Sparend gebiedsfonds Als het kabinet een „oud-Hollandse deugd” eerbiedigt en 25 jaar lang jaarlijks 400 miljoen euro opzij zet, kan nu al worden begonnen met de aanleg van de snelle treinverbinding tussen de Randstad en Noordelijk Nederland. Zo luidt het advies van Klaas Knot, ex-president van De Nederlandsche Bank en speciaal gezant voor de Lelylijn.
Treinspoor vanaf station Lelystad Centrum richting het noorden van het land. Het nieuwe kabinet moet flink sparen om de Lelylijn aan te kunnen leggen, aldus het advies van Lelylijn-gezant Klaas Knot, ex-president van De Nederlandsche Bank.
Sparen. Minstens 400 miljoen euro per jaar. Die op het oog eenvoudige oplossing moet volgens Klaas Knot, oud-president van De Nederlandsche Bank, voldoende budget vrijmaken voor de Lelylijn.
Als het kabinet elk jaar een dergelijk bedrag opzijzet, zou over 25 jaar voldoende budget beschikbaar moeten zijn om nu al de aanleg in gang te zetten van de snelle treinverbinding tussen de Randstad en Noordelijk Nederland.
Knot bracht vrijdagmiddag – als speciaal gezant voor de Lelylijn – zijn advies uit aan het kabinet. De oud-DNB-topman heeft onderzocht hoe de financiering van de Lelylijn eruit kan zien om de treinverbinding rond 2050 te kunnen aanleggen.
„Een groot en complex project als de Lelylijn heeft een lange doorlooptijd”, aldus Knot vrijdag in Den Haag tijdens een toelichting. „Dat is een nadeel, maar dat kun je ook omdraaien. Waarom zouden we niet de oud-Hollandse deugd van het sparen benutten? Dat geeft je nu al de mogelijkheid om geld te reserveren voor de aanleg van de lijn die pas over enkele jaren kan beginnen.” Knot benadrukt dat een zogeheten ‘sparend gebiedsfonds’ van 400 miljoen euro neerkomt op ‘slechts’ 0,04 procent van het bruto binnenlands product (bbp).
Knot onderschrijft de uitgangspunten van de Lelylijn – volgens eerdere studies is de lijn goed voor de bereikbaarheid en de economie van en de woningbouw in Noord-Nederland – en voegt daar nadrukkelijk aan toe dat ook de sociale cohesie tussen de Randstad en het Noorden baat kan hebben bij een snellere treinverbinding. Die moet de reistijd tussen Amsterdam en Groningen terugbrengen van 2 uur en 10 minuten nu naar straks 65 tot 75 minuten.
De lijn moet de woningbouw in de Noordoostpolder en Friesland stimuleren. Er komen nieuwe stations in Emmeloord en Drachten, de stations in Heerenveen en Groningen moeten worden verbouwd.
Wie 400 miljoen euro per jaar spaart heeft na 25 jaar 10 miljard euro op de rekening staan. Daarmee voldoet de Lelylijn aan de standaardprocedure in Nederland voor de aanleg van grote infrastructurele projecten (de systematiek van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport, MIRT). Die regels stellen dat een project pas naar de volgende (ontwerp)fase kan doorgaan als zicht is op minstens 75 procent van de financiering.
Maar het bedrag is nog onvoldoende voor de uiteindelijke aanleg van de Lelylijn. Die kost naar schatting 14,5 miljard euro (plus enkele honderden miljoenen aan onderhoudskosten). Knot gaat er vanuit dat de regionale overheden ook een financiële bijdrage leveren aan de lijn en hij raadt met klem aan naar de Europese Unie te kijken voor medefinanciering.
Voor een substantiële bijdrage uit Brussel moet de Lelylijn wel een grensoverschrijdend deel krijgen, richting Bremen, Hamburg en Kopenhagen bijvoorbeeld. „In Scandinavië kijkt men uit naar zo’n treinverbinding”, aldus Knot, „maar de Duitsers staan nog niet te trappelen.”
Tot afgelopen voorjaar stond er 3,4 miljard euro gereserveerd voor de Lelylijn, maar dat potje is inmiddels leeg. Het toenmalige kabinet sprak de reservering aan voor andere (infrastructurele) zaken. Er ging 2,9 miljard naar de Nedersaksenlijn (Groningen-Enschede) en een kleiner deel naar spoorknooppunt Meppel. Dit tot woede van de regionale bestuurders in Groningen en Friesland.
Volgens Knot kun je een sparend gebiedsfonds voor de Lelylijn aankleden met voldoende garanties (voor het Rijk én regionale overheden) om een „plundering” te voorkomen zoals die waarin de Voorjaarsnota van vorig jaar voorzag.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC