Home

Van pup tot blindengeleidehond: het is een lange weg naar ‘een team met twee werkende ogen en zes pootjes’

Hulphond Het duurt jaren om een pup op te leiden tot blindengeleidehond. Het KNGF, dat negentig jaar bestaat, heeft ruim tienduizend honden opgeleid, die stuk voor stuk levens hebben veranderd. „Een geleidehond betekent vrijheid.”

Blindengeleidehond Ian met baasje Kirsten Veldhoen en instructeur Brit Lamberts (rechts).

Samen lopen ze door haar wijk in Oegstgeest. Ian, een rossige kruising tussen een golden retriever en een labrador met een serieuze blik, kijkt om zich heen, beoordeelt de situatie, neemt een beslissing en handelt. Deze kant op, over de brug, langs het obstakel op de stoep, afstapje, stukje omlopen, stoep weer op en door. Af en toe kijkt hij om naar zijn baasje. Kirsten Veldhoen (41) heeft in haar ene hand de beugel van Ians tuig en in de andere haar herkenningsstok om automobilisten en buschauffeurs te laten zien dat ze wil oversteken.

Het lijkt alsof ze het al jaren zo doen. Toch is dat niet zo: Veldhoen en Ian zijn pas een paar maanden samen. Daarom loopt achter het duo begeleider Brit Lamberts van het Koninklijk Nederlands Geleidehonden Fonds (KNGF). Ze heeft de twee aan elkaar gekoppeld en komt in het begin regelmatig kijken hoe het loopt. „Hij doet het fantastisch”, zegt ze tevreden.

Een jaar en tien maanden heeft Veldhoen op Ian gewacht, sinds ze afscheid nam van haar vorige geleidehond Pim, die met pensioen mocht. „Ian geeft me weer evenwicht”, zegt ze, terwijl ze oversteekt.

Hoe gaat dat? Hoe leer je te vertrouwen op ogen die niet de jouwe zijn?

Gifgas

Uit muurschilderingen blijkt dat Romeinen al in de eerste eeuw na Christus gebruikmaakten van honden voor slechtzienden, vertelt het KNGF op zijn website. De moderne, getrainde blindengeleidehond deed zijn intrede na de Eerste Wereldoorlog, waarbij duizenden soldaten hun zicht verloren door gifgas. In eerste instantie in Duitsland, Zwitserland en de Verenigde Staten.

Het Nederlandsch Geleidehonden Fonds, opgericht door het Rode Kruis, wordt in 1935 geopend door prinses Juliana. In 1953 is dezelfde Juliana, dan koningin, zó onder de indruk als ze geblinddoekt door hond Guus wordt rondgeleid, dat ze kort daarna het pas achttien jaar oude fonds het predicaat ‘koninklijk’ toekent.

Elk jaar levert KNGF 65 getrainde blindengeleidehonden af. . Daarnaast voorziet de vereniging in assistentiehonden voor mensen met een motorische beperking en oud-militairen met PTSS. Het fokken, de begeleiding van opvanggezinnen voor de pups, het trainen van de honden, van de trainers én van de toekomstige baasjes: ze doen het allemaal zelf.

Veldhoen vertrouwt op Ian: „Hij geeft me evenwicht.”

„Als ze tussen de veertien en zestien maanden oud zijn, komen ze naar Amstelveen voor hun opleiding”, vertelt Lamberts van KNGF. De honden leren te kijken voor zichzelf én voor een ander. Dat vergt een leergierige en dienstbare hond die óók zelf beslissingen durft te nemen. ‘Intelligent ongehoorzaam’, noemen ze dat bij KNGF.

In de KNGF-database van reuen en teefjes, die bij particulieren wonen maar in eigendom zijn van KNGF, worden hun karaktereigenschappen opgenomen. Op basis daarvan probeert de vereniging pups te fokken met aanleg voor het vak. De pups brengen hun eerste levensjaar door bij gastgezinnen. Daar worden ze zindelijk gemaakt, gesocialiseerd en leren ze de basis: zit, blijf en af. En ze wennen aan winkels, restaurants en het ov. De fijne kneepjes van het geleiden leren ze daarna bij KNGF.

De kosten voor een blindengeleidehond worden – afgezien van de dagelijkse verzorging – door KNGF en zorgverzekeraars gedekt. Het fokken, opvoeden en opleiden van een geleidehond kost gemiddeld 40.000 euro. De hond blijft, tot hij tussen de acht en tien jaar oud met pensioen gaat, eigendom van KNGF.

Eerstehondsyndroom

Intussen is Veldhoen door Ian thuisgebracht. Daar gaat haar stok aan de kapstok en krijgt de hond iets lekkers. Hij gaat in zijn mand liggen en zucht: taak volbracht. Het vertrouwen werkt twee kanten op, vertelt Veldhoen. „Hij heeft ook mijn vertrouwen nodig om de leiding te kunnen nemen, om zijn werk goed te kunnen doen.”

Ook kan Veldhoen niet gewoon achteloos achter hem aanlopen en denken dat het wel goed komt. Als zij afgeleid is, raakt hij dat ook. „Dan geef ik mezelf een tik op de vingers: aandacht erbij.”

Lamberts, ook aan de keukentafel bij Veldhoen thuis: „Dat is heel belangrijk, het is een samenwerking.” Sommige mensen vinden het zielig, zegt Veldhoen, dat een blindengeleidehond niet ‘gewoon’ hond kan zijn. „Maar je doet Ian geen groter plezier dan door samen naar buiten te gaan waar hij de verantwoordelijkheid heeft.”

Daarbij hebben KNGF-honden ook verplicht ‘vrij’. Ze moeten eens per dag kunnen ‘snuffelen’, loslopen in een park. Dat was voor Veldhoen spannend. „Mijn vorige hond is een paar keer weggelopen, dat is vreselijk. Maar Ian doet het gelukkig heel goed.”

Vóór Ian was er Pim en vóór Pim was er Alfie, haar eerste hond. Toen die tien jaar oud was, werd ze gebeld dat er een nieuwe hond voor haar was. Na acht jaar werken mocht Alfie met pensioen. „Ik weet nog dat ik heel boos was. Ik heb gehuild en gegild: ik wilde er niet aan.”

Lamberts knikt. „Dat noemen we het eerstehondsyndroom. Het is dan voor iemand onvoorstelbaar dat ze eenzelfde samenwerking en band kunnen hebben met een andere hond.”

En, voegt Veldhoen toe: ”Dankzij mijn eerste hond kon ik iets pijnlijks erkennen, waarover ik aanvankelijk niet wilde praten, namelijk: dat ik een blindengeleidehond nodig heb.”

Wachtlijst

Veldhoen is geboren met een erfelijke netvliesaandoening. „Dat had niet zo erg hoeven zijn, maar ik ben ook te vroeg geboren. Dus ik heb daarbovenop premature retinopathie [een netvliesafwijking].” Vanaf haar geboorte is het zicht in haar rechteroog daardoor 1 tot 2 procent, met haar linkeroog had ze tussen de 20 en 25 procent zicht. „Na mijn veertiende is dat afgenomen. Sinds mijn 21ste is het nog 3 tot 5 procent.”

Pas toen ze 22 was, ging ze met een stok lopen. Daarvoor vertrouwde ze vooral op haar routine. Veldhoen: „Gewoon gaan. Dingen onthouden en op een vaste manier doen. Stoepjes en palen onthouden, de route leren.” Dat was onhandig, maar als jonge vrouw wilde ze het gewoon écht niet, die stok.

Voordat Ian kwam, heeft ze bijna twee jaar zonder hond moeten leven. Dat is niet uitzonderlijk, KNGF kampte afgelopen jaren met een achterstand, waardoor mensen gemiddeld anderhalf jaar op de wachtlijst staan. Het streven, zegt woordvoerder Monique Velten, is om mensen sneller te helpen. Maar de laatste jaren liepen ze tegen de grenzen van hun kunnen aan. „Het is lastig, omdat élke stap in het proces opgeschaald moet worden. Groei gaat dus stapsgewijs.”

Vooral het vinden van nieuwe gastgezinnen – cruciale schakels in het proces – is moeilijk, zegt ze. Een pup opvoeden om daar vervolgens afscheid van te nemen, vinden veel mensen lastig. De hoop is dat de wachttijd dit jaar nog teruggebracht kan worden naar maximaal acht maanden, vertelt Velten. „Een hond betekent vrijheid, we willen mensen daar niet op laten wachten.”

Blindengeleidehond Ian met baasje Kirsten en instructeur Brit.

Verliefd

Na Pim en vóór Ian is Veldhoen twee keer aan een hond gekoppeld waarmee het niet ‘klikte’. „Dat was heel verdrietig. Maar je wéét het gewoon. Als het klopt, klópt het.” Het is als verliefd worden, zegt ze. Dat was ze dan ook op haar eerste hond, Alfie. „Dat was een grote, gespierde macho, die me beschermde.” Pim noemde ze vanwege zijn onstuimige knuffelstijl „de Latijnse minnaar”.

Ians karakter moet ze nog leren kennen. „Het is eigenlijk nog een kind, dat lekker met z’n speelgoed bezig is. Maar intussen heeft hij een verantwoordelijke baan.” Dus volgt ze zijn ontwikkeling aandachtig. „We schrijven gaandeweg de handleiding van ons leven samen.”

Hond Alfie ging na zijn pensionering naar de ouders van Veldhoen en overleed in haar armen. Toen Pim met pensioen ging, waren haar ouders te oud om hem op te vangen. Hij ging naar een door haar uitgezocht adoptiegezin, waar ze hem regelmatig bezocht. „Ik ben ze zo dankbaar voor wat ze hebben gedaan.” Die liefde is niet weg, er is nu gewoon nóg een hond om van te houden.

„Ian is mijn rossige ridder. Ik weet nog dat ik voor het eerst met hem ging lopen en voelde: jij bent het.” Ze is nu, zegt ze, een wezen dat „niet op twee, maar op zes pootjes” loopt. „We zijn een team.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next