Simon Mamahit Stadsdichter van Nijmegen Simon Mamahit (33) herlas talloze malen de beeldroman Rampokan (1998) van Peter van Dongen. Na een reis naar Indonesië, waar het verhaal zich afspeelt, kreeg het boek voor hem een andere betekenis.
„Toegegeven, voor een stadsdichter lees ik opvallend weinig. Maar een verhaal waar ik steeds naar terugkeer is Rampokan van Peter van Dongen. Ik was vrij jong, ik denk een jaar of twaalf, toen ik dit verhaal voor het eerst tot me nam. Het boek stond in de boekenkast van mijn vader, tussen veel meer Indonesische verhalen. Rampokan voelde als een soort Nederlandse manga, een genre waar ik sowieso van houd, en bood me op die leeftijd een toegankelijke eerste kennismaking met mijn familiegeschiedenis.
In de beeldroman volg je Johan Knevel, een Nederlander die opgroeide in het toenmalige Nederlands-Indië. Na jaren wonen en studeren in Nederland keert hij terug naar zijn geboorteland als soldaat tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Zijn warme gevoelens bij het land blijken heel anders uit te pakken wanneer hij daar aankomt en door niemand wordt herkend.
Van die eerste lezing is me weinig bijgebleven, behalve dat Indonesië voor het eerst in geuren en kleuren voor me tot leven kwam. De rijke illustraties van Peter van Dongen speelden daarin een grote rol.
Een paar jaar later, rond mijn zestiende, las ik het boek opnieuw. Het vage, ongemakkelijke gevoel dat ik had bij mijn biculturele identiteit ging toen meer leven. Het begrip codeswitching stond niet letterlijk in Rampokan, maar ik begon het toen wel langzaam te herkennen. Ook Johan beweegt zich voortdurend tussen twee werelden, zij het op een andere manier dan ik. Ik werd me er steeds bewuster van dat ik me in verschillende contexten ook anders kan gedragen. Achteraf lijkt dat vanzelfsprekend, maar als tiener is dat best een ontdekking.
Op mijn achttiende reisde ik voor het eerst naar Indonesië en het was bijzonder om te merken hoe Rampokan daar voor mij tot leven kwam. Ik had het boek al meerdere keren gelezen, maar nu zag ik in de sfeer van de illustraties meteen herkenbare elementen terug, zoals de levendige Chinese markt. Wat in mijn hoofd nog als fictie voelde, werd opeens werkelijkheid. Vanaf dat moment las ik het verhaal anders. Bij elke herlezing dacht ik terug aan die jongere versie van mezelf, die nog niet in Indonesië was geweest en zijn gevoelens over biculturaliteit nog niet kon duiden.
Toen ik 22 was, overleed mijn vader. Ik ben me steeds meer gaan afvragen wat hij van het verhaal vond. We hebben daar nooit veel woorden aan gegeven. Een verhaal als dit brengt me toch iets dichter bij zijn leefwereld.
Bij mijn meest recente herlezing zag ik scherper dan ooit dat Johan Knevel een uitgesproken fascistische figuur is. Hij is een vrij onzekere figuur die niet goed weet waar hij voor staat. Hij heeft de neiging fascistische denkbeelden over te nemen, maar lijkt zich ook aangetrokken te voelen tot andere ideeën. Dat spanningsveld wordt zichtbaar wanneer hij Erik Verhagen, een communist, vermoordt en diens identiteit aanneemt. In een tijd waarin fascistische denkbeelden opnieuw terrein winnen, vind ik dit verhaal extra relevant. Wat vijfenzeventig jaar geleden gebeurde, kan zich opnieuw voltrekken – ook in Indonesië.
In mijn werk spreek ik veel jongeren die weinig met lezen hebben. Juist daarom raad ik deze beeldroman vaak aan: de illustraties dragen het verhaal en maken het toegankelijk voor wie niet gewend is lange stukken tekst te lezen. Het sluit goed aan bij de beeldcultuur waarin veel jongeren zich nu bewegen.”
In de rubriek ‘Teruglezen’ vertellen boekenliefhebbers over een werk dat in het verleden veel indruk op hen heeft gemaakt.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC