Home

Het kabinet-Jetten en het einde van een decennia oude Haagse gewoonte

nieuwsbriefMachtige Tijden

Machtige Tijden Het minderheidskabinet-Jetten haalt een streep door een Haagse werkwijze die alle kabinetten sinds 1982 hanteerden: de decennia oude gewoonte om coalitieconflicten binnenskamers te houden. Een verandering die ook de invloed van de samenleving op de politiek vergroot. Tegelijk wacht de lobbysector ongekende marktkansen.

Dilan Yesilgöz (VVD), Rob Jetten (D66) en Henri Bontenbal (CDA) tijdens de presentatie van het coalitieakkoord.

Tot zover Dick Schoof. Dan volgt nu Rob Jetten. De nieuwe premier die ambieert een einde te maken aan de onvolwassen politiek van laatste vijf jaar. Die een halt wil toeroepen aan het bestuurlijke verval.

Het begon met de motie van afkeuring tegen Mark Rutte voorjaar 2021. De VVD-premier kwam in eigen kring in moeilijkheden. Er volgden twee ellenlange formaties en zwakke kabinetten die veel te snel sneuvelden.Politiek onvermogen en rechts-radicale rancune vermengden zich met media die de weg kwijtraakten. Was er een beleidsdilemma, dan was er altijd een zender met een opiniepanel dat tot achter de komma peilde wat ‘de kiezer’ ervan vond. Zo werd alles politiek populisme en was er in Den Haag amper nog een politicus die het waagde een risico te nemen.

Absurditeiten werden doodnormaal. Volgens coalitiepartij BBB wás er geen stikstofprobleem. Dus haar aanpak bestond eruit om eerder afgesproken beleid, soms alsnog door de rechter afgedwongen, te blijven vertragen of blokkeren. En volgens coalitiepartij PVV zou het land na vier jaar PVV-beleid geen asielzoekers meer opnemen. Vandaar dat in de financiële prognose een miljardenbezuiniging stond: alle kosten voor asielopvang waren geschrapt.

Het soort fantasie dat de eigen achterban tevreden stelde terwijl het land verder in de modder wegzakte. De puinhopen van elf maanden Schoof.

Andere politiek

En nu is er dan Jetten. Andere politiek. Op de presentatie van het regeerakkoord verdedigde hij zonder blikken of blozen impopulaire ingrepen in de zorg en de sociale zekerheid. Hij nam meteen de pose aan van een premier die boven de partijen staat. „Ik ga met volle overtuiging plannen verdedigen die niet in het D66-programma stonden.”

Niet te missen was ook, even eerder, informateur Rianne Letschert bij de presentatie van haar eindverslag. Zij had geen Haagse ervaring toen ze eind vorig jaar aantrad als informateur maar ontving goede recensies. Ze wil bewindslieden, zei ze, die in dialoog met de samenleving en de Kamer „een terughoudende en dienende rol” aannemen.

En coalitie-Kamerleden kunnen zich niet meer opstellen alsof zij de waarheid in pacht hebben. Van hen, schrijft ze, mag „in het dagelijkse parlementaire werk een praktijk van brede samenwerking worden verwacht”. 

Taal die accentueert dat de onzekerheid voor deze coalitie groot blijft. De formatie verliep snel en oogde stabiel. Maar het levert een minderheidscoalitie op die in niets lijkt op wat bepalende partijen in de campagne bepleitten.

D66-verkiezingsprogramma, voorwoord: „Terwijl een instabiele wereld ons allemaal [raakt], wint partijpolitiek te vaak van het landsbelang.” VVD-verkiezingsprogramma, eerste zin: „De VVD staat al sinds haar oprichting pal voor het belang van een sterke en stabiele liberale democratie.” CDA-voorman Henri Bontenbal in bijna elk debat: „Wij willen een stabiel kabinet.” GL-PvdA, eerste reactie na val kabinet-Schoof: graag „een stabiele coalitie”. En JA21, verkiezingsprogramma, graag „stabieler overheidsbeleid”.

Wat dit betreft, het is niet anders, hebben ook deze coalitiepartijen, en dan vooral VVD en D66, het eigen profiel boven het landsbelang geplaatst. 

Een zwakte van formaties is vaak dat onderhandelaars in hun zelfgekozen isolement politieke idealen construeren die in de werkelijkheid niet blijken te bestaan. In de formatie van 2024 domineerde het idee van een extraparlementair kabinet. Kwam niets van terecht. In 2021-22 het idee van een nieuwe bestuurscultuur. Idem.Na de snelle formatie van 2012 benadrukten Rutte en Diederik Samsom (PvdA) het belang van politieke schappelijkheid: „Elkaar iets gunnen”. Dat klonk mooi, Letschert herhaalde vrijdag de term voor de nieuwe coalitie, maar feit is dat het begrip na Rutte II (2012-2017) niet als prestatie maar als verwijt (vooral aan Samsom) de politieke geschiedenis inging.

Den Haag is al geruime tijd geen plek meer die waarde toekent aan ambitie of goede bedoelingen. Pleidooien voor een gezondere politieke cultuur zijn sympathiek en zelfs noodzakelijk – maar daarmee niet per definitie effectief. 

Terugkeer van de poldercultuur

Interessant is dat de coalitie ook een terugkeer van de poldercultuur wenst. Premiers die zwak staan hebben daar vaak behoefte aan.Elke minister van het kabinet-Jetten treft in de Kamer in principe een meerderheid tegenover zich. Maar een minister die kan bogen op een akkoord met maatschappelijke organisaties, staat ineens een stuk sterker tegenover die meerderheid.

Letschert adviseert bewindslieden in haar verslag dan ook om „in een vroeg stadium mede-overheden, maatschappelijke organisaties en adviescolleges aan tafel te vragen en hun adviezen serieus te nemen”.

Het is de terugkeer van een maatschappelijke dialoog die de laatste jaren aanzien verloor. Vooral bij liberale en behoudende partijen die een voorkeur hebben voor het politieke primaat: een overheid die niet overlegt met de maatschappij maar de maatschappij normeert.

Die maatschappelijke dialoog past bij de fundamentele ommekeer die onder Jettens minderheidscoalitie gestalte krijgt. Zijn hoofddoel – samenwerking met de oppositie – staat haaks op een werkwijze die elk kabinet sinds 1982 hanteert. Dat jaar kwamen CDA en VVD onder leiding van Ruud Lubbers (CDA) een regeerakkoord met zware economische saneringen overeen, waaraan de coalitiefracties zich op voorhand committeerden. Het haalde de spanning uit gevoelige Kamerdebatten: vooraf stond al vast dat de coalitie elk kabinetsplan steunde. Niet dat er geen conflicten in de coalitie waren. Maar die werden niet langer in de Kamer besproken: ze werden in besloten overleg afgedaan.

Henri Bontenbal (CDA) na afloop van de presentatie van het coalitieakkoord in Nieuwspoort.

En alle latere kabinetten – ook die van de premiers Wim Kok (PvdA), Jan Peter Balkenende (CDA) en Rutte – hanteerden die werkwijze. De kiezer raakte gewend aan begrippen als coalitieberaad en Torentjesoverleg: daar, in de binnenwereld, werden politieke conflicten uitgevochten.Een werkwijze waardoor het bestuur vaak overeind bleef, maar die de democratie volgens critici uitholde: de échte debatten werden nooit in de Kamer gevoerd.

En onder het kabinet-Jetten ligt het voor de hand dat die werkelijkheid verandert: de oppositie kan afdwingen dat elk gevoelig debat juist wél in de openheid van de nationale vergaderzaal wordt gevoerd.

Dit past op zich ook voortreffelijk bij de generatiewisseling in de landspolitiek. Na het vertrek van Frans Timmermans is PVV-voorman Geert Wilders de laatste zestiger onder de kopstukken. Een leider die bovendien, zoals laatst weer bleek, álle ingewikkelde conflicten in eigen kring binnenskamers afdoet. Maar dat past niet meer in deze tijd, dat beginnen ze zelfs in de PVV door te krijgen.

En door de beslotenheid van de Haagse conflictbeslechting veranderde ook de rol van Kamerleden: hun invloed op de samenstelling van de politieke agenda werd steeds kleiner. Zij komen doorgaans pas in beeld als ze reageren op thema’s die op de politieke agenda staan: zelf initiëren zij die thema’s zelden of nooit.

Ik heb regelmatig onderzoek gedaan naar de herkomst van politieke vraagstukken – hoe haalt een onderwerp de Haagse agenda? – en de praktijk is dat zij bijna allemaal worden aangebracht door buitenstaanders. Meestal is dat de bedrijvenlobby. Vaak ook zijn het individuele branches. Regelmatig belangengroepen. In bijna alle gevallen begeleid door een of meer professionele lobbyisten. 

Musk tegen Jetten?

Dit laatste is een potentiële kwetsbaarheid van de ontluikende nieuwe openheid. Het feit dat bewindslieden veelvuldig blootgesteld kunnen worden aan een openlijk conflict met de Kamer, creëert enorme kansen voor de lobbysector. Het regeerakkoord bevat het plan een lobbyregister in te voeren, en dat kan inderdaad geen kwaad.

Die wereld leeft ervan dit soort conflicten in het eigen voordeel uit te spelen. Vooral commerciële partijen zullen die kans niet laten lopen.Toevallig hield ik deze week een praatje op de Nacht van de Lobbyist, en toen ik op dit aspect van het nieuwe kabinet wees, hoorde ik alleen instemmend geroezemoes in de zaal. 

Daar komt wel iets bij. Een paar jaar geleden beschreef ik hoe de grote Amerikaanse techbedrijven een voet tussen de deur in Den Haag kregen met bezwaren tegen een EU-wet, de Digital Services Act, die de macht van die bedrijven beperkt en consumenten beschermt.

Uit een door het Franse Le Point onthuld strategiedocument van Google bleek toen al hoe verfijnd deze techbedrijven zo’n lobby opzetten. En jaren later is hun strijd tegen die EU-wet, nu met steun van de regering-Trump, nog altijd gaande. Zij beschuldigden de EU eind december in agressieve termen van „censuur”.

En hier speelt wel een dilemma voor deze minderheidscoalitie. Als de Amerikanen deze campagne verder uitbreiden – het zou niemand moeten verbazen – hoe kan het kabinet bij gebrek aan een parlementaire meerderheid dan ooit standhouden tegen zoveel Amerikaans geweld?Het beste scenario zou zijn dat de Amerikanen een ander EU-land selecteren in hun pogingen die wet kapot te spelen. Want Trump, Musk en de andere techreuzen tegen Jetten? Ik weet niet of dat een gelijke strijd zou zijn

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Machtige Tijden

Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet

Opmerkingen, aanmerkingen, observaties, tips? Elke reactie is van harte welkom. Mail me – t.meeus@nrc.nl – of stuur een persoonlijk bericht op mijn LinkedIn.

Source: NRC

Previous

Next