Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
In een stripclub op King Street in het Australische Melbourne zitten twee mannen aan de bar. Ze zijn van middelbare leeftijd. De een is groot en kaal, met een flinke pens. De ander is wat kleiner en heeft opzij gekamd haar, kalend bij de kruin. Ze gedragen zich onbeschoft en worden door de uitsmijters uit de club gezet.
Buiten bakkeleien ze verder. Er staan afzetpaaltjes met een fluwelen koord ertussen. De grote kale pakt een van de paaltjes en maakt aanstalten om de uitsmijter ermee te slaan. Maar als de uitsmijter een paar dreigende passen vooruit zet, kiest Groot & Kaal eieren voor zijn geld en rent struikelend weg.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Tot nu toe is het al genieten. Maar het wordt nog veel beter. De vriend ligt intussen, na een duw van een andere uitsmijter, op de grond met zijn handen verontschuldigend omhoog. Als hij is opgestaan, vouwt hij zijn handen samen en smeekt hij de beveiliging of hij niet alsjeblieft toch weer naar binnen mag.
Iedereen die wel eens uit een bar is gezet weet dat als je er eenmaal bent uitgegooid, je er onder geen beding meer inkomt. Het is als een rode kaart krijgen voor een kopstoot, de scheidsrechter ervan proberen te overtuigen dat je het niet zo had bedoeld en dan verwachten dat hij je weer mee laat voetballen.
De grote kale is nog niet klaar. Hij is ondertussen een naburig Koreaans restaurant binnengelopen en heeft daar een stoel gepakt. Hij loopt weer naar buiten en slingert de stoel vanaf een meter of vijf richting de uitsmijters. Alleen, de uitsmijters staan er niet meer. Ze zagen wat de man van plan was en deden een paar passen terug naar binnen.
Wie dat niet zag was zijn vriend, die nog met zijn handen tegen elkaar staat te pleiten om binnen gelaten te worden. Hij krijgt de stoel vol tegen zijn achterhoofd en stort als een zak aardappelen ter aarde. De uitsmijters lopen lachend naar buiten en geven de grote kale een sarcastisch applaus. Die, bewust dat hij de ultieme nederlaag geleden heeft, slaat zijn hand tegen zijn voorhoofd.
Dit hele voorval, dat bij elkaar nog geen twee minuten duurt, moet als videoinstallatie in het Stedelijk Museum. De stoel: een gelaagd, maatschappijkritisch kunstwerk over falen, vriendschap, seks en geweld. Over hoe je eigen woede zich tegen je meest dierbaren kan keren.
Over hoe vernedering, eens een privé-aangelegenheid die in vergetelheid kon verdwijnen, is verworden tot collectief eigendom en tot vermaak dient van miljoenen over de hele wereld. En dat vanuit meerdere cameraperspectieven. Over de meedogenloze surveillancemaatschappij. Die veelvuldig en terecht bekritiseerd wordt. Maar soms ook pareltjes oplevert – dat mag ook wel eens gezegd.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns