Oorlog Het is een van de strengste winters van de oorlog in Oekraïne en Rusland gebruikt deze kou als wapen. Ija Kiva wil dat Europeanen zich bewust zijn van de prijs die Oekraïners betalen om in leven te blijven.
We beleven een echte sprookjeswinter in Oekraïne dit jaar, zo een die ik me uit mijn kindertijd in de Donbas herinner. Het vriest en er ligt overal sneeuw, heel veel sneeuw. Mocht de Russische militaire agressie er niet zijn geweest, dan brachten de Oekraïners al hun vrije tijd nu vast buiten door, om sneeuwmannen te maken, of om schaatsbaantjes bij hen in de wijk aan te leggen, zoals op de schilderijen van Pieter Bruegel. Ze zouden sneeuwbalgevechten houden zoals de stadsbewoners van het Italiaanse Trento die afgebeeld staan op de fresco’s in het kasteel Buonconsiglio daar, en kinderen op sledes rondtrekken.
Ija Kiva is een Oekraïense dichteres.
Maar terwijl onze buren op het Europese continent over een impliciet recht op zo’n sprookje beschikken, afgeschermd door de nucleaire paraplu van de NAVO als ze zijn, kunnen de Oekraïners alleen rekenen op hun expliciete recht op de hel. Een ijzige hel, die het gevolg is van Russische pogingen om ons door de koude en de angst voor een vriesdood tot overgave te dwingen. Rusland valt namelijk al vier jaar lang doelgericht onze essentiële civiele infrastructuur aan die onze huizen van zulke gewone dingen voorziet als elektriciteit, warmte, water en gas. En wanneer die schijnbaar vanzelfsprekende geneugten van de beschaving wegvallen, verworden onze huizen ineens tot niet veel meer dan onbewoonbare dozen van beton en baksteen.
De Oekraïners die besloten in hun land te blijven toen de Russisch-Oekraïense oorlog in februari 2022 zijn grootschalige fase in ging, kozen er ondanks het voortdurende dodelijke gevaar uit de lucht voor om thuis te zijn – „Thuis geven zelfs de muren je steun”, luidt een Oekraïense gezegde. Inmiddels geldt die eeuwenoude wijsheid niet meer. De afgekoelde, kille muren in Kyiv, Charkiv, Dnipro, Odessa en vele andere steden in Oekraïne bieden nu geen bescherming meer, maar zijn een laatste schuiloord geworden voor waardigheid, vrijheid, zorg en menselijkheid. Dat is de reden waarom onze mensen hun huizen niet massaal halsoverkop verlaten, maar in de plaats daarvan thuis blijven overwinteren, zoals je ook bij bejaarde verwanten zou blijven, die door toedoen van Rusland, dat bedwelmd is door zijn eigen imperialistische grootsheid, hulpeloos en kwetsbaar zijn geworden.
Ik beschrijf de huizen hier bewust als levende wezens, want in het Oekraïense wereldbeeld wordt alles levend en dierbaar wanneer je er liefdevol naar kijkt en er zorg voor draagt, ook al gaat het om bakstenen, cement, beton of zand. Vooral na de 20ste eeuw, met al zijn oorlogen, de stalinistische en nazistische bezettingen, de genocides en deportaties, de repressies en terreur, die als woeste rukwinden ongeremd hebben huisgehouden in onze contreien. En zeker na 2014, toen Rusland mezelf en miljoenen andere Oekraïners uit de regio’s Donetsk, Loehansk en de Krim in oorlogsvluchtelingen in eigen land heeft veranderd. Voor de Oekraïners betekent hun huis meer dan alleen comfort, riante renovaties of dure huishoudtoestellen. Het staat voor het recht op een eigen ruimte voor de dingen waar je diep om geeft. Ook al gaat het misschien om een oud, krap flatje zonder geluidsisolatie dat nog in de jaren 1960 volgens sovjetplannen is gebouwd.
Rusland is niet in staat om die liefde van de Oekraïners te doden. Geen enkele drone of raket is daar ooit krachtig genoeg voor. Maar wat Rusland wel kan – en wat het blijft doordrijven met het cynisme van een bloeddorstig roofdier – is het oorlogsgeweld keer op keer verplaatsen van de gevechtszones naar de woningen van gewone burgers, wier dierbaren op dit eigenste ogenblik het recht van elke Oekraïner om zich thuis te voelen in Oekraïne aan het front verdedigen; wat van deze oorlog een regelrechte genocide tegen ongewapende mensen maakt. Want waar het internationaal recht eindigt, daar begint de barbarij.
Wat speelt er zich dan momenteel allemaal af in Oekraïne, waar in vele steden de bewoners het al twee weken zonder verwarming, elektriciteit, gas en stromend water moeten stellen, en dit tijdens een van de strengste winters van deze oorlog? De uitbaters van cafés en supermarkten richten binnen plekken in voor thuisloze dieren en heten mensen welkom om zich te komen opwarmen en elektronica op te laden. Buurtbewoners beginnen chatgroepen voor hun flatgebouw of hun wijk, om kennissen en volstrekte onbekenden uit te nodigen om bij hen te komen douchen, zich op te warmen of op afstand te werken op de momenten dat er water, warmte en elektriciteit beschikbaar is – een paar uur later of de dag erop kan dat misschien niet meer, want door Rusland is de beschaving een soort loterij of roulettespel geworden. Mensen bieden elkaar aan om planten en huisdieren in huis te nemen, zodat ze niet van de kou zouden doodgaan, ze wisselen overlevingstips voor deze onmenselijke omstandigheden uit, schenken warme kleren aan wie die dringender nodig heeft, of ze kopen elektrische voetwarmers (die tot 2026 vooral voor de soldaten aan het front werden aangekocht) voor anderen die daar het geld niet voor hebben.
De Oekraïense onverzettelijkheid is een bekend cultureel merk geworden. Maar wat ik graag zou willen, is dat onze buren binnen Europa zich goed bewust zouden zijn van de prijs die de Oekraïners betalen om in leven te blijven. De beproevingen die hun nu te beurt vallen, zullen ongetwijfeld resulteren in chronische aandoeningen, die zich later zullen manifesteren en hun levenskwaliteit voor altijd zullen aantasten. Niet alle Oekraïense kinderen zullen het einde van deze winter halen, omdat hun kwetsbare immuunsysteem nog niet weerbaar genoeg is om het hoofd te bieden aan de Russische agressie. Niet alle bejaarden, mensen met een handicap of gewoon eenzame mensen zullen deze winter overleven. Niet alle huizen zullen weer bewoonbaar gemaakt kunnen worden, ook al lijken ze van buitenaf ongeschonden. En ik heb het nog niet eens over de impact van de black-outs op ziekenhuizen, operatiekamers en spoedafdelingen.
Naar analogie met de Holodomor, Stalins kunstmatige hongersnood uit de jaren dertig, noemen we de Russische strategie om black-outs tijdens vriestemperaturen als dodelijk wapen te gebruiken de „cholodomor”, waarbij het woord holod (honger) vervangen wordt door cholod (koude). Het definitieve dodental van deze ‘cold-out’ zal waarschijnlijk nooit volledig opgetekend worden. Niet elk sterfgeval dat het gevolg is van de Russische acties van deze winter zal het nieuws halen of de aanleiding vormen voor een rechtszitting in Den Haag. Maar ik weiger te geloven dat er nog iemand is die niet begrijpt wat er momenteel gaande is. Wij, Oekraïners, worden nog steeds gedood. Wij, Oekraïners, hebben nog altijd nood aan mensen die opstaan voor de humaniteit en aan meer dan alleen dieselgeneratoren voor onze woningen – we hebben in de eerste plaats wapens en luchtafweer nodig. Want voorbij de Oekraïense frontlinie, daar begint de ordinaire banaliteit van het kwaad, die deze winter ijziger is dan ooit tevoren.
Vertaling door Roman Nesterenco. Dit artikel stond eerder in De Standaard.
Source: NRC