Home

Na zijn historische achtste titel is de grote vraag aan Van der Poel: ga je nog door in de cross?

Veldrijden Zoals verwacht werd Mathieu van der Poel in het Zeeuwse Hulst voor de achtste maal wereldkampioen veldrijden, een record. Op de tweede plek diende zich mogelijk een opvolger aan: zijn jonge ploeggenoot Tibor Del Grosso.

Mathieu van der Poel komt juichnd over de eindstreep bij de WK veldrijden in het Zeeuwse Hulst, zijn achtste wereldtitel.

Eén rondje. Zo lang blijven de naaste belagers van Mathieu van der Poel, landgenoot Tibor Del Grosso en de Belg Thibau Nys, in zijn buurt. Daarna begint de 31-jarige Nederlander aan zijn verwachte solo over het zestiende-eeuwse vestingwerk van het Zeeuwse Hulst, waar ruim 40.000 toeschouwers met zachte tongval de aanstaand wereldkampioen toeschreeuwen.

Tien seconden voorsprong worden een halve minuut, een halve minuut wordt 45 seconden. Met doffe klappen op de pedalen stampt Van der Poel een van de twee langere beklimmingen op, als enige renner zet hij de hele wedstrijd geen voet aan de grond op de klim langs het water. Na acht rondes komt hij met een typerend juichgebaar van voetballer Cristiano Ronaldo over de meet.

Het is de achtste titel voor Van der Poel, de vierde op rij. Vorig jaar in het Franse Liévin evenaarde hij al het record van Erik De Vlaeminck, die tussen 1966 en 1973 zeven keer wereldkampioen werd. Nu gaat hij de boeken in als eerste man met acht wereldtitels bij het veldrijden. Bij de vrouwen behaalde Marianne Vos dat aantal al op het WK in 2022, in het Amerikaanse Fayetteville.

Opgefrist en getooid in zijn nieuwe regenboogtrui staat Van der Poel even later de pers te woord. De felicitaties van koning Willem-Alexander zijn al binnen. „Dit record was het enige dat ik aan het begin van het seizoen in het hoofd had”, zegt de recordkampioen. „De wereldtitel is de reden waarom ik nog steeds aan veldrijden doe”. Toch is de vraag ook in Hulst onvermijdelijk: hoe lang gaat Mathieu van der Poel nog door in de cross?

Al langer speculeert de wielerwereld, inclusief hijzelf, over de toekomst van Van der Poel als veldrijder. Twee jaar geleden al, in het Tsjechische Tábor, twijfelde hij openlijk over het verleggen van zijn focus naar de weg. Sindsdien nam zijn dominantie in het veldrijden alleen maar toe: de afgelopen drie seizoenen won hij elke wedstrijd, op eentje na: in 2024 moest hij in Benidorm genoegen nemen met een vijfde plek.

Beste crosser ooit

Dit seizoen verliep feiloos. Alleen in Maasmechelen leek het vorig weekend even spannend te worden, maar zelfs twee lekke banden konden Van der Poel niet van de zege houden. Tot een klassieke Nederlands-Belgische tweestrijd met Wout van Aert, die hem het vorige decennium nog regelmatig versloeg, kwam het dit seizoen niet. In de glibberige sneeuwcross in Mol leek de Visma-renner begin januari aan te haken bij Van der Poel, tot hij viel en zijn enkel brak.

Aan plezier zal het niet liggen. „Ik vind veldrijden nog steeds fantastisch om te doen. Maar je moet van tijd tot tijd andere opties bekijken”, zei Van der Poel vorige week al in Hoogerheide. Het leidde tot verbazing bij onder meer rivaal Van Aert, die in de podcast Live Slow Ride Fast zei niet te kunnen geloven dat Van der Poel die suggestie liet vallen, en hem „zonder twijfel” de beste crosser ooit noemde.

In Hulst bevestigt Alpecin-Premier Tech-ploegbaas Philip Roodhooft gesprekken over een andere voorbereiding richting het wegseizoen. Over een maand begint het peloton aan de voorjaarsklassiekers, en ook daar wil Van der Poel presteren. Qua voorbereiding is dat nu nog passen en meten. De laatste seizoenen pendelt Van der Poel ‘s winters heen en weer tussen trainingsstages aan de zonnige Costa Blanca en de koude veldritten in België en Nederland, waar hij volle dagen maakt met een warming-up, de verkenning, de wedstrijd en plichtplegingen naar media en sponsoren. „De afwegingen zijn heel simpel: een jaar proberen zonder winter in het veld, ja of neen”, aldus Roodhooft.

Hinken op twee gedachten

„Het veldritseizoen is altijd mijn eerste piek van het seizoen. Fysiek, maar ook mentaal”, legt Van der Poel zijn eigen overwegingen uit. „Ik wil bij het veldrijden in topvorm zijn, rondrijden op 90 procent zou hier niet genoeg zijn. Dat is wat sommige mensen onderschatten, hoeveel arbeid daarin zit. Dat is waarom ik nadenk over andere benaderingen van het seizoen”. Aan de Costa Blanca hinkt hij nu tijdens trainingsritjes op twee gedachten, zegt hij: „De cross is een doel, maar in mijn achterhoofd heb ik ook de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Ook dat zijn wedstrijden waarin ik de komende jaren nog geschiedenis kan schrijven”. 

Een meevaller voor de toeschouwers in Hulst was het gevecht dat achter Van der Poel ontstond tussen de pas 22-jarige WK-debutant Tibor Del Grosso en de 23-jarige Thibau Nys, een nieuwe Nederlands-Vlaamse tweestrijd na Van der Poel-Van Aert. Nadat het duo de koploper had moeten laten gaan, trokken ze lang samen op.

Beurtelings namen Del Grosso en Nys het initiatief. Del Grosso had al snel door dat de Belg moeite had de lange klim op het bolwerk in één keer op te fietsen, maar moest op andere delen van het parcours weer een gaatje laten. Hij trok zo nu en dan een grimas, moest een aantal maal overeind komen, en leek een ronde voor het einde af te stevenen op een derde plek.

Maar toen begon het plots keihard te regenen in Hulst. Al snel begon de Belg weg te slippen op de steeds meer uit modder bestaande ondergrond. Del Grosso passeerde hem, sloeg een gat en gaf hem niet meer weg. Na een speelse sprong vanaf de laatste brug kwam hij saluerend als tweede over de finish. „We hebben elkaar tot het uiterste gedreven”, zei hij tevreden.

Source: NRC

Previous

Next