Zwarte komedie ‘No Other Choice’ is een virtuoze, maar erg lange komedie over een man die na zijn ontslag doordraait. Hij besluit de concurrentie op de arbeidsmarkt uit te moorden.
De moordlustige papierman in ‘No Other Choice’.
No Other Choice. Regie: Park Chan-wook. Met: Lee Byung-hun, Son Ye-jin. Lengte: 139 minuten.
„Als je ontslagen wordt in Amerika, zeggen ze dat je ‘de bijl krijgt’”, zegt Man-su aan het begin van No Other Choice. „In Zuid-Korea zeggen we dat je ‘onthoofd wordt’.” Er blijkt een betere beschrijving, denk je nadat je Park Chan-wooks (The Handmaiden) duistere komedie hebt gezien. Voor deze mannen is ontslag alsof ze ‘gecastreerd worden’.
Ooit was Man-su „pulpman van het jaar” in de Zuid-Koreaanse papierwereld, hij kreeg dankbriefjes en paling thuisgestuurd (want ‘een man werkt beter met paling op’). Maar nu de Amerikanen de leiding hebben, rolt ook zijn kop in een grote ontslagronde. En vindt hij zich in een werklozenpraatgroep, vol ontmannelijkte kerels die hun handen op de wangen persen en bezwerend herhalen: „Ik ben gezinshoofd. Ik zal herrijzen uit mijn as. Mijn familie zal mij steunen.” En, terwijl een vrouw met therapiegrijns helpt ademen: „Over drie maanden ben ik weer aangenomen.”
Maar dat moment komt niet. Het huis moet verkocht, de tweede auto, en de honden gaan naar de allergische schoonouders. Geen tennis meer voor echtgenote Miri, cellolessen voor de idiot savant-dochter, en Netflix voor de stiefzoon.
Man-su heeft, kortom, geen andere keus: wil hij zijn vrouw niet kwijtraken (denkt hij) of na jarenlange nuchterheid naar de fles grijpen, dan moet hij alle andere specialisten in het Koreaanse papiervak opsporen en vermoorden. Als hij de enige overgeblevene is, móéten ze hem wel aannemen.
No Other Choice – een remake van Le couperet, wat weer een verfilming is van Donald Westlakes horrorroman The Axe – voelt soms als een heel lange Adam Sandler-komedie, gemaakt door een meesterregisseur. Niks is te flauw, geen emotie van acteur Lee Byung-hun (Squid Game) te groot.
Voornaamste doelwit is de fragiele familieman. Het type man dat zich op middelbare leeftijd obsessief op botanie of vinylverzamelen stort omdat hij niet over zijn gevoelens kan praten. Met sadistisch genoegen ontkleedt Park die mannen in No Other Choice. Hij neemt ze alle trots af – respect, rijkdom, seksualiteit – totdat ze achterblijven, ontharnast en kwetsbaar, met ochtendjas in de luie stoel naast de platenspeler.
Maar de filmstijl maakt het meer dan ongein. Licht en muziek veranderen mee met de gevoelens van de hoofdpersoon. Soms legt Park beelden over elkaar heen: het gezicht van Man-su over dat van zijn slachtoffer, het lichaam van zijn vrouw over dat van een lijk in een ondiep graf.
Het maakt dat je toch compassie voelt voor Man-su. Hij is namelijk ook een slachtoffer van de vooruitgang. Decennialang vereenzelvigde hij zich met zijn werk, aangemoedigd met prijzen en beloningen. En nu is hij overbodig, door AI, automatisering en Amerikaans kapitalisme. Hoe moet hij zijn leven nu zingeven?
Iets anders doen? Kan – komt niet in hem op. Zoals hij uitlegt aan zijn lijdzame vrouw: „Je vertelt een cobrakannibaal toch ook niet dat hij van peren moet leven. Hij wil zijn moeder verslinden!”
Met andere woorden: Man-su is een wild dier waarvan het leefgebied krimpt. Het is vechten of sterven. Zelfs als er nog maar één functie overblijft in de papierfabriek: de machine aan- en uitschakelen.
Source: NRC