Home

Een Europa dat zichzelf kan verdedigen, is lang niet zo ver weg als het soms lijkt

Na de Groenlandcrisis vragen militaire planners zich meer dan ooit af: kunnen we eventueel zonder Amerika de Russen tegenhouden? Experts zeggen dat de meest pragmatische weg naar meer Europese zelfredzaamheid via de Navo loopt.

is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.

Navo-chef Mark Rutte ergerde europarlementariërs deze week door te stellen dat ‘als iemand hier denkt dat de EU of heel Europa zichzelf kan verdedigen zonder de VS: blijf dromen!’ Het Franse antwoord liet niet lang op zich wachten: ‘Nee, beste Mark Rutte’, schreef buitenlandminister Jean-Pierre Barrot op X, ‘Europeanen kunnen en moeten de leiding nemen over hun eigen veiligheid. Zelfs de VS zijn het daarmee eens. Dat is de Europese pijler van de Navo.’

Rutte leek zijn pijlen, zonder namen en rugnummers te noemen, vooral te richten op recentelijk gelanceerde ideeën over het oprichten van een Europese strijdmacht naast de Navo. Zo heeft EU-commissaris Andrius Kubilius het over de noodzaak van een ‘staand leger van honderdduizend militairen’. Rutte waarschuwde dat zo’n strijdmacht moeilijk te vullen zou zijn – naast alle Navo-verplichtingen die veel EU-landen ook hebben – en zou leiden tot ‘duplicatie’.

Op zich geen wilde of nieuwe uitspraak, maar toch tegen het zere been zo vlak na de Groenlandcrisis. EU-leiders streven nu officieel naar ‘de systematische vermindering van afhankelijkheden van de VS op de middellange en lange termijn’. Ondertussen denken militaire planners serieus na over scenario’s van een Russische aanval op Navo-grondgebied die ze zonder Amerikanen moeten beantwoorden.

Europeanen hunkeren naar politieke vergezichten over een autonoom Europa dat zichzelf kan verdedigen. Over de praktische weg daarnaartoe bestaat in grote lijnen meer overeenstemming, ook tussen Rutte en Barrot, dan op het eerste gezicht lijkt. En dat zit hem in Barrots antwoord: de geleidelijke Europeanisering van de Navo.

Een taboe geslecht

Twintig of dertig jaar jaar geleden, toen Europeanen zich al over dezelfde vragen bogen, was de term Europeanisering nog taboe bij de Fransen, maar dat is veranderd sinds hun pragmatische terugkeer in 2009 (na een zeer lange afwezigheid) naar de geïntegreerde militaire structuur van de Navo (behalve op nucleair gebied). Dat kwam in 2011 goed uit, toen Londen en Parijs dachten wel even de militaire interventie in Libië te leiden, maar binnen een week alsnog hun toevlucht moesten nemen tot een door de Navo aangestuurde operatie.

‘De Navo is veel meer dan de politieke toplaag in Brussel en de wederzijdse bijstandsverplichting onder artikel 5’, zegt hoogleraar oorlogsstudies Frans Osinga. ‘Het is een grote, permanente machinerie van militaire samenwerking, en die draait gewoon door.’ Die machinerie biedt paradoxaal genoeg volgens veel experts de snelste weg naar meer Europese zelfredzaamheid - en dat komt tegemoet aan de wensen van de regering-Trump.

Een jaar geleden al waarschuwde de Amerikaanse defensieminister Pete Hegseth dat de Europese bondgenoten de ‘eerste verantwoordelijkheid moeten nemen voor Europa’s conventionele afschrikking en verdediging’. In de pas verschenen Amerikaanse defensiestrategie wordt de Russiche dreiging ‘manageable’ genoemd – oftewel: goed te doen voor de Europeanen.

Europese hoofdkwartieren

In de pas verschenen studie Rebalancing NATO’s Command beschrijven Diego Ruiz Palmer en Luis Simón hoe die weg eruitziet: geleidelijk steeds meer hoofdkwartieren onder Europees commando, terwijl tegelijkertijd Europese capaciteit wordt opgebouwd. De auteurs onderstrepen dat dit alleen zinvol is als de Europese bondgenoten tegelijkertijd werken aan diepere multinationale integratie van hun landstrijdkrachten en hoofdkwartieren, uitmondend in een situatie waarin Frankrijk, Duitsland en Polen elk een multinationaal hoofdkwartier leiden dat drie legerkorpsen kan aansturen.

Dat zal niet vanzelf gaan, evenmin als defensieproductie organiseren op Europees niveau. ‘Het vermogen op schaal multinationale eenheden te formeren, in stand te houden en aan te sturen, en de politieke bereidheid om de bijkomende verantwoordelijkheid te dragen’, vraagt om een ‘paradigmaverandering’, stellen ze. Of deze omwenteling er echt komt is ook na de Groenlandcrisis niet duidelijk.

Diezelfde omwenteling is nodig om op Europese schaal de ‘strategische middelen’ te gaan produceren die nu in overgrote meerderheid door Amerikanen worden geleverd: uiteenlopend van commandovoering, strategisch transport, geïntegreerde luchtverdediging tot langeafstandsraketten. En dan is er nog de zogenoemde ISR, het samenspel van inlichtingenverzameling, verkenning en detectiemiddelen, uiteenlopend van satellieten en ISR-vliegtuigen die een strijdmacht in staat stellen een totaalbeeld van het slagveld te vormen en tot ver achter vijandelijke linies toe te slaan.

Duizelingwekkende cijfers

Denktank IISS stelde in een recent rapport dat het grofweg zo’n triljoen dollar (837 miljard euro) gaat kosten om ‘cruciale elementen’ uit de Amerikaanse bijdrage aan de verdediging van Europa te vervangen door eigen Europese middelen. Dit laat de (peperdure) nucleaire capaciteit nog buiten beschouwing.

Bij dit soort cijfers duizelt het, maar de combinatie van acute Russische dreiging en Amerikaanse onbetrouwbaarheid en agressieve retoriek veranderen de perceptie over de ‘onmogelijkheid’ van serieuze Europese alternatieven. En er wordt, zeker in Duitsland, al massief geïnvesteerd. Zo zou Duitsland, in weerwil van eerdere plannen, als eerste Europese land zijn eigen raketdetectiemiddelen in de ruimte wilen gaan ontwikkelen.

Grote investeringen sinds het begin van Ruslands grote invasie van Oekraïne kunnen sommige lacunes binnen enkele jaren opvullen. Bijvoorbeeld met het Europese project voor de ontwikkeling van langeafstandswapens en het (ook door Duitsland geleide) project voor Europese luchtverdediging. Oekraïne ontvangt komend jaar de eerste Frans-Italiaanse nieuwe generatie SAMPT-luchtverdedigingssystemen.

‘Als Amerika echt een veto uitspreekt over een operatie, wordt het vervelend’, zegt Osinga. ‘Maar als we de faciliteiten en commandostructuren van de Navo kunnen gebruiken, scheelt dat al veel.’ De Duitse professor en veiligheidsspecialist Carlo Masala zegt over het Europese ambitieniveau tegen de Financial Times: ’Het gaat er niet om even goed zijn als de VS, dat kan vijftien jaar duren. Het gaat erom beter zijn dan de Russen en dat is bereikbaar in drie tot vier jaar.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next