Temperaturen ver beneden het vriespunt zorgen voor spekgladde voetpaden in Berlijn. Milieuwetgeving verhindert een oplossing. Het gevolg: botbreuken in de hoofdstad, hoongelach over brekebeen Berlijn in de rest van het land.
is correspondent Duitsland van de Volkskrant. Hij woont in Berlijn.
Het is glibberen in Berlijn, dezer dagen. Glibberen in Berlijn, en grinniken erbuiten. Al dagen worden hoofdstedelijke trottoirs bedekt door een laag ijs waarop liefhebbers zelfs proberen te schaatsen. En al dagen ontbreken doeltreffende maatregelen. Want waar men elders in Duitsland eindeloze hoeveelheden strooizout inzet, heeft Berlijn zichzelf het leven weer eens onmogelijk gemaakt.
Obstakel in de strijd tegen glijpartijen en botbreuken is de ambitieuze Berlijnse milieuwetgeving. Die verbiedt de meeste inzet van strooizout buiten de hoofdwegen, uit vrees voor schade aan bijvoorbeeld de karakteristieke platanen langs hoofdstedelijke trottoirs. Bewoners die illegaal zout strooien kunnen tot 10 duizend euro boete krijgen.
In plaats daarvan zet de gemeente in op fijngrind. Tientallen tonnen kleine zwarte steentjes zijn verspreid over stoepen en opritten. Bewoners kunnen 10 kilo van het spul gratis afhalen bij de stadsreiniging. Alleen: het haalt weinig uit. Hier en daar zorgen de minikiezels voor een paar vierkante centimeter begaanbare stoep, maar voor de rest blijft een wandeling naar de supermarkt evenwichtskunst.
De eindeloze glijpartijen in de Duitse hoofdstad leiden tot groot vermaak op sociale media, waar filmpjes van onvrijwillig dansende Berlijners tienduizenden keren zijn bekeken. En elders in Duitsland, waar men zich kan laven aan hoongelach over brekebeen Berlijn, de stad die alles onnodig compliceert.
Vanuit Beieren, conservatieve tegenhanger van het progressieve Berlijn, kwam al snel een aanbod van steun. ‘Heeft Berlijn werkelijk toestemming van het deelstaat-parlement nodig om zout te mogen strooien?’ schreef de Beierse vicepremier Hubert Aiwanger. ‘Zullen wij een paar boeren met strooiwagens langs sturen?’
Het was al een rampenmaand. Tijdens een eerdere vriesperiode viel dagenlang het openbaar vervoer in Berlijn uit. Begin januari saboteerden vermoedelijke extreemlinksen de stroomvoorziening van een Berlijnse villawijk. Zo’n 45 duizend woningen werden veroordeeld tot kou en duisternis, reparatie duurde maar liefst vijf dagen en de burgemeester ging tijdens de crisis met zijn vrouw tennissen.
Bijna vanzelfsprekend staakten deze maandag de Duitse regionale vervoersbedrijven, een periodiek evenement waaraan ook de Duitsers inmiddels gewend zijn geraakt. De stakingen waren overal in het land, maar voor Berlijn waren ze extra pijnlijk.
Want eerst reden de trams niet door winterweer en ijsregen, toen zouden ze stilstaan wegens de staking, en vervolgens reden ze maandag toch, om bevroren bovenleidingen te voorkomen – maar dan wel zonder passagiers.
‘Wie in januari nog niet genoeg reden had om te lachen om de hoofdstad’, schreef de Berlijnse krant Tagesspiegel, ‘krijgt begin deze week daarvoor de foto’s aangeleverd van vakbond Verdi.’
Na dagen waarin Berlijnse ziekenhuizen veldbedden lieten aanrukken wegens het ongewoon hoge aantal patiënten dat met botbreuken werd binnengebracht, medici de politiek veroordeelden en chirurgen ’s nachts doorwerkten, besloot het Berlijnse stadsbestuur vrijdagavond om de inzet van strooizout op trottoirs twee weken lang toe te staan.
Prompt dook de Berlijnse stadsreiniging (BSR) op in het publieke debat. Fijn maar onvoldoende, zei die over het besluit. ‘Op dit moment ligt op vele trottoirs een gesloten ijslaag’, aldus BSR-chef Stephanie Otto. ‘Als we daar alleen zout en grind op strooien, zal dat het probleem niet oplossen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant