Home

In de fjordnederzetting Kapisillit is goed te zien hoe het oude, traditionele Groenland verdwijnt

Mede door de internationale ontwikkelingen verhuizen steeds meer Groenlanders naar de stad. Ook het fjorddorp Kapisillit loopt leeg. Het plaatst Groenland voor een moeilijke vraag. Moet het zijn steun aan zulke afgelegen nederzettingen opgeven, en daarmee ook de eeuwenoude jagers- en visserscultuur?

is correspondent in Scandinavië en Finland van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.

De school is uit en de in skipak gestoken kinderen van het Groenlandse fjorddorp Kapisillit klimmen op een geparkeerde quad. William (8), een vrolijke jongen die nogal groot is voor zijn leeftijd, zit achter het stuur en doet alsof hij zijn broertje Maleraq (7) en klasgenoot Viola (7) ergens naartoe rijdt.

‘Het is een goede jongen’, zegt de Deense lerares Vanilla Riis Mathiassen, kijkend naar haar oudste leerling. ‘Ik weet dat hij opgewonden is over de verhuizing. Maar hij is ook verdrietig, omdat hij weet dat hij rust nodig heeft en die zal hij in zijn nieuwe woonplaats niet krijgen.’

Het klinkt alsof ze zelf verdrietig is, en dat is niet zo gek. Haar drie leerlingen gaan binnenkort verhuizen en dat betekent dat de school in Kapisillit, een afgelegen dorp op 75 kilometer varen van de Groenlandse hoofdstad Nuuk, gaat sluiten. William en Maleraq gaan overmorgen al. Ze verhuizen naar de stad Ilulissat, waar hun moeder een nieuwe baan heeft. Viola, wier vader de dorpswinkel runt, verhuist in april naar Denemarken.

Kennis van de natuur

Het schooltje bestaat uit het klaslokaal, een boekenkamer en een gymzaaltje met yogamatten en een klimrekje. Aan de wand van het klaslokaal hangen drie grote zelfportretten van de kinderen als superheld. Grote posters vertellen over de soorten walvissen in de Groenlandse wateren en welke planten, paddenstoelen en kruiden er voorkomen.

‘De kinderen zitten niet op het niveau dat bij hun leeftijd past, omdat ze te weinig naar school zijn geweest’, zegt Mathiassen, die al dertien jaar lesgeeft op verschillende plekken in Groenland. ‘Dat heeft niks met hun capaciteiten te maken, maar hun ouders hebben andere prioriteiten. Hun kennis van de natuur is heel groot. Ze zien dingen die ik niet zie en kunnen zo het nest van een witte adelaar aanwijzen.’

Het gehucht met 37 inwoners ligt op een rotsheuvel diep in de fjord, omringd door water en besneeuwde bergtoppen. Een keer per week meert hier de veerboot aan uit Nuuk. Een smalle weg, voor de quads en de sneeuwscooters, slingert langs de houten huisjes naar de kerk op de heuveltop. Kapisillit, ‘de plek met zalm’, ontleent zijn naam aan een rivier verderop, de enige plek in Groenland waar zalm voorkomt. Vlakbij begint de Groenlandse ijskap, waar het ijs met een donderend geraas in het water stort.

Overal is te zien dat dit een jagersgemeenschap is. Het dorp is bezaaid met geweien en naast een voordeur hangt een rendierkarkas. Twee huizen verder bungelen vissen als was aan de lijn.

Maar hoelang nog? Dorpen als Kapisillit lopen snel leeg, omdat steeds meer Groenlanders naar de stad verhuizen, op zoek naar werk of onderwijs. Deze urbanisatiegolf lijkt onvermijdelijk, zeker nu Groenland streeft naar meer economische groei om onafhankelijker te worden van Denemarken. Nu nog betaalt Kopenhagen jaarlijks de helft van de begroting. Om dat te veranderen moet de Groenlandse overheid minder uitgeven en nieuwe inkomstenbronnen aanboren, zoals toerisme en mijnbouw. Nu de Verenigde Staten, maar ook de Europese Unie, hun ogen op Groenland hebben gericht, lijkt verdere modernisering van de economie een kwestie van tijd.

Het plaatst de Groenlanders voor een moeilijke, gevoelige vraag. Moet het zijn steun aan deze nederzettingen opgeven, en daarmee ook de eeuwenoude jagers- en visserscultuur?

Levensader

Het is halverwege de middag in Kapisillit en dorpelingen snellen naar de winkel om voor sluitingstijd nog wat te halen bij de vader van Viola. Zijn winkel met levensmiddelen, vers brood en een klein assortiment kleren is de levensader van het dorp. De winkel is onderdeel van staatsbedrijf Pilersuisoq, dat ervoor moet zorgen dat zelfs in de meest afgelegen plekken op Groenland boodschappen kunnen worden gedaan. Het bedrijf heeft 64 vestigingen verspreid over de kust.

Viola’s vader levert in april zijn contract in, waarna er een opvolger naar Kapisillit wordt gestuurd. ‘Het is eenzaam hier’, zegt hij op de vraag waarom hij gaat verhuizen. Wat hij in Denemarken gaat doen, weet hij nog niet.

Buiten stopt gemeenteambtenaar Heidi Nolsø een net gekochte zak chips in haar tas en gaat op haar quad zitten. In de verte sleeën de kinderen op matten van de berg af. ‘Dat is gevaarlijk’, moppert ze.

Het collectief gaat voor

Het is hard werken in Kapisillit en de omstandigheden zijn primitief, zegt Nolsø. Voor water moeten de bewoners naar een blauw pomphuisje. De huizen worden verwarmd met stookolie en er is geen riolering. Bewoners vangen ontlasting op in blauwe zakken, die ze aan de weg zetten. Een man op een shovel haalt ze op en leegt ze in de fjord.

Nolsø stopt bij een geel huisje aan het water. Hier maakt naaister Kristiane Josefsen wanten van zeehondenhuid. Die worden verkocht aan toeristen, die vooral in de zomer het dorp weten te vinden. Winstgevend is het niet. ‘De gemeente betaalt haar om dit werk te doen’, vertelt Nolsø.

Daar blijft het niet bij. De basisschool heeft vier medewerkers, die ook op de loonlijst van de gemeente staan. Dat geldt ook voor de man die het vuilnis ophaalt en twee medewerkers van het kinderdagverblijf, waar momenteel twee kinderen naartoe gaan. Behoudens de twee nog actieve vissers zijn vrijwel alle werkenden in het dorp in dienst van de staat.

Deze verkapte overheidssteun die het dorp overeind houdt, past in een Groenlandse traditie waarin het collectief voorgaat. Zo kan je op Groenland wel huizen bouwen maar geen grond bezitten, vanuit de gedachte dat de bevolking collectief eigenaar is – een idee waarvan de Amerikaanse president Donald Trump zou gruwelen.

Het is ook een reactie op gedwongen verhuizingen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Toen dwongen de Denen Groenlanders naar de stad te verhuizen omdat daar vraag naar arbeid was. Een voorbeeld is mijndorp Qullissat, waar de 1.400 inwoners in 1972 verplicht moesten verhuizen toen de mijn was opgebruikt. Of neem de bewoners van Uummannaq, die in 1953 een paar dagen de tijd kregen om hun spullen te pakken vanwege de bouw van een Amerikaanse basis. Nolsø: ‘Het heeft grote psychologische effecten op ons gehad.’

Achter haar zwaaien de kinderen nog eens naar het bezoek. ‘Ze zullen het morgen de hele dag over jullie hebben’, zegt Nolsø.

Hulppredikant

Verder de gladde berg op zit de 74-jarige Kaaleeraq Ringsted met een thermoskan koffie voor het raam. Hij kijkt naar de fjord, waar de zon net nog hoog genoeg komt om het water te beschijnen. Aan de muur hangen familiefoto’s en een klok met een afbeelding van het Laatste Avondmaal. Zijn vriezer in de hal zit vol met rendiervlees.

De gedrongen Groenlander met grote handen is hier de hulppredikant. De echte dominee zit in Nuuk en bezoekt Kapisillit drie keer per jaar. Het is Ringsted die op zondag de kerkdienst leidt in de rode houten kerk. Het komt voor dat juf Vanilla de enige bezoeker is. Samen zingen ze dan a capella de psalmen.

Eerder werkte Ringsted als schilder en daarvoor als jager en visser, zoals bijna alle mannen uit het dorp. Ze visten op kabeljauw, heilbot en zalm. Volgens Ringsted begon de neergang van het dorp in 1986, met de sluiting van de visverwerkingsfabriek. Daardoor verloren de inwoners hun afzetmarkt. ‘Daarvoor liep het dorp als een trein’, zegt hij.

Ringsted heeft twee kinderen, die ook zijn vertrokken. ‘De jonge generatie woont liever in Nuuk en daar heb ik nou eenmaal niks over te zeggen’, zegt hij daarover. Maar zelf wil hij niet. ‘In Nuuk is het moeilijk om een woning te vinden. Er zijn lange wachtlijsten. Bovendien heb ik het hier goed. Dit huis is nog door mijn vader gebouwd. Het is rustig, het uitzicht is prachtig. Meer heb ik niet nodig.’

Het andere Groenland

Het andere Groenland is goed te zien vanaf de boot die in het zachtroze licht terugvaart. Nuuk, met twintigduizend inwoners de woonplaats van bijna de helft van de bevolking, staat vol hijskranen. In de haven is het een komen en gaan van vissersschepen. De nieuwe internationale luchthaven, in 2024 geopend, geeft een fel licht af.

Door de groei is er een schreeuwend tekort aan arbeidskrachten. Veel hotels, cafés en vissersboten worden bemand door werkmigranten uit de Filipijnen en Thailand. Immigranten maken nu al 4,5 procent uit van de bevolking en de regering heeft aangekondigd nog zeker duizend extra krachten nodig te hebben.

Veel Groenlanders vinden ook werk in Nuuk, maar er is ook een grote groep die buiten de boot valt. Dat ze geen aansluiting vinden komt soms door een onderwijsachterstand – ruim de helft van de bevolking heeft de middelbare school niet afgemaakt – maar het komt ook door de vele sociale misstanden. Op Groenland komt relatief veel seksueel misbruik, alcoholverslaving en mishandeling voor.

Gedwongen ontworteling

‘We zijn de snelst ontwikkelde samenleving in de geschiedenis’, zegt Ittu Lilliendahl, een 35-jarige ondernemer, wiens opa nog opgroeide in een tent van huiden. De Denen dwongen de Groenlanders tot assimilatie en modernisering en doorbraken daarmee een eeuwenoude cultuur. ‘Het zorgde voor verwarring. We moesten iets zijn wat we niet waren. Dat heeft veel mensen gebroken en depressief gemaakt.’

Het trauma van de gedwongen ontworteling wordt gezien als een van de redenen waarom depressie hier veel voorkomt en waarom Groenland een van de hoogste zelfdodingscijfers van de wereld kent. ‘Ik heb zestien vrienden die zelfmoord hebben gepleegd, inclusief mijn beste vriend, die ik kende vanaf mijn 10de’, zegt Lilliendahl. ‘Ze worstelden allemaal met hun plek in het leven. Ik heb dat zelf ook wel gehad, maar ik heb uiteindelijk mijn weg gevonden.’

Het laat zien waarom het loslaten van de nederzettingen zo’n beladen onderwerp is. Toen de Groenlandse politicus Aaja Chemnitz Larsen in 2020 voorstelde om minder geld uit te geven aan ‘niet-levensvatbare’ dorpen, kreeg ze een storm van kritiek te verduren. Haar opmerkingen zouden ‘respectloos’ en ‘vernederend’ zijn.

Niet bang voor verandering

‘Als je als politicus niet wilt worden herkozen, moet je dit onderwerp ter sprake brengen’, zegt Thomas Ravnshøj-Davidsen. Hij staat voor zijn stand op een banenmarkt voor scholieren in een sporthal in Nuuk. De ingenieur werkt voor staatsbedrijf NunaGreen, dat werkt aan een tweede waterkrachtcentrale dat het groeiende Nuuk van stroom moet voorzien.

Eerder werkte hij voor telecombedrijf Tusass, ook een staatsonderneming, dat de afgelegen nederzettingen internet biedt door een netwerk van 48 radiostations op bergtoppen. De stations werken op diesel en moeten elk jaar worden bijgetankt met helikopters – een kostbare onderneming.

Volgen Ravnshøj-Davidsen is de steun voor de nederzettingen niet langer houdbaar, al was het maar vanwege demografische problemen waarmee Groenland kampt: vergrijzing, een dalend geboortecijfer en de vlucht naar Denemarken, waar al zeventienduizend Groenlanders wonen. Krimp van de overheid is onontkoombaar, denkt hij. ‘We moeten wat dapperder zijn en wat minder communistisch.’

Zonder de nederzettingen gaat natuurlijk iets verloren, zegt Ravnshøj-Davidsen. Er zullen minder Groenlanders leven van de jacht, maar dat betekent niet dat die volledig verdwijnt, aldus de ingenieur. Het wordt meer een hobby. ‘We moeten niet zo bang zijn voor verandering.’ De hoop is dat die verandering ook goed uitpakt voor William, Maleraq en Viola.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next