Home

Premier Jetten moet een band plakken

Voor de zoveelste keer stond ik deze week op de stoep te hannesen met bandenplakkers en bandenwippertjes. De derde platte band dit jaar, tegenover één in heel 2025. Dat kon toeval zijn, maar er was ook een verband met de kapotte wereldorde, leek me.

Na Oudjaar ligt er altijd veel glas op straat, bedacht ik terwijl ik een glassplinter uit de buitenband peuterde. Normaal komen dan de veegwagentjes, maar vanwege de sneeuw waren de vuilnisdiensten van slag, dus lagen er weken later nog scherven. Dat de vuilnisdiensten zo gauw van slag waren, had weer te maken met de bezuinigingen, hier in Rotterdam was er bijvoorbeeld recent nog 17 miljoen gekort op de stadsreiniging. De burgers moesten zelf maar met hun knijpertjes zwerfvuil rapen, was het idee.

Die bezuinigingen volgden dus keurig het neoliberale draaiboekje: de overheid deed steeds minder zelf, besteedde veel uit. De doctrine had de samenleving in de afgelopen decennia uitgehold en had sommige bedrijven machtig gemaakt. Onze bruggen brokkelden intussen af, de rechtsbijstand verschraalde en DigiD dreigde nu Amerikaans te worden. Op die uitgeholde samenleving was toen, als een schimmel op een vermolmde wilg, dat giftige populisme opgebloeid, waardoor we nu met Trump zaten en de wereldorde in scherven lag.

Quod erat demonstrandum, dacht ik, terwijl ik de binnenband in een teiltje dompelde.

Het goede nieuws was wel: als ik mijn band plakte, dan ruimde ik dus íéts op van de puinhopen van bijna vijftig jaar neoliberalisme. Dan repareerde ik de kosmos enigszins. Dat leek me zinvoller dan roepen dat het allemaal fascisten zijn, daar in de VS. Nog maar kort geleden deugden de meeste mensen, nu heette een aanzienlijk deel fascist – dat kon niet allebei waar zijn. Zelfs al waren het fascisten, juist dan moesten we de oorzaken aanpakken, niet de symptomen – dat had Mark Lievisse Adriaanse laatst helder uiteengezet in deze krant.

Je band plakken is helaas wel een rotklusje, het gaat vaak mis. Beetje als stukjes schrijven: veel gepriegel, op het einde loopt het soms alsnog leeg. En je staat soms voor lul. Er sjeesden mensen op e-scooters en leenfietsen voorbij, ze keken alsof ik op de stoep ostentatief mijn sokken stond te stoppen. 

Zelfs fietsenmakers plakken nauwelijks nog banden, leerde ik laatst van een bevlogen fietstechnicus. Hij leek een beetje beledigd toen ik om tips vroeg voor het plakken van banden. Hij had zelf drie fietsen, geen ervan met binnenband. Tubeless was het toverwoord. Op het Techniek College Rotterdam had hij de opleiding fietstechniek nieuw leven ingeblazen. Studenten leerden er een diagnose stellen met een multimeter en een laptop, ze werkten aan racefietsen van 15.000 euro vol elektronica. Zijn opleiding was booming, volkomen terecht, leek me.

Juist in zo’n hightech-tijdperk zou ieder mens een band moeten kunnen plakken, leek me ook. Die vaardigheid is het laatste bastion van onze autonomie. Als de stroom uitvalt, als de deelscooters offline zijn en AI stamelt, zullen we het verschil zien tussen mensen die kunnen lullen en mensen die dingen kunnen.

Je kunt je band ook láten plakken, zeker, of een fietsabonnement nemen. Maar zo maak je jezelf kwetsbaar – precies zoals de overheid zichzelf machteloos had gemaakt door alles uit te besteden, daar was de ellende mee begonnen.

Veel jonge Nederlanders vertrouwen nu zelfs het kraanwater niet meer, bleek deze week. Drinkwater is ironisch genoeg één van de services die juist nog wél van internationale topkwaliteit zijn (als we het PFAS-bijsmaakje even negeren). Maar ik snap de wantrouwende jongeren. Kraanwater is de staat in vloeibare vorm. Met het water is niets mis, met de overheid wel. Omdat de staat de afgelopen decennia beter bevriend raakte met bedrijfsleven dan met burgers, bijvoorbeeld; omdat verkeersboetes een verdienmodel werden en mensen geen huizen vinden et cetera. (Had de overheid laatst niet zelf gezegd: neem flessen bronwater in huis, we kunnen je niet helpen als shit hits the fan, lees: als het eens hard sneeuwt).

„Heel gauw realiseerde ik me al dat de overheid niet naast ons stond, maar tegenover ons”, zei PvdA-kamerlid Fatihya Abdi deze week in haar sterke maidenspeech. Je zou bijna zeggen: het sociaal contract is verbroken. Dat is het grote lek.

Terwijl ik de lijm liet drogen bedacht ik dat er eigenlijk maar één rotklusje is voor premier Rob Jetten, de rest is ruis: hij moet een band repareren, die tussen staat en burger. Met forse bezuinigingen zal dat niet gaan, dat zijn cadeaus voor populisten.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief De Haagse Stemming

Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag

Source: NRC

Previous

Next