Straatintimidatie Zo populair als fatbikes zijn bij de eigenaars, zoveel ergernis wekken ze bij andere weggebruikers. NRC-redacteur Laura Bergshoef had er genoeg van zich geïntimideerd te voelen.
Zoef. Triiiinng. Het maakt niet uit waar ik fiets, op mijn helft van het fietspad, op die van de tegenliggers, iedereen gaat voor mij aan de kant. Met mijn duim druk ik op het plusknopje links op het stuur van mijn roze fatbike. Nu ga ik nog sneller. Zonder harder te hoeven trappen.
De chaotische avondspits is net begonnen en ik race langs grachten en over drukke, smalle fietspaden in winkelstraten. Het licht is snel aan het afnemen nu de zon ondergaat. Tegenliggers op hun normale fietsjes staren mij aan. Vrouw van dertig, in een volwassen beige trui en wijde millennial spijkerbroek – hoort niet op een fatbike, zullen ze misschien denken. De stereotiepe fatbike-rijder is toch een scheldende puber (m/v) met een petje en een joggingbroek, al dan niet vapend?
Boeien. Zonder enige moeite sjees ik een steile brug over – en dat met tegenwind. Zij niet. Haha.
Ook weer niet zo vreemd dat die tegenliggers mij aanstaren. Ik ken de walging voor fatbikes. Ik deel die. Bestuurders ervan lijken zich bovengemiddeld vaak niet aan de verkeersregels te houden. Ze gaan veel te hard, gedragen zich alsof het fietspad van hen is. De fietsjes zijn net te laag waardoor hun knieën naar de zijkant uitsteken, als sprinkhaanbeentjes. Fietsenstallingen zijn veranderd in mijnenvelden, want als je fatbikes aanraakt beginnen ze te loeien. En je moet ze wel aanraken, want ze nemen gigantisch veel ruimte in beslag.
Daarbij heb ik slechte ervaringen met sommige berijders. Groepjes puberjongens op fatbikes die mij of vriendinnen uitschelden, of zolang als ze willen hinderlijk op mijn weghelft rijden. Een man op een fatbike die mij in de omgeving van Rotterdam achtervolgt en daarna in een stil hoekje zijn piemel laat zien. Fatbikers intimideren en irriteren je door over drukke speeltuinen te sjezen, je af te snijden, en fietsenstallingen uit te racen zonder te betalen. Door plots wheelies te maken voor je neus.
Soms voel ik mijn hartslag omhoog gaan als ik de dikke, snel rollende banden achter mij hoor aankomen. Mijn lichaam verstijft zelfs een beetje – een milde variant van de freeze, een oeroude fysieke reactie die dieren hebben ontwikkeld om te overleven. Het lijkt wel alsof mijn lichaam zich, bij nadering van een fatbike, opmaakt voor een gevecht. Die gevoelens zijn het sterkst in het donker en op stille plekjes, zoals het park waar ik dagelijks doorheen fiets om thuis te komen.
Straffeloze straatintimidatie, daar staat de fatbike voor. En niet alleen voor mij. „Ongrijpbaar en intimiderend: angst voor ‘fatbike-bende”, kopte NH nieuws in 2023. „In Haarlem en omgeving veroorzaakt een groep van ongeveer vijftig jongeren op fatbikes overlast door intimidatie, vernielingen en geweld.” De Gelderlander: „Politie deelt nieuws over ‘fatbike-aanrander’, minstens tien vrouwen betast.”
Met fatbikes heeft de wereld pestkoppen een wapen gegeven waarmee ze sneller en gevaarlijker zijn geworden. Nooit weet je wat je precies moet verwachten wanneer er een hard achter je aanrijdt in een donker park. Wie zegt dat het blijft bij schaamteloos rijgedrag, waar is diegene nog meer toe in staat? Op een gewone fiets sta je 0-3 achter. Op mijn gammele tweedehands fietsje ben ik een schaap tussen de wolven.
En zo werd het idee geboren. Wat als ik zelf zo’n wapen zou bezitten? Krijg ik dan mijn ruimte op straat terug, omdat het dan weer 3-3 staat?
Ik zoek uit of ik er eens een kan huren. Dat kan, voor iets minder dan 30 euro voor een hele dag.
Vanuit de verte zie ik ze al staan buiten de winkel. Met tegenzin loop ik er naartoe. Misschien is het wel heel lastig om zo’n ding in bedwang te houden. En eigenlijk schaam ik me ook een beetje, ik wil niet geassocieerd worden met asociaal rijgedrag. Heel even, maximaal vijftien minuten rondfietsen voor dit experiment, neem ik mij voor.
Maar dan. Ik kom binnen en daar staat een lichtroze fatbike, stralend verlicht door de winkellampen. Nooit eerder heb ik dit gezien. De stang is laag, zoals bij een vrouwenfiets. Hij is net nieuw binnen, zo blijkt, voor de verkoop.
Hier voel ik wel enig enthousiasme voor. Blijkbaar bevat de wereld van de fatbike, die heel ver van me af staat, toch lichte, stijlvolle elementen, in pasteltinten. Impulsief vraag ik of ik die roze niet mag, in plaats van de zwarte buiten die eigenlijk bedoeld is voor de verhuur. Het mag. Misschien helpt roze mij niet om wolf te worden tussen de wolven, bedenk ik nog, en me daardoor minder schaapachtig te voelen. Maar eigenlijk kan dat me al niet meer schelen.
De fatbike heeft verschillende standen, legt de hippe verkoper in de winkel uit. Je kan er ‘gewoon’ mee trappen, maar dat is zwaar. Druk je op het plusje, dan krijg je een beetje trapondersteuning. Als je meer ondersteuning wilt, kun je nog een keer op het plusje drukken. Tot de redelijke limiet is bereikt – deze fatbike is niet opgevoerd.
Eenmaal op het fietspad schrik ik als ik op het knopje druk en de fatbike er plots met mij vandoor gaat, in plaats van andersom. De snelheid komt in schokjes, alsof iemand je soms een extra duw geeft. Na de schrik volgt meteen opwinding. Als een kind in een zweefmolen. Spanning waardoor ik wil stoppen én blijheid waardoor ik nog harder wil.
Die opwinding verdwijnt snel, want het doseren van de snelheid is niet moeilijk. Eigenlijk is het vooral praktisch, denk ik terwijl ik met enkele drukken op de knop moeiteloos de grachtenbruggen neem. Dat mijn knieën een beetje naar buiten vallen is eigenlijk wel lekker. Handig is ook dat iemand achterop kan op het grote zwarte zadel. Ik snap wel waarom mensen dit een praktisch vervoersmiddel vinden.
Mijn roze fatbike maakt een heerlijk geluid. Het zachte gezoem wordt iets harder naarmate ik sneller ga. Een zacht sssstje, wanneer ik rem.
Wat ik verwachtte, gebeurt. Een fatbiker in een oranje bezorgoutfit wil heel voorzichtig langs mij heen. Als ik op het midden van het fietspad ga fietsen, omdat het eigenlijk te smal is om in te halen, blijft hij netjes achter mij. Ik hoef ook niet onder de indruk te zijn van een groepje jongens op de hoek van de straat. Ik ben toch sneller dan zij, zeg ik in mijn hoofd terwijl ik nog een keer op het plusje druk. Twee mannen steken door het raam van hun klusbus een duim op naar mij. Zelfs nu het donker wordt, voelt het dankzij de roze fatbike alsof ik mijn macht behoud op straat, iets wat ik niet vaak meer meemaak.
Irritant is nu vooral de stroom fileauto’s in smalle straten waar ik voorzichtig langs moet. Ik wil nog harder racen. Fatbikes zijn fantastisch! Dertien procent van de nieuw verkochte fietsen was in 2024 een fatbike. Nemen al die fatbikerijders nu echt zoveel van mijn ruimte in op straat, begin ik te denken? Of geef ik ze te veel ruimte met mijn vooroordelen?
Fatbikes blijven wat mij betreft een ramp in handen van weggebruikers met asociale bedoelingen. Maar het ritje op de roze fatbike maakt me milder. Dat het verleidelijk is om op zo’n ding een klein beetje aso te rijden merk ik nu zelf. De wolf in mij steekt de kop op. Ik ga nog even snel voorlangs, dat gaat toch gewoon goed?
Dat kwartiertje testen is al lang voorbij.
Hoeveel kost-ie als ik hem wil kopen, vraag ik bij het inleveren. 2.100 euro, zegt de man. Ik zal erover nadenken.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC