De vooraanstaande Britse politicus Peter Mandelson heeft vertrouwelijke staatsinformatie doorgespeeld aan zedendelinquent Jeffrey Epstein. Dat blijkt uit de nieuwe reeks Epstein-documenten die zijn vrijgegeven. Oppositiepartijen hebben aangifte gedaan.
is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant.
Het contact gaat volgens The Times terug naar 2010. In mei van dat jaar stuurde Mandelson, zo schrijft de krant, als minister van Economische Zaken een bericht naar de steenrijke investeerder Epstein, met de mededeling dat er een Europees noodfonds van 500 miljard dollar op komst was om de stabiliteit van de euro te waarborgen. De reddingsoperatie, bedoeld om de Griekse crisis het hoofd te bieden, werd een dag later pas officieel bekendgemaakt.
Voormalig premier Gordon Brown eiste maandag een onderzoek naar de handelwijze van Mandelson. Het lekken van de voorkennis over de eurocrisis gebeurde in de laatste dagen van zijn premierschap. Labour had enkele dagen eerder de parlementsverkiezingen verloren.
Brown: ‘Ik heb de kabinetssecretaris gevraagd om onderzoek te doen naar het lekken van vertrouwelijke en marktgevoelige informatie door het toenmalige ministerie van Economische Zaken tijdens de wereldwijde financiële crisis.’ Oppositiepartijen Reform UK en de Schotse SNP hebben reeds aangifte gedaan bij de politie. Mandelson heeft niet gereageerd op deze onthullingen.
De 72-jarige Mandelson, die als Lord Mandelson in het Hogerhuis zit, heeft zijn lidmaatschap van Labour maandag opgezegd. Hij wilde voorkomen dat de jongste Epstein-onthullingen de regeringspartij verder beschadigen.
Zijn banden met de Labour gaan ver terug. In de jaren negentig was Mandelson, kleinzoon van een belangrijke Labour-minister, de architect van Tony Blairs New Labour. In de Blair- en Brown-jaren vervulde hij drie verschillende ministersposten. Hij was ook eurocommissaris.
Twee keer werd hij als minister ontslagen wegens schandalen. Afgelopen najaar moest hij ook vertrekken als de Britse ambassadeur in Washington. Ook dat laatste ontslag was vanwege zijn vriendschap met Epstein, die inmiddels was veroordeeld voor ernstige zedendelicten. Indertijd was uit het Epstein-dossier gebleken dat Mandelson emails aan Epstein had gestuurd, waarin werd gesuggereerd dat diens veroordeling in 2008 voor het ronselen van minderjarige meisjes voor prostitutie onterecht was.
Uit de voor het weekend vrijgegeven Epstein-documenten is inmiddels gebleken dat Epstein in 2003 en 2004 in totaal 75 duizend euro aan Mandelson betaalde, verdeeld over drie transacties. Mandelson zei daar geen herinneringen aan te hebben. Tevens dook er een foto op van Mandelson die in zijn onderbroek naast een onbekende, in badjas geklede vrouw, in Epsteins villa staat.
Hoewel Mandelson zijn partijlidmaatschap heeft opgezegd, klinkt nu de roep om hem zijn titel ‘Lord’ te ontnemen. Daarmee zou de ondergang van dit politieke zwaargewicht compleet zijn.
Voor premier Keir Starmer, die Mandelson tot Amerikaans ambassadeur had benoemd om de banden met president Donald Trump aan te halen, is deze affaire schadelijk. Via zijn woordvoerder maakte Starmer duidelijk dat Mandelson geen lid van het The House of Lords zou moeten zijn en de titel niet meer zou moeten voeren. De premier heeft echter niet de macht om deze adellijke titel af te nemen: dat moet via een speciale wet.
Mandelson is niet de eerste vooraanstaande Brit die door de Epstein-affaire in de problemen is gekomen. Eerder heeft prins Andrew onder druk van de koning al zijn titels opgegeven vanwege zijn vriendschap met Epstein, die in 2019 dood in zijn cel werd aangetroffen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant