Nu het optreden van de Amerikaanse politie aan de grens én in het binnenland steeds agressiever wordt, is het stil aan de grensovergang bij El Paso in Texas. ‘Die camera’s kunnen tot 8 kilometer verderop zien wat er gebeurt. Je moet het maar durven.’
is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Ze woont in New York.
De muur tussen Texas en Mexico is aan het roesten. Michael DeBruhl (68) drukt zijn neus tegen het inmiddels feloranje ijzeren hek met scheermesdraad erbovenop. ‘Er komt bijna niemand meer binnen’, zegt DeBruhl, wijzend naar een toren verderop. ‘Die camera’s kunnen tot 8 kilometer verderop zien wat er gebeurt. Je moet het maar durven.’
DeBruhl woont in de Amerikaanse grensplaats El Paso, een stad die Mexicaans klinkt, maar Amerikaans voelt. Langs de drieduizend kilometer lange grens tussen de Verenigde Staten en Mexico wemelt het van de militairen en grenswachters, die je in het gigantische woestijngebied kunt tegenkomen in auto’s, op motoren en soms zelfs te paard.
Wie je hier niet meer ziet, zijn illegale overstekers. Krap twee jaar geleden kwamen hier recordaantallen migranten zonder papieren de grens over. In 2024, onder president Joe Biden, ging dat om meer dan twee miljoen mensen. Maar dit eerste jaar van Donald Trumps tweede termijn is dat gereduceerd tot een achtste daarvan.
El Paso was één van de plekken die centraal stond in de campagne van Trump, die steevast sprak over ‘chaos aan de grens’. Die chaos was hier. Nu voelen de inwoners tegenstrijdige emoties: opluchting en bezorgdheid. De stad is inderdaad tot rust gekomen. Maar nu hebben de zorgen over de veiligheid van immigranten zich verplaatst naar de rest van het land.
‘Deze hele straat lag vol mensen’, zegt DeBruhl voor de House of the Sacred Heart, een kerk waarin hij jarenlang een opvang voor immigranten runde. Hij herinnert zich nog de problemen van immigranten die net de grens over waren. Het telefoontje bijvoorbeeld dat een Venezolaanse man in zijn kerk ontving van een smokkelaar die dreigde zijn vrouw en kind te kidnappen. ‘Het was een hectische tijd.’
Nu is de enige persoon die voor de kerk op een stoel zit de 71-jarige José Mate, die vanuit een witte bus grote zakken gedroogde pepers verkoopt. Uit de boxen klinkt Colombiaanse muziek.
‘Mensen poepten hier op straat omdat er te weinig wc’s waren’, zegt Mate. Voorheen durfde hij zijn huis niet uit, vertelt hij, omdat er anders mensen bij hem binnen zouden komen. Overal lag vuilnis, zegt hij.
Afgelopen november stemde Mate op Trump, die beloofde om geen immigranten meer toe te laten. Hij was niet de enige. Donald Trump won in 2024 veertien van de achttien Texaanse kiesdistricten aan de zuidgrens met Mexico, ongekend op plekken die historisch Democratisch stemmen. In één district was het de eerste keer sinds 1896 dat een Republikein won.
Dit jaar is het inderdaad weer rustig op straat in El Paso. Op veel plekken zelfs even stil. Mate kan zijn zakken pepers weer ongestoord verkopen. ‘En toch heb ik spijt van mijn stem op Trump’, zegt hij. ‘Vanwege wat ICE doet in de rest van het land.’
In Democratische steden als Minneapolis, Chicago en Los Angeles worden immigranten met geweld opgepakt. De mensen die hun huis niet uit durven, of vrezen opgepakt te worden als ze hun kind naar school brengen, kwamen ooit via de zuidgrens het land binnen.
In talloze steden en staten vinden momenteel grootschalige en vaak gewelddadige arrestaties plaats van ongedocumenteerden. Er vallen doden tijdens aanhoudingen van ICE-agenten. In detentiecentra is ook sprake van dodelijk geweld. Sinds vorig jaar vielen er 32 doden – acht in de staat Texas.
‘Het is zwaar om te moeten toezien hoe migranten elders in het land worden behandeld’, zegt DeBruhl, die aan de grens van Mexico is opgegroeid. Net als zijn vader werkte hij 26 jaar lang voor de grenswacht. In 2016, toen door de regering-Trump werd gezegd dat immigranten criminelen en verkrachters zijn, besloot hij met pensioen te gaan. Hij werd vrijwilliger in de opvang, waar hij later als directeur werd gevraagd. ‘Wat er op dit moment gebeurt, heb ik nog nooit gezien. Ik maak me zorgen over het optreden van mijn oud-collega’s.’
El Paso ligt zo dicht bij Mexico dat je door het hek de muziek kunt horen die aan de overzijde wordt gespeeld. Na de Mexicaanse-Amerikaanse oorlog in 1848 werd de stad een officiële grensovergang. Texas kwam in handen van de Amerikanen en Ciudad Juárez bleef onderdeel van Mexico. Eeuwenlang konden de inwoners van beide steden elkaar gemakkelijk bezoeken. Ze gingen in elkaars restaurants eten, haalden boodschappen die ze in eigen land niet konden vinden, en bouwden aan een Mexicaans-Amerikaanse cultuur.
Nu voelen zelfs Amerikaanse staatsburgers en immigranten met een verblijfsvergunning angst als ze vanuit de VS de brug oversteken.
‘Ik zie dat ze mensen nu doodmaken’, zegt de 11-jarige Alice. Ze maakt een pistool van haar hand. Dagelijks gaan mensen als Alice en haar moeder de grens over om in Mexico familie te bezoeken, goedkope medicijnen te halen of, zoals in haar geval, haar beugel te laten controleren bij de goedkopere tandarts.
De afgelopen weken zag ook Alice in het nieuws hoe de immigratiepolitie in Minneapolis twee mensen doodde. Haar moeder heeft een verblijfsvergunning maar is geen staatsburger. ‘Wat moet ik doen als er iets met mijn ouders gebeurt?’
Iets verderop sleurt de 20-jarige Juliet een zak chocola, kaarsen en glitteroogschaduw de grens over naar Mexico voor een bezoek aan familie. Eerst moet ze de brug aflopen, daarna in een bus. ‘Ik blijft daar steeds vaker slapen’, zegt Juliet, ook staatsburger van de VS. ‘De Amerikaanse kant wordt steeds enger.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant