Chloe Dalton Ze schreef een bestseller over een haasje dat ze ontdekte bij haar Noord-Engelse buitenhuis. De zorg voor het dier zette haar leven op zijn kop. „Misschien ben ik net als een haas in mijn leven ook wel gecamoufleerd geweest.”
Chloe Dalton
In de middenberm van een onverhard pad langs een maïsakker op het Engelse platteland zag Chloe Dalton een jong haasje zitten, een pulsterling, zo klein dat het in haar hand zou passen. Niet dat ze het zou oppakken, natuurlijk; ze wilde niet ingrijpen in de natuur. Maar toen ze vier uur later terugliep naar de verbouwde schuur die haar buitenhuis was, zat het diertje er nog steeds. Op datzelfde pad, waar ook auto’s reden, waar buizerds overheen vlogen, waar vossen langskwamen. Waarschijnlijk was het opgejaagd door de hond die Dalton eerder had gehoord.
Ze nam het haasje toch maar mee naar huis en tegen alle verwachtingen in lukte het haar om het groot te brengen. Tam werd het dier niet, wel bleef de haas zich veilig voelen bij Dalton: ze kreeg zelfs jongen in Daltons werkkamer. Het prachtige boek Raising Hare (Een haas in huis) dat Dalton over het dier schreef, poëtisch en ontroerend vanaf de eerste bladzijde, werd een groot succes. Maar het was het contact met de naamloze haas, met een wild dier in huis, dat Daltons leven veranderde.
Onlangs was Dalton (46) in Amsterdam – voor het eerst, vertelde ze. „Ik ging altijd meteen door naar Den Haag.” Meer dan tien jaar werkte ze als politiek adviseur en speechschrijver voor Britse toppolitici, met buitenlands beleid als specialisme. Je kunt je haar goed voorstellen achter de schermen in die politieke arena, met haar vriendelijke, bescheiden uitstraling en de glinsterende ogen van iemand op een missie. „Ik doe ook nog steeds het werk wat ik deed”, vertelt ze. „Alleen minder, omdat ik minder tijd heb.”
Chloe Dalton: Een haas in huis. (Raising Hare) Vert. Nico Groen. Prometheus, 304 blz. € 23,99
Ze werkt onder meer aan een tweede boek, Pet. „Dat begint waar dit boek eindigt. Sinds de publicatie van Raising Hare, ruim een jaar geleden, is de haas verdwenen. Dus ik moet aannemen dat ze haar laatste race gelopen heeft, hoewel ik de hoop nog niet helemaal opgegeven heb dat ze misschien weer verschijnt. Maar ik zat met de vraag: wat is de volgende stap, nu ik mijn liefde en belangstelling voor dieren heb ontdekt? Het zou misschien logisch zijn om een huisdier te nemen.
„Alleen wist ik bij de haas direct dat ze geen huisdier was, maar een wild dier. Dat zette me aan het denken: waarom vond ik het ongemakkelijk toen mijn vrienden en familie dachten dat ik de haas een naam zou geven en in een kooi zou houden? Waarom verzetten sommige dieren zich tegen domesticatie? Wat betekent het om gedomesticeerd te zijn? Daar schrijf ik nu over.”
„Ik denk dat je gelijk hebt… Daar heb ik niet bij stilgestaan. Ik ben denk ik heel ingetogen, als persoon en als schrijver. Ik vind dat je iets wel diep moet voelen als je erover schrijft, maar wanneer je de woorden op de pagina zet, moet je iets van die gevoelens achterhouden zodat er ruimte is voor de lezer. Zelf wil ik als lezer ook niet dat alles voor me uitgespeld wordt. Ik ben vaak geïnteresseerder in wat onuitgesproken blijft dan in wat er gezegd wordt.
„Daar komt bij: hazen hebben geen stembanden. Ze kunnen niet spinnen of blaffen of grommen zoals andere dieren. Dus er hangt een intense stilte om de haas heen en terughoudend over haar schrijven voelde in overeenstemming daarmee. Het moest ook het verhaal van de haas worden, niet dat van mij. Maar ik wil je best vertellen dat ik van de haas hou. Ik hou van alle hazen.”
„Nou, ik kwam op een gegeven moment tot het schokkende besef dat ik een beetje als een haas geleefd had – en dat er een haas voor nodig was om me daarop te wijzen. In mijn werk als politiek adviseur moet ik vooral goed naar anderen luisteren. Ik moet schrijven met hun doelen en hun stem in gedachten, en zelf verdwijnen. Tijdens het schrijven van dit boek dacht ik ineens: hazen overleven door camouflage en misschien ben ik in mijn leven ook wel gecamoufleerd geweest. De ironie dat dit totaal stille dier mij heeft geholpen mijn eigen stem te vinden is voor mij persoonlijk heel ontroerend en ik ben er heel dankbaar voor.”
„Toen de haas twee jaar oud was, beviel ze in mijn huis van twee pulsterlingen. Het was al verbijsterend dat ze steeds naar mijn huis terugkwam, maar dat ze ervoor koos om in mijn werkkamer het kwetsbaarste te doen wat een haas in de loop van haar leven doet… Het gordijn waarachter ze beviel was nog geen meter van waar ik altijd zat te werken. Daarna legde ze één haasje in de boekenkast en één onder de radiator. Ze liet ze vier of vijf weken lang, tot ze gespeend waren, bij mij achter. De pulsterlingen deden wat ze in het wild ook doen: doodstil zitten en wachten tot hun moeder hen kwam zogen. En ik deed net alsof ik ze niet zag. Toen ze wat groter waren, gingen ze het huis verkennen.
„Sorry, dit is een lang antwoord, maar het punt is: ik vond het zo’n prachtige ervaring dat ik die met mensen wilde delen. Daarvoor had ik nooit gedacht dat ik een boek zou schrijven.”
„Ja, maar ik schreef voor anderen, voor mensen met heel belangrijke banen. Ik vond het fijn om hen te helpen bij wat ze te zeggen hadden. Ik dacht niet dat ik zelf iets te zeggen had. Maar op een dag had ik een werkvergadering met een literair agent en na afloop zei ik: ik zou je wel een keer willen vertellen over iets wat ik meemaak. Ze antwoordde: vertel het me nu maar. En toen ik haar vertelde dat ik met een wilde haas samenwoonde, zei ze: daar moet je een boek over schrijven.”
„Absoluut. Ik heb om die reden erg geaarzeld om het boek te schrijven en ik maak me er nog steeds zorgen over. Ik ben er redelijk van overtuigd dat dit haasje door een hond was opgejaagd en dat het zich in een ongebruikelijk kwetsbare positie bevond. Mocht je zelf ooit ergens een jong haasje zien liggen, laat het dan alsjeblieft met rust. De moeders verstoppen hun jongen na de geboorte apart van elkaar om te voorkomen dat één roofdier het hele nest grijpt. Pulsterlingen zitten soms wel twaalf uur bij daglicht te wachten tot hun moeder hen komt zogen. Ik zou niet nog eens een haasje meenemen. Gelukkig denk ik dat mijn lezers ook mensen zijn die wilde dieren respecteren.”
„Mijn vader, nu met pensioen, was diplomaat. Toen ik vier was ging ik met mijn ouders, mijn zus en twee broers, in Oman wonen; daarna hebben we in Libië, in Jeruzalem, op de Westelijke Jordaanoever, en in Iran gewoond. Ik had het grote geluk om al jong in aanraking te komen met buitenlandse culturen, maar ik vond het ook schokkend. Ik ontmoette mensen van mijn leeftijd en zag dat ze precies waren zoals ik, maar dat zij een heel moeilijk leven hadden. Dus had ik al vroeg het bizarre besef dat veel van je leven bepaald wordt door waar en wanneer je toevallig geboren wordt.
„Ik heb Engelse literatuur gestudeerd, mijn grote liefde op school, maar ik hoopte altijd dat ik in buitenlands beleid zou gaan werken. De haas heeft mij in feite de ogen geopend: ik dacht dat buitenlands beleid, oorlog en terrorisme mijn terrein waren, en natuurbescherming en klimaat niet. Maar het komt nu allemaal samen.”
„Ja. Engeland en Wales hebben bijna als enige in Europa geen gesloten jachtseizoen voor hazen. Je mag ze ook bejagen als ze jongen hebben; dat mag bij geen enkele andere wildsoort. Ik wil die wet veranderen. In het Britse parlementsgebouw heb ik een tentoonstelling georganiseerd met prachtige foto’s van hazen door natuurfotografen, met de boodschap: kunnen we alsjeblieft meer doen om deze dieren te beschermen? Onder anderen David Hare kwam spreken.” De Oscar-genomineerde toneel- en filmschrijver wiens naam haas is, in het Engels, en die de hazenjacht barbaars vindt. „Ik probeer mensen samen te brengen om de situatie voor hazen te verbeteren en daarmee ook voor andere natuur.”
„Weet je, in het begin moest ik de haas melk geven en in leven houden, maar zodra ze gespeend was, had ze niemand meer nodig. Ze had haar vacht, haar instinct, ze kon rennen en paren en jongen grootbrengen en alles doen wat ze moest doen. Ze kwam niet terug in huis voor eten, maar omdat ze gewoon zin had om er te slapen. Ik was eerst bang dat ik haar gedomesticeerd zou hebben, maar gelukkig was ze een waarlijk wilde haas gebleven die op wonderbaarlijke wijze mijn aanwezigheid tolereerde.
„Maar zelf ben ik aanzienlijk veranderd, en nog steeds aan het veranderen. Ik besefte niet dat ik andere dingen kon gaan doen in mijn leven, dat ik andere gevoelens op de voorgrond kon laten treden. Ik ben echt getransformeerd. Daar ben ik heel dankbaar voor, terwijl ik niet van plan was om mijn leven te veranderen. Ik was niet stiekem ontevreden, ik hield van mijn werk. Ik was waarschijnlijk wel opgebrand zoals de meeste mensen, maar als je me daarnaar gevraagd had zou ik dat totaal ontkend hebben.”
„Dat was emotioneel niet hetzelfde geweest. Ik denk dat er een fundamenteel verschil is tussen roofdieren en prooidieren. Er is iets heel ontroerends aan een haas die overleeft in een wereld waar ze bejaagd wordt door alles met klauwen en tanden. Hazen hebben een moeilijk leven, maar ze leven het met een prachtige elegantie. De haas gedroeg zich soms op een manier die pure uitbundigheid leek uit te drukken: vreugde over mooi weer, over de eigen fysieke kracht, over het vermogen om met ongelooflijke snelheid te rennen. Er komen nog steeds elke ochtend en avond jonge hazen in mijn tuin en die kunnen duidelijk heel vrolijk zijn.
„Als mijn boek een boodschap heeft, dan is het wel dat je het bestaan kunt vieren, het gevoel van schoonheid, vreugde en verwondering. En dat het nooit te laat is om de natuur te ontdekken.”
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC