Home

Nauwere en sterkere banden met de Britten zijn goed, maar pas op voor al te veel optimisme

Brexit

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Het was even geleden dat een Britse premier positief klonk over de relatie met de Europese Unie. Die moet „nauwer en sterker” worden, zei Keir Starmer de afgelopen weken in verschillende toonaarden, zes jaar na Brexit. En: „We kunnen samenwerken met de interne markt.”

Dat sommige Britse politici, zeker in het kabinet, vriendelijker over de continentale buren spreken, kan alleen maar worden toegejuicht. Dat er principeafspraken zijn gemaakt over onder meer het opheffen van handelsbelemmeringen voor vers voedsel en het hervatten van het Erasmus-uitwisselingsprogramma voor studenten, is goed nieuws. Zowel economisch als cultureel zijn de banden, zeker tussen Nederland en het VK, te oud en vooral te belangrijk om verzuurd te blijven.

Maar wie hoopt dat er een Britse liefde voor de Europese Unie opbloeit, doet er goed aan de slogan uit 1939 te onthouden: Keep calm and carry on.

Want achter Starmers warme woorden kwam steeds de zin: „Als het in ons nationaal belang is”. Uit data van het wetenschappelijke samenwerkingsverband UK in a changing Europe blijkt dat Europese en Britse wet- en regelgeving juist vaker uiteenlopen. Alleen al het afgelopen kwartaal gebeurde dat in 27 gevallen, zeven keer was er sprake van toenadering.

Labour beloofde de kiezer bovendien om „Brexit te doen slagen”. In het partijprogramma werd geschreven dat er „geen terugkeer naar de interne markt, de douane-unie of vrijheid van verkeer van personen” zou komen. Over een Breturn wordt helemaal niet gesproken.

Een meerderheid van de Britten vindt dat ook geen prioriteit. Net zoals een meerderheid weliswaar Brexit inmiddels een vergissing vindt, maar dat vooral wijt aan een verkeerde regeringsaanpak.

De kans is bovendien groot dat Starmer en zijn Labour-partij onder druk van een slechte uitslag bij lokale verkiezingen in mei van toon veranderen. Reform, de rechts-radicale partij van Nigel Farage, een van de grote pleitbezorgers van Brexit, is aan een opmars bezig. Als die doorzet bij Lagerhuisverkiezingen kan de honderd jaar durende dominantie van Labour en de Conservatieven worden doorbroken, en zou Farage de spil in een volgende regering kunnen worden. Dan zal er van een nauwere samenwerking helaas helemaal geen sprake zijn.

De les van 1973, toen de Britten toetraden tot de Europese Economische Gemeenschap, is ook dat een afgedwongen liefde nooit een ware liefde zal worden. Toen kozen ze voor Europa door economische problemen en verwarring over de eigen rol na het uiteenvallen van het Britse Rijk.

Nu zijn het de verslechterde verhoudingen met de VS en hun onvoorspelbare president – die zich weinig aantrekt van de door de Britten geroemde „special relationship” met de voormalige kolonie – en een magere economische groei die hen deze kant op doen kijken. Zoals onderzoeker Joël Reland in NRC zei: „Zonder dat er duidelijke strategie achter zit, praten Labour-ministers ineens over de voordelen van toegang tot de interne markt of de douane-unie.”

„We are with Europe, not of it”, zei Winston Churchill in 1946. Samenwerking van de rest van Europa werd toegejuicht, zolang de Britten maar soeverein konden blijven. Die ambivalentie tekent de Britse grondhouding.

De Europese Unie moet het Verenigd Koninkrijk wel blijven koesteren, het maken van pragmatische afspraken kan – en moet –met een naaste buur. Het zou onverstandig zijn om echter al te veel te lezen in de huidige ontdooiing.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Source: NRC

Previous

Next