Home

Wie zijn de mega-breinen achter de MAGA-revolte?

Ideologie Dom rechts? De Trumpiaanse omwenteling die zich momenteel in de VS ontvouwt, is aangejaagd door erudiete schrijftafelrevolutionairen. Een politieke journalist brengt het netwerk van de eggheads achter Trump in kaart.

Vicepresident JD Vance is een sleutelfiguur in het netwerk van radicaal-rechtse academici, denktanks en bloggers

Laura K. Field: Furious Minds. The Making of the MAGA New Right. Princeton University Press, 406 blz. € 38,99

Het was een bont zooitje ongeregeld dat op 6 januari 2021 het Amerikaans Congres in Washington bestormde. De een zwaaide met de gestreepte vlag van de Confederatie, de slaven houdende staten uit de Burgeroorlog (1861-1865). Een ander had zich uitgedost als een sjamaan met gehoornde bontmuts. Weer anderen marcheerden in camouflagekleding joelend door de lange gangen.

Die bestorming vijf jaar geleden, uitgelokt door verkiezingsverliezer Trump, is uitgegroeid tot hét symbool van de MAGA-beweging. Het leek een middeleeuwse boerenopstand van rancuneus rapaille dat van geen gezag wil weten. De huidige paramilitaire straatterreur van ICE lijkt er het logische vervolg op. Wat in Nederland in progressieve kringen wel – behalve fascistisch – ‘dom-rechts’ is gaan heten, agressief populisme dat niet terugdeinst voor revolutionair geweld.

Ja, fascistisch – maar ‘dom’? Als diagnose voor de opkomst van MAGA en het succes van extreemrechts in de VS is dat ontoereikend en, domweg, onjuist. Het miskent dat juist hoog opgeleide Amerikanen, een diep gefrustreerd deel van de academische fine fleur, aan de wieg stonden van de beweging. De MAGA-revolte kwam net zo goed top-down als bottom-up tot stand. Voor Trumps tweede termijn lag daarvoor een programma klaar, het veelbesproken Project 2025, opgesteld door een keur van conservatieve en reactionaire denkers, samengebracht door de rijke denktank The Heritage Foundation.

In Furious Minds duikt politiek journalist Laura K. Field in deze wereld van conservatieve academici en highbrow stokebranden. Ze is daar goed voor toegerust. Ze schrijft al jaren over radicaal-rechts voor media als Politico en The New Republic en is verbonden aan het Brookings Institute, een centrumlinkse denktank. Tijdens haar studie politicologie volgde ze colleges bij hoogleraren uit de school van de politiek filosoof Leo Strauss (1899-1973), die generaties Amerikaanse conservatieven inspireerde.

Strauss, die in 1937 nazi-Duitsland ontvluchtte, zette zich af tegen de universele en rationalistische pretenties van de Verlichting. Traditie en deugden zoals in het klassieke Griekenland zijn voor een samenleving belangrijker dan de formele vrijheden en nadruk op individuele rechten van het moderne liberalisme. Volgens Strauss moeten die wel uitlopen op moreel relativisme (zoals in het hedonistische Amerika) of zelfs op nihilistisch geweld (zoals dat van de nazi’s). Zijn beroemdste student, de classicus Allan Bloom (1930-1992), maakte furore met The Closing of the American Mind (1987), een klaagzang over de geestloze genotszucht van jonge generaties Amerikanen. Het boek werd een mijlpaal in de backlash tegen het libertinisme van de jaren zestig.

Field, zelf een overtuigd liberal, volgt in dit boek Strauss’ overtuiging dat ideeën en morele waarden de richting van een samenleving bepalen. Tech-miljardairs als Elon Musk en Peter Thiel met hun quasireligieuze sciencefiction-wereldbeeld vallen buiten het bestek van haar boek, net als free lance filosofen als Steve Bannon, die hoopt dat nog meer chaos en Verelendung een nieuwe wereld dichterbij zullen brengen. Field concentreert zich op de eggheads achter Trump. Daarbij put ze rijkelijk uit hun boeken en artikelen, met soms een stekelig eigen commentaar maar zelden vilein en nooit uit de hoogte.

Ideologische blokken

Grofweg maakt ze een indeling in drie ideologische blokken, die elkaar vonden – en voedden – in de coalitie die Trump in 2024 opnieuw aan de macht hielp. Eerst ontmoeten we de ‘Claremonters’, opgeleid aan het Californische Claremont Instituut. Deze rechtse intellectuelen dwepen met de achttiende-eeuwse Founding Fathers van de Republiek – althans, met hun geïdealiseerde beeld van hen. Zij hunkeren naar die roots van de natie, die volgens hen niet is gebouwd op idealen van universele vrijheid en gelijkheid maar op klassieke en christelijke noties van deugd en gemeenschap. De invloed van Strauss is sterk bij deze mannen – doorgaans zijn het mannen – die elkaars intellectuele nieren proeven in tijdschriften als het Journal of American Greatness.

Dan hebben we de ‘post-liberalen’, een bonte intellectuele groep met als een van de kopstukken politicoloog Patrick Deneen (1964), hoogleraar aan de katholieke Notre Dame-universiteit. Hij maakte naam met het invloedrijke Why Liberalism Failed (2018), een faillietverklaring van het liberalisme die zelfs Barack Obama op zijn leestafel had. Ook present en klaar voor de strijd: Adrian Vermeule (1968), hoogleraar rechten aan Harvard, die zijn geestverwant Deneen in een recensie van diens boek aanspoorde wat meer door te pakken. Het daaropvolgende boek van Deneen kreeg de veelzeggende titel Regime Change (2023).

Vergeleken met de Claremonters hebben de post-liberalen geen nostalgie naar de stichters van de Republiek, al delen ze afkeer van de Verlichting. Ze putten hun inspiratie eerder uit klassieke, christelijke of katholieke filosofie uit de thomistische school: sociale orde met behoud van religie. Tegelijk duikt soms het werk op van de beroemde en beruchte Duitse rechtsfilosoof Carl Schmitt (1888-1985). Schmitt, in de jaren dertig een verdediger van Hitlers absolute macht, is rechts én links herontdekt als sloper van een in Verlichtingsidealen gedrenkte ‘wereldgemeenschap’. Naties zijn geen ideële abstracties, aldus Schmitt, maar historisch gegroeide volksverbanden. Politiek is strijd tussen vriend en vijand. In zijn geest voeren de postliberalen een binnenlandse cultuuroorlog tegen links met als doel herstel van sociale orde, hiërarchie in groot en kleiner verband (gezinnen) en vaderlandsliefde.

Fields derde, verwante kring is die van de ‘nationaalconservatieven’. Een gevierde auteur in dit milieu is Yoram Hazony (1964), die in The Virtues of Nationalism (2019) een lans brak voor patriottisme als nationale deugd. Dat staat dan tegenover links ‘negativisme’ over de natie, dat geobsedeerd zou zijn door de ‘zwarte bladzijden’ in de Amerikaanse geschiedenis, van slavernij en genocide op de inheemse bevolking tot structureel racisme. Hazony, net als veel andere conservatieven een uitgesproken verdediger van Netanyahu’s Israël, schreef ook Conservatism. A Rediscovery (2022), een uitvoerige, gelijkmatige (en oersaaie) verhandeling over zijn conservatisme.

Dan zijn we er nog niet. Onder al die studieuze schrijftafels kolkt een woeste stroom van wat Field noemt „de hard-rechtse onderbuik’’. Dat is de wereld van twitteraars, activisten en opruiers die putten uit dit gedachtengoed en zich storten in online campagnes en hetzes. Daar komen we Christopher Rufo tegen (die Field rekent tot de nationaal-conservatieven), een onderwijs-activist die een mediacampagne voerde tegen de (zwarte en vrouwelijke) bestuurder van Harvard, Claudine Gay (met succes, ze trad af).

En daar hebben we Curtis Yarvin, een cult-figuur uit de online krochten van de zelfverklaarde ‘Dark Enlightenment’ die Amerika het liefst onder de tucht van een president-koning zou zien. Of Costin Alamariu, die als ‘Bronze Age Pervert’ Twitter-faam vergaarde. Onder eigen naam publiceerde hij Selective Breeding and the Birth of Philosophy (2023), een Nietzscheaanse mengeling van autoritaire dogma’s en racisme. Dit is het milieu waar de provo-lessen van de ‘tegenculturele’ jaren zestig zijn geleerd – en nu keihard worden ingezet tegen links.

Christelijk nationalisme

Field haast zich terecht om haar schematische indeling te relativeren. Dit zijn geen gescheiden circuits maar een netwerk waarin de leden elkaar lezen, ontmoeten en aanhalen. In vrijwel alle groepen lopen banden met christelijk nationalisme, waar Field een apart hoofdstuk aan wijdt, dat in de zondaar Trump een goddelijk instrument ziet om de ontspoorde samenleving op nieuwe leest te schoeien.

Een sleutelfiguur is ook JD Vance, Trumps vicepresident. Vance, die over zijn jeugd in armoede de autobiografie Hillbilly Elegy: A Memoir of a Family and Culture in Crisis (2016) schreef, is twee keer bekeerd: eerst tot het conservatisme, daarna tot het katholicisme. Tijdens zijn studie aan Yale keerde hij zich af van het sceptische intellectualisme onder zijn medestudenten en ging hij op zoek naar vaste waarden en deugden. Nu onderhoudt hij banden met de diverse kringen die Field onderscheidt én heeft hij voelsprieten in de racistische en fascistische onderbuik van de beweging.

De 41-jarige Vance is bevriend met Curtis Yarvin en was dat met de vermoorde christen-nationalist Charlie Kirk. Hij is populair bij jongeren, media savvy en treedt op in podcasts waar hij het jeugdige jargon van dude en fuck moeiteloos beheerst. Ook dat is nieuw aan dit uiterst rechts: het heeft een rebels jeugd-appeal. Te hoop lopen tegen het establishment is nu: ongeremd honen over ‘links’ (in de kwaadaardige versie van hard-rechts: non-binaire woke mensen van kleur met paars haar).

Dit ‘hard-rechts’ gaat veel verder dan het klassieke conservatisme van iemand als William F. Buckley (1925-2008), oprichter van het conservatieve huisorgaan National Review, of dat van journalist George F. Will, een Trump-criticus en auteur van The Conservative Sensibility (2019). Dat Amerikaanse conservatisme was (in tegenstelling tot het Europese, dat meer hecht aan kerk en kroon) cultureel conservatief maar ook sociaal egalitair, economisch liberaal (vrije markt) en internationalistisch.

Het nieuwe, agressieve rechts strijdt om totale culturele hegemonie, voert oorlog tegen de politieke en bestuurlijke elites die het wil vervangen, is antifeministisch of ronduit misogyn en, zeker aan de marges, racistisch en fascistoïde. Het cultiveert een apocalyptisch beeld van Amerika, dat aan de rand van de afgrond zou wankelen en alleen door een autoritaire politieke en morele revolutie kan worden gered. Op buitenlandpolitiek terrein is het isolationistisch (America First) met geloof in het recht van de sterkste (macht overzee, maar geen democratisering).

Nietzscheaanse draai

Met die wending naar macht als motor van de ‘echte’ wereld (Trump-adviseur Stephen Miller) doet dit hard-rechts ironisch genoeg wat het radicaal-links van oudsher verweet: noties van universele waarheid en redelijkheid afdoen als ‘constructies’ of ‘narratieven’ waar in werkelijkheid machtsdrift achter schuilgaat. In zijn bestseller The Closing of the American Mind uit 1987 zette Allan Bloom zich nog af tegen dit ‘Nietzscheaanse links’, dat geen absolute waarden of waarheid kent. ‘Postmoderne’ auteurs als Foucault en Edward Saïd, die de ‘narratieven’ van het Westen ontmaskerden, waren lang favoriete doelwitten van conservatieven. Maar nu heeft hard-rechts zelf een Nietzscheaanse draai gemaakt – een van de conclusies die uit dit boek te trekken zijn.

Over de ideeën achter de MAGA-beweging is veel meer geschreven. Er is Philip Gorski’s inzichtelijke The Flag and the Cross (2022), over christelijk nationalisme, het huiveringwekkende War for Eternity: The Return of Traditionalism and the Rise of the Populist Right (2020) van Benjamin R. Teitelbaum over de esoterische inspiraties van Witte Huis-influencer Steve Bannon. Of neem A World After Liberalism (2021) van Matthew Rose, een portrettengalerij van oudere radicaal-rechtse denkers onder wie de Duitse cultuurpessimist Oswald Spengler (1880-1936) en de Italiaanse fascist Julius Evola (1898-1974). En wie een actuele reportage zoekt kan terecht bij The Undertow. Scenes form a Slow Civil War (2023), over extreemrechtse groepen en milities in de VS.

De meerwaarde van Fields boek is dat ze een heldere, toegankelijke tour d’horizon maakt langs de intellectuele waterdragers van deze rechtse revolutie met veel aandacht voor hun werk (bij vlagen vermoedelijk te uitvoerig voor Nederlandse lezers). Ze is ook niet blind voor de zwakke plekken van het liberalisme waar dit reactionaire denken zich tegen afzet. Het is waar, de Amerikaanse samenleving laat grote groepen ‘gewone mensen’ in de kou staan. Het klopt, de beste universiteiten lijken soms neoliberale bedrijven die diploma-maximalisatie najagen. Inderdaad, liberals hebben onder Biden geen goed antwoord gevonden op de onzekerheden in de Amerikaanse samenleving – of er met woke-paternalisme een contraproductief antwoord op gegeven. Field vindt zelfs dat haar mede-liberals veel kunnen leren van de rechtse denkers die ze in haar boek op de snijtafel legt.

Alleen niet zó. Al die gestudeerde anti-liberalen zullen nog spijt krijgen als hun idealen eenmaal werkelijkheid worden, waarschuwt ze. Ook voor rechtse eggheads zal het leven in de nachtmerrie van The Handmaid’s Tale geen pretje zijn, meent ze. Juist het liberalisme gaf hen de kansen om zich te ontwikkelen tot anti-liberalen. Alleen in een pluralistische democratie hebben ze hun anti-pluralistische, antiliberale ideeën kunnen ontwikkelen. De autoritaire orde waar ze naar smachten kent geen intellectuele speelruimte.

Het is een bekende repliek, maar wel een die oog in oog met de dodelijke staatsterreur in Minneapolis veel te redelijk klinkt (Fields boek was toen al verschenen). In de omwenteling die zich nu een jaar lang in de VS ontvouwt, aangejaagd door de schrijftafelrevolutionairen in dit boek, doemen de contouren op van een totalitaire staat die met bruut geweld heerst ten faveure van een nieuwe elite. Voor alle anderen is het meedoen en buigen – of in verzet komen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next