naar Nederland. Ze zitten op een prachtige plek. Mano vraagt Manon haar ogen te sluiten en beide handen, met de handpalmen omhoog, voor zich te houden, om te voelen welke hand zwaarder wordt: blijven of teruggaan.

Ik wenste dat ik hetzelfde kon doen. Dat terugkeer naar Kabul en blijven in Nederland ook voor mij op mijn handpalmen lagen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next