is economieredacteur en commentator van de Volkskrant.
DigID mag niet in Amerikaanse handen vallen: de Amerikanen hebben aangetoond niet terug te schrikken voor het misbruiken van hun macht.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Het is nog niet zo heel lang geleden, in 2023 om precies te zijn, dat de VVD-er Bart Groothuis in het Europees Parlement een voorstel torpedeerde dat bedoeld was om kritieke Europese digitale infrastructuur uit Amerikaanse handen te houden. ‘Oneigenlijke protectionistische industriepolitiek’, vond hij dat. ‘De Europese Commissie probeert Amerikaanse bedrijven buiten de Europese markt te houden, terwijl onze ondernemers van hen afhankelijk zijn voor nieuwe innovaties op het gebied van AI en big data.’
Daarin klonken de buzzwords door van de Amerikaanse techlobby, die mooi aansloten bij het hardnekkige neoliberale geloof in markt, globalisering, innovatie en zo min mogelijk regels. Jarenlang heeft deze op Amerikaanse leest geschoeide ideologie ook aan richting gegeven aan Nederland, waar achtereenvolgende kabinetten zich vrij argeloos lieten meevoeren door de gedachte dat vrijheid en vrijhandel twee kanten van dezelfde medaille zijn.
Dat dat niet zo is, is nu tot bij de VVD doorgedrongen. Groothuis maakt zich tegenwoordig hard voor een Europese cloud, bedoeld om Europa onafhankelijk te maken van de VS en ook om Europese innovaties op het gebied van AI te stimuleren. De wereld is veranderd, zei hij vorig jaar tegen Politico om de draai te verklaren.
Dat is natuurlijk niet pas onlangs gebeurd. De wereld veranderde met de massale Amerikaanse surveillance na 9/11, geformaliseerd in sectie 702 van de Foreign Intelligence Surveillance Act uit 2008, waarmee de Amerikanen zich het recht toe-eigenden om zonder tussenkomst van een rechtbank gegevens van niet-Amerikanen te kunnen doorvlooien.
Die praktijken, begonnen onder de Republikeinse president George W. Bush, overgenomen door de Democratische president Barack Obama en daarna met de Cloud Act aangevuld door Donald Trump, laten er al twintig jaar geen misverstand over bestaan: de Amerikaanse machthebbers, van welke snit ook, achten de Amerikaanse burgerrechten niet van toepassing op niet-Amerikaanse burgers.
Zeker, Joe Biden dacht Europa tegemoet te komen met een ‘onafhankelijke’ rechtbank waar Europeanen hun beklag kunnen doen over privacyschendingen. Maar een van de eerste dingen die Trump deed is de betreffende toezichthouder ontmantelen. ‘Ik kan niet garanderen dat Franse data niet in beslag worden genomen door de Amerikaanse autoriteiten’, erkende een Franse baas van Microsoft in juni.
Dat de Amerikanen niet terugdeinzen hun macht te gebruiken bleek vorig jaar, toen Karim Khan, de gesanctioneerde aanklager van het International Strafhof, werd afgesloten van Amerikaanse tech- en bankdiensten.
Dus is het hoogste tijd voor digitaal protectionisme. Frankrijk kan als voorbeeld dienen, daar werden al in 2016 criteria opgesteld voor een ‘cloud de confiance’, die persoonsgegevens in eigen hand houdt. Gebruik van Microsoft en Google in het onderwijs werd verboden. Vorige week werd gebruik van digitale videovergaderinstrumenten als Zoom door ambtenaren verboden. De Fransen steken veel geld de ontwikkeling van alternatieven. Ook Denemarken heeft aangekondigd zich los te maken van Microsoft.
In Nederland spitst deze veel bredere discussie zich nu toe op DigiD, dat burgers toegang biedt tot belangrijke overheidsdiensten. De uitbater daarvan, Solvinity, dat tevens het berichtenverkeer van het ministerie van Justitie langs ziet komen, dreigt te worden overgenomen door het Amerikaanse Kyndryl. Er zijn twee wettelijke mogelijkheden om dat tegen te houden. Wie daar nu nog steeds geen gebruik van durft te maken, mag later ook niet klagen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant