Klimaat en rechtspraak
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het kwam nauwelijks als een verrassing, de uitspraak van de rechter afgelopen donderdag in de rechtszaak die Greenpeace samen met inwoners van Bonaire had aangespannen tegen de Nederlandse staat. Nederland moet meer doen om Bonaire en zijn inwoners te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van klimaatverandering, oordeelde de rechtbank.
Na eerdere baanbrekende uitspraken in klimaatzaken van Urgenda tegen de staat en Milieudefensie tegen Shell was het ditmaal Greenpeace dat gelijk kreeg. Toch is de uitspraak historisch. Niet eerder oordeelde een Europese rechter zo expliciet dat een staat tekortschiet in zijn adaptatiebeleid voor klimaatverandering.
Al sinds de jaren negentig is bekend dat het Caribisch gebied extra kwetsbaar is voor de gevolgen van klimaatverandering. Door de opwarming van de aarde neemt de biodiversiteit af, erodeert de kust, staat het koraal onder druk, stijgt de zeespiegel en lopen temperaturen verder op. De Nederlandse staat weet dit al decennialang en had daar, zo stelt de rechtbank, ook naar moeten handelen.
Bonaire is sinds 2010 een bijzondere gemeente van Nederland. De inwoners zijn daarmee Nederlandse staatsburgers, maar voelen zich al jaren op uiteenlopende terreinen achtergesteld. Op dat punt is dit de grootste overwinning voor de eisers. De rechter oordeelde niet alleen dat Nederland een adequaat plan moet maken om het eiland beter te beschermen, maar ook dat de staat in het verleden tekort is geschoten en Bonairianen ongelijk heeft behandeld. Daarmee is sprake van discriminatie.
Ook op het terrein van mitigatie, het tegengaan van klimaatverandering, deed de rechter een vergaande uitspraak. Nederland heeft zich wettelijk vastgelegd op klimaatneutraliteit in 2050 (zowel Europees als nationaal), maar zonder bindende tussendoelen tussen 2030 en 2050 valt niet vast te stellen of die doelstelling haalbaar is, aldus de rechter. De staat zal daarom duidelijker moeten vastleggen hoe en wanneer emissies daadwerkelijk worden teruggebracht.
Daarmee gaf de rechter de nieuwe coalitie, die op vrijdag zijn coalitieakkoord presenteerde, meteen verplicht huiswerk mee. D66, CDA en VVD moeten werk maken van steviger klimaatbeleid en dat ook wettelijk verankeren. Nederland moet daarbij oog houden voor een eerlijke bijdrage aan het beperken van de mondiale opwarming. Als rijk land heeft Nederland immers in het verleden meer uitgestoten, wat nu tot de verplichting leidt om die uitstoot sneller af te bouwen dan landen die dat veel minder hebben gedaan.
Met deze nieuwe vingertik op het gebied van klimaatbeleid heeft de rechter een belangrijke uitspraak gedaan die het nieuwe kabinet ter harte moet nemen. Onder het kabinet-Schoof viel klimaatbeleid de afgelopen twee jaar grotendeels stil en verdween de urgentie naar de achtergrond van het politieke debat. En dat terwijl de gevolgen van klimaatverandering zich steeds nadrukkelijker aandienen – ook in Nederland.
Dat een rechter zich opnieuw zo diepgaand uitlaat over klimaatbeleid, zelfs over tussentijdse doelen, wringt met het klassieke beeld van de scheiding der machten. Maar die spanning is niet nieuw, de rechter reflecteerde ook zelf op zijn rol in de uitspraak. Het is niet aan de rechter om klimaatbeleid te maken, zei hij, maar wel om te toetsen of de doelen waaraan de staat zich heeft gecommitteerd haalbaar zijn. En dat, constateerde hij, is niet het geval.
Jarenlang is klimaatbeleid vooruitgeschoven, afgezwakt of gepolitiseerd, terwijl de wetenschappelijke en juridische verplichtingen zich opstapelden. Wie zich niet aan de wet houdt, kan door de rechter ter verantwoording worden geroepen. Deze uitspraak past in een rij van ook internationale uitspraken over klimaatverplichtingen en mensenrechten, van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (2024) en het Internationaal Gerechtshof (2025).
Mondiaal is de trend om klimaatbeleid eerder af te zwakken dan aan te scherpen. De Verenigde Staten trokken zich begin deze maand terug uit allerlei internationale klimaatorganisaties. en president Trump laat met zijn ‘drill baby, drill’ weinig twijfel bestaan over de koers die hij vaart.
Door het negeren van klimaatverandering als mondiale opgave zullen de gevolgen ervan niet verdwijnen. Door het vertraagde effect van CO₂-opbouw in de atmosfeer is zelfs bij onmiddellijke klimaatneutraliteit verdere ontwrichting onvermijdelijk. Uitstel vergroot de schade, de kosten en de ongelijkheid.
Aan de slag, beloven de nieuwe regeringspartijen. Op het gebied van klimaat is het de hoogste tijd om die belofte waar te maken. Pijnlijke keuzes vooruit schuiven maakt ze niet minder pijnlijk, integendeel. En de rekening komt onvermijdelijk bij toekomstige generaties terecht.
Source: NRC