Een vergelijking van de drie verkiezingsprogramma’s met het coalitieakkoord kan maar tot één conclusie leiden: de VVD drukt een zeer zwaar stempel, terwijl D66 grote offers brengt.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
De voortekenen hebben niet bedrogen. Al vóór de verkiezingen stelde VVD-leider Dilan Yesilgöz zich onwrikbaar op. Ze sloot GroenLinks-PvdA bij voorbaat uit als coalitiepartner en voerde campagne voor een ‘centrumrechts’ kabinet.
Die harde opstelling heeft resultaat opgeleverd aan de formatietafel. Een thematische vergelijking tussen de drie partijprogramma’s en het coalitieakkoord maakt duidelijk dat D66-premier Rob Jetten leiding gaat geven aan een kabinet dat een groot deel van het verkiezingsprogramma van de VVD gaat uitvoeren.
Het begrip ‘hardwerkende Nederlander’ ligt Yesilgöz en andere VVD’ers in de mond bestorven. De VVD vindt dat werken moet lonen en bezuinigt liever op sociale voorzieningen en het ambtenarenapparaat dan dat de partij de belastingen verhoogt. Yesilgöz spiegelde haar kiezers dan ook voor dat ze de inkomstenbelasting zou verlagen, maar die gaat volgens het coalitieakkoord juist flink omhoog.
Dat zou dus geïnterpreteerd kunnen worden als een concessie van de VVD, ware het niet dat ook D66 en CDA hun kiezers een lagere inkomstenbelasting beloofden. Sterker: die beloofde verlaging was bij D66 en CDA groter dan bij de VVD, blijkt uit de CPB-doorrekening van de verkiezingsprogramma’s.
Aan de belastingplannen van het nieuwe kabinet valt nog iets op: de belasting op arbeid (de inkomstenbelasting) stijgt, terwijl de belasting op (ondernemers)vermogen grotendeels ongemoeid blijft. Onder andere de Studiegroep Begrotingsruimte en het Centraal Planbureau hebben al vaak geconstateerd dat het Nederlandse belastingstelsel onevenwichtig is, omdat het werknemers veel zwaarder belast dan zelfstandigen, directeur-grootaandeelhouders en vermogende particulieren.
D66 wilde daar iets aan doen. In zijn verkiezingsprogramma zegt de partij de vermogensongelijkheid te willen verkleinen. D66 wilde onder meer de erf- en schenkbelasting verhogen, net als de belasting op grote vermogens. VVD en CDA willen dat niet. Het staat niet in het coalitieakkoord.
De VVD wil de hypotheekrenteaftrek behouden. CDA en D66 willen die geleidelijk afbouwen. Dat stond ook in hun tussenakkoord, maar in het coalitieakkoord is het geschrapt. CDA en D66 wilden rekeningrijden voor automobilisten invoeren; de VVD heeft dat tegengehouden. De VVD wilde als enige van de drie een lagere benzineaccijns, en dat haalde het coalitieakkoord wél.
De versnelde verhoging van de AOW-leeftijd komt ook uit de koker van de VVD. De partij nam deze bezuinigingsmaatregel als enige van de drie coalitiepartners op in zijn verkiezingsprogramma.
Zeven jaar geleden droeg Rob Jetten fier een ‘klimaatdrammer’-trui, maar aan de formatietafel heeft hij zeker niet gedramd toen dit thema ter sprake kwam. De nieuwe coalitie doet vrijwel niets aan nationaal klimaatbeleid.
Nederland herbergt relatief veel zware industrie die fossiele brandstoffen verstookt. CDA en VVD zijn bang dat die bedrijven omvallen of vertrekken als ze moeten voldoen aan het adagium ‘de vervuiler betaalt’. Klimaatbeleid moet daarom voortaan vooral in Europees verband gevoerd worden, waarbij Nederland pas een stap zet als andere landen dat ook doen.
Het CDA rept in zijn verkiezingsprogramma van ‘beprijzen en normeren om transities mogelijk te maken’, maar stemde (met steun van de VVD) vorig jaar voor het afschaffen van zo’n beprijzingsinstrument: de nationale CO2-heffing voor de industrie. D66 was tegen het schrappen van die milieutaks, maar eenmaal geschrapt blijft ook in de komende kabinetsperiode geschrapt.
Het klimaatbeleid van het volgende kabinet bestaat voornamelijk uit het subsidiëren van bedrijven die willen vergroenen, het stimuleren van CO2-opslag in onderzeese gasvelden en het bouwen van ‘tenminste vier’ nieuwe kerncentrales. Dit zijn allemaal CDA- en VVD-plannen.
D66 voert liever klimaatbeleid door vervuilers te laten betalen, maar dat was blijkbaar onbespreekbaar voor de coalitiegenoten. Jettens partij is ook niet enthousiast over kernenergie. D66 was tot 2017 nog mordicus tegen nieuwe kerncentrales, maar is op dat punt overstag gegaan omdat de klimaatdoelen anders onhaalbaar zijn. Maar de partij wilde maximaal twee nieuwe centrales.
In zijn verkiezingsprogramma sprak D66 de ambitie uit om ‘Nederland terug op koers te brengen voor de klimaatdoelen van 2030, 2040 en 2050’. In het coalitieakkoord staat weliswaar dat ‘we met volle kracht aan het werk gaan om de klimaatdoelen te halen’, maar het magere maatregelenpakket straalt dat niet uit. De coalitie lijkt er zelf niet in te geloven: ‘Het klimaatdoel van 2030 wordt lastig, maar we houden de ambitie vast’.
Het coalitieakkoord bevat ook contraproductieve maatregelen, zoals 1 miljard euro per jaar subsidie voor bedrijven die veel (fossiele) energie verbruiken. Plus de verlenging van de verlaagde benzineaccijns. Dit komt allemaal rechtstreeks uit het verkiezingsprogramma van de VVD. Milieuorganisaties als Greenpeace, Natuur & Milieu en Milieudefensie reageerden vrijdag teleurgesteld.
Op migratie schoof D66 al vóór de verkiezingen op richting de VVD. In 2019 zei Jetten nog dat Nederland tienduizenden arbeidsmigranten uit Oost-Europa moest verwelkomen om alle openstaande vacatures te vervullen. Inmiddels ziet de partij minder maatschappelijk nut in arbeidsmigranten die in Nederland laagbetaald werk doen in kassen, slachthuizen en distributiecentra.
In juni veranderde Jetten ook van koers over asielzoekers. Net als VVD en CDA pleit D66 nu voor een strenger asielbeleid, waarbij vluchtelingen aan de buitengrenzen van Europa asiel moeten aanvragen.
Maar de Tweede Kamerfractie van D66 stemde tegen de invoering van het tweestatusstelsel en de asielnoodmaatregelenwet van voormalig PVV-minister Marjolein Faber. CDA en VVD stemden voor. Als de wetsvoorstellen de Eerste Kamer overleven, zal de coalitie beide wetten ‘onverkort’ uitvoeren, dicteert het akkoord. De VVD heeft de migratieparagraaf uit het D66-CDA-tussenakkoord ook op kleinere onderdelen naar eigen smaak aangepast.
Na anderhalf jaar stagnatie op dit dossier overheerste vrijdag de opluchting. BBB-landbouwminister Femke Wiersma deed er alles om vooral géén stikstofbeleid te hoeven voeren. De nieuwe coalitie distantieert zich van haar beleid en zegt het stikstofprobleem wél serieus aan te willen pakken.
Desondanks zetten D66, VVD en CDA Wiersma’s beleid op belangrijke punten voort. Zo keert het drietal niet terug naar de ambitieuzere beleidsdoelen van voormalig stikstofminister Christianne van der Wal (VVD). Zij wilde de stikstofuitstoot van de landbouw voor 2030 met 50 procent verlagen.
Het kabinet-Schoof verlaagde die ambitie op Wiersma’s initiatief naar 42 tot 46 procent in 2035, dus vijf jaar later. Dat uitstel en dat lagere reductiedoel zijn strijdig met het vonnis van de Haagse rechtbank in de Greenpeace-zaak van een jaar geleden. De civiele rechter droeg het kabinet toen op een flinke tand bij te zetten, op straffe van een dwangsom.
In het D66-programma staat: ‘We blijven gecommitteerd aan halvering van de stikstofuitstoot in 2030’. En: ‘De doelstellingen voor de landbouw blijven staan en worden niet verlaagd’. De nieuwe coalitie neemt de afgezwakte doelstelling van Wiersma desondanks over.
De coalitie wil ook nog steeds ‘zo snel mogelijk’ een ‘juridisch houdbare’ rekenkundige ondergrens invoeren, ofwel een drempelwaarde voor het verlenen van vergunningen voor activiteiten die stikstof uitstoten. Wiersma was hartstochtelijk voorstander van zo’n drempelwaarde, en die stond ook in de verkiezingsprogramma’s van VVD en CDA. Maar niet in dat van D66.
Dat de nieuwe coalitie 20 miljard euro uittrekt voor stikstofbeleid, betekent niet dat het ook effectief is. De coalitie lijkt hoofdzakelijk in te zetten op technische maatregelen als stalinnovaties, die in het verleden vaak ineffectief zijn gebleken. Landbouworganisatie LTO is heel enthousiast over het coalitieakkoord. De milieuorganisaties niet.
Heeft D66 dan helemaal niets binnengehaald aan de formatietafel? Zeker wel, maar echte D66-elementen in het coalitieakkoord zijn schaars. De belangrijkste is de 1,5 miljard euro voor onderwijs. D66 profileert zich sinds jaar en dag als onderwijspartij, dus dit is een belangrijk resultaat voor Jetten en Co.
Maar het is geen concessie die VVD en CDA pijn doet. Zij zouden uit zichzelf waarschijnlijk niet zoveel extra geld aan onderwijs uitgeven, gezien de grote en kostbare beleidsopgaven op de terreinen defensie, woningbouw en stikstof. Anderzijds is beknibbelen op onderwijs voor VVD en CDA ook geen beleidsdoel. Onderwijs heeft voor hen alleen minder prioriteit.
Verder wordt er de komende kabinetsperiode niet naar gas geboord onder de Waddenzee, steekt de coalitie 50 tot 75 miljoen euro per jaar in het ‘versterken van de democratische rechtsstaat’ en investeert de coalitie 50 miljoen euro in media en persvrijheid. Dat zijn relatief kleine bedragen voor D66-thema’s in een coalitieakkoord dat de rijksbegroting voor tientallen miljarden verbouwt.
Klein bier is ook het extra geld voor ontwikkelingssamenwerking. De VVD wilde fors bezuinigen op ontwikkelingshulp, dus op dit punt hebben de liberalen bakzeil gehaald. Maar in hun tussenakkoord schreven D66 en CDA dat ze terug wilden naar de Oeso-norm van 0,7 procent van het bruto nationaal inkomen (bni).
De VVD heeft slechts ingestemd met een budgetverhoging van 257 miljoen euro per jaar. Daarmee gaat het budget van 0,44 procent bni naar 0,46 procent bni. Het coalitieakkoord noemt dat ‘een stap richting de Oeso-norm’. Verder dan dit stapje wilde de VVD blijkbaar niet gaan, want daar blijft het voorlopig bij.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant