Home

Met een goede analyse van economische macht heb je nog geen beter beleid (2/2)

is econoom en publicist.

Hoe weerbaar is Nederland? Sandor Gaastra, de hoogste ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken (EZ) stelt de vraag in zijn traditionele nieuwjaarsartikel in het economenblad ESB. Vorige week keken we naar zijn analyse van ‘geo-economische macht’; vandaag kijken we naar de implicaties voor het beleid voor Nederland.

China en de Verenigde Staten zijn de landen met grote economische macht. Europa beschikt over weinig zogenoemde ‘control points’. Dit zijn goederen of diensten van cruciaal economisch én maatschappelijk belang waarin een land mondiale marktmacht heeft. Het beste Nederlandse voorbeeld zijn de chipmachines van ASML, waar dan ook geregeld gelazer over is met de Amerikanen en de Chinezen.

‘Om onze weerbaarheid te bestendigen’, schrijft Gaastra, moet Nederland nieuwe beleidsafwegingen maken. Hij noemt drie terreinen: handel, Europa, technologiebeleid.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl

Gaastra bepleit het sluiten van nieuwe handelsakkoorden met opkomende economieën uit het mondiale Zuiden. Spreid je winstkansen; verminder je afhankelijkheid van een klein aantal handelspartners. Dit is evident een goed idee. Het handelsverdrag dat Europa deze week (eindelijk) sloot met India is daarom zeer welkom.

Op het geopolitieke wereldtoneel is Europa de relevante speler, niet Nederland (alleen). ‘We moeten daarom bereid zijn nationale middelen en competenties in te ruilen voor collectieve slagkracht om de EU én Nederland weerbaar te maken’, aldus Gaastra. Akkoord. Europa heeft meer geld nodig, waar Nederland een aandeel in te leveren heeft, en de Europese markt wacht nog op voltooiing.

Drie: offensief technologiebeleid. Gaastra wil in Nederland ‘control points’ verwerven. Hij erkent dat het voorspellen van toekomstige ‘control points’ ingewikkeld is en het risico in zich draagt op overheidsfalen. Maar, zegt hij, ‘de waarde van meer economische macht weegt in bepaalde gevallen op tegen de risico’s van overheidsfalen’. Hier fronste ik mijn wenkbrauwen. Want wat bedoelt hij nou eigenlijk?

Gaastra legt uit dat hij wil dat Nederland ‘binnen een strategisch kader’, ‘op basis van sterktes én schaarstes’, ‘onmisbare capaciteiten gaat opbouwen’. De overheid zou geen steun moeten bieden aan hele sectoren; evenmin aan een enkel bedrijf, maar wel geld moeten steken in het ‘versterken van relevante ecosystemen’. Het zijn mooie woorden, maar ze laten zich net zo makkelijk beetpakken als een paling in een emmer snot. Welk ‘ecosysteem’ steun krijgt? Welke niet? Ik durf het op basis van deze woorden niet te zeggen. Bovendien: zou het niet logischer zijn, áls dit al zou moeten, om dit Europees aan te pakken?

Tegelijkertijd laat Gaastra een evident relevante beleidsvraagstuk (nagenoeg) onbesproken. Namelijk: kunnen de ‘control points’ van de grote twee landen ongedaan worden gemaakt? Zeldzame aardmetalen onder controle van China? Kan Europa dan niet eenvoudigweg de mijnbouw bevorderen, in Europa zelf en in andere bevriende (handels)landen? Amerikaanse zoekmachines, beveiligde omgevingen, dataopslag en andere software? De Europese schaal is toch zeker groot genoeg om dergelijke diensten hier te kunnen produceren?

Frankrijk gaf deze week het goede voorbeeld door ambtenaren te verbieden te beeldbellen met Amerikaanse software en hen te verplichten in plaats daarvan het zelfontwikkelde Visio te gebruiken. Dit soort acties lijkt me een stuk concreter dan overheidsgeld stoppen in een ‘ecosysteem’ in de hoop op het vinden van een nieuw ‘control point’ – toch een speld in een hooiberg.

Gaastra zegt hier niet meer over dan dat ‘het afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden nodig is’. Dat klopt, en het maatschappelijk rendement op de euro’s die de overheid hierin investeert, moet afgezet worden tegen het rendement op investeringen in een ecosysteem. Ik weet wel waarin ik m’n geld liever zou investeren.

Gaastra’s mooie analyse van economische macht, kortom, vraagt betere beleidsuitwerking.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next